Schilder zonder grote gebaren

Giorgio Morandi schilderde stillevens met flessen, schalen en doosjes. In grijstinten waar eigenlijk maar heel weinig grijs in zit. Bozar in Brussel eert hem met een groot retrospectief.

Giorgio Morandi: Natura morta (olieverf op doek, datum onbekend), 35 × 51 cm
Giorgio Morandi: Natura morta (olieverf op doek, datum onbekend), 35 × 51 cm Gemeentemuseum Den Haag

‘Morandi is een schilder voor schilders, zoals ook Marquet dat is”, zei de Belgische schilder Luc Tuymans tijdens de persconferentie in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Tuymans sprak daar omdat hij een zaaltje met zijn eigen stillevens heeft ingericht als aanvulling op het grote Morandi-retrospectief dat er nu te zien is.

Ongetwijfeld komt er op die tentoonstelling ook veel niet-schilderend publiek af, want het werk van Giorgo Morandi (Bologna, 1890-1964) is allerminst obscuur. Maar Tuymans heeft een punt. Om Morandi’s schilderijen ten volle te waarderen moet je misschien zelf schilderijen maken, liefst stillevens. Je moet op zijn minst proberen er met de ogen van een schilder naar te kijken.

Of met die van een beeldhouwer. Want Morandi schilderde stillevens met flessen, schalen en doosjes, maar voordat hij die plat maakte op het doek, maakte hij ze natuurlijk eerst ruimtelijk in het echt. In steeds andere opstellingen. De flessen strak tegen elkaar aan. Een doosje daar weer pal naast. Iets eraf. Iets erbij. Schuiven, kantelen. Andere volgorde. En dan pas schilderen.

Een stillevenschilder attendeerde mij onlangs op Morandi’s kleurgebruik. Zijn kleuren, zei ze, hebben vaak ongeveer dezelfde grijswaarde. Ik weet niet of ik dat zelf zo snel zou hebben opgemerkt, maar in Brussel zag ik wel dat ze gelijk had. De doosjes en flesjes hebben allemaal hun eigen kleur, maar qua toon liggen ze niet ver uiteen. Aan sterke contrasten deed Morandi nauwelijks, een reproductie in zwart-wit wordt al gauw één grote grijstint. In het echt en van dichtbij blijkt intussen dat er maar heel weinig echt grijs in de schilderijen zit. Er is donker- en lichtbruin grijs. Rood grijs, blauw grijs, geel grijs. Kleurloos wordt het nooit.

En al die vibrerende vlakken zijn voorzichtig geschilderd, schroomvallig bijna. Morandi zette penseelstreken op een doekje zoals – alweer – beeldhouwers stukjes klei of was op een kleine sculptuur plakken. Hij was het tegendeel van een macho schilder. Een grote man (bijna twee meter, en een eeuw geleden was dat nog wat opvallender) die zich fijngevoelig met kleinigheden bezighield.

In zijn etsen had Giorgo Morandi geen toetsjes en kleur tot zijn beschikking, dus daarin moest hij de vlakken vullen met een meer of minder fijnmazig patroon van (kruis)arceringen. Die arceringen werken als het raster in een zwart-witreproductie: dit zijn dus Morandi’s eigen vertalingen van de stillevens in grijswaarden. Zonder kleur werden de verschillen soms al te subtiel, en het is misschien daarom dat hij in zijn etsen vaak de contrasten wat opvoerde. De kleuren zijn tot arceringen gereduceerd, maar we krijgen er meer puur zwart en wit voor terug.

Opmerkelijk is dat Morandi de zachtgekleurde voorwerpen vaak een relatief harde omtreklijn gaf, terwijl hij slagschaduwen – de donkertes die een ding in werkelijkheid omringen – gewoon wegliet als hij ze in de compositie niet gebruiken kon. Ook eigen schaduwen liet hij weleens achterwege. Dan werd een licht flesje bijvoorbeeld een platte witte vorm in een donker ensemble. Een uitgeknipt silhouet.

Wat hij met schaduwen deed, deed hij ook met de fysieke gedaante van de objecten. Soms heeft hij stukjes opengelaten, onderdelen niet ingevuld, met als gevolg dat voorwerpen samensmelten met de achtergrond of met andere voorwerpen. Waar een witte fles een witte trommel oversnijdt, houdt haar donkere omtreklijn even op. Daar worden de twee witte dingen samen één wit ding.

Als je met Morandi meekijkt, ga je verbanden zien. Verhoudingen. Vormen en restvormen praten met elkaar, lijnen van het een worden voortgezet in het ander. Verschillende spullen vormen samen een blok, een kleine rechthoek in het grote rechthoek van het schilderij. En die verbanden houden niet op bij de tafelrand. In zijn geschilderde en geëtste landschappen, waaraan in Brussel een paar zalen zijn gewijd, trok Morandi ook vormen bijeen. Verschillende schaduwpartijen gaan een verbond aan, blaadjes en takken worden één groene rorschachvlek tegen een zonbeschenen gevel. Als ramen en deuren niet goed uitkwamen is zo’n gevel blind gemaakt. Huizen staan als doosjes naast en achter elkaar, alsof de schilder ze zo heeft neergezet. In de ogen van Giorgo Morandi was de hele wereld een stilleven.

Giorgio Morandi, Retrospective. T/m 22 september in BOZAR/Paleis voor Schone Kunsten, Brussel. Inl: www.bozar.be