Opinie

NRC en de ‘Arabische Lente’: blind optimisme of distantie en scepsis?

De ombudsman

Nu dan een ‘Turkse Lente’, na de Arabische?

‘Stam is sterker dan staat’, kopte de krant over Arabische naties

Of hebben de media zich vergist, en is er helemaal geen sprake van ‘lente’ in het Midden-Oosten, maar van louter chaos en ellende?

Martin Bosma, Tweede Kamerlid voor de PVV, beklaagde zich bij mij dat een opiniestuk van hem was afgewezen waarin hij NRC Handelsblad, en de media in het algemeen, blinde euforie verweet over de ‘Arabische Lente’. En rancune: columnist Hofland had er bijvoorbeeld het ongelijk van de PVV over de moslimwereld in gezien.

Mocht hij dat niet aankaarten?

Bosma schrijft mij: „Er was geen enkele columnist bij jullie die kritisch schreef over de zogenaamde Lente.” En: „Jullie wilden dat het lente was. Dus gingen jullie roepen dat het lente was. [...] Misschien dat er in de bijzin van een commentaar ergens een kritisch regeltje is te destilleren, maar het centrale thema was (heel lang) optimisme.”

Zou het?

Wat mij bij een eerste blik in de archieven van de krant eerder opvalt dan blind optimisme, is de gestage stroom van sceptische, kritische en onheilspellende geluiden.

Dat begint al met een commentaar na het begin van de opstand in Tunesië: als er geen „compromis” mogelijk is, liggen daar „alle opties” open, ook voor „fundamentalisten en radicalen”. En later, over de Lente in het algemeen: „Van echte machtswisselingen is bijna nergens sprake.” Op Opinie schrijft Walter Laqueur dat opstand „nog geen democratie maakt”. Iets later stuit „de verhoopte ‘Arabische Lente’” volgens het commentaar al op „haar kille grenzen”, mede door „gewapende restauratie”. Dit is allemaal begin 2011, dus vroeg.

En hé, daar hebben we, in maart 2011, Martin Bosma zelf. In de column die hij toen in de krant had, schrijft hij: „Een waarlijke democratie, gebaseerd op een samenleving die is doordrenkt met islam, koran, sharia en jihad; ik zie ’t niet gebeuren. Dat vele moslims oprecht naar vrijheid hunkeren, brengt daarin geen verandering.”

Het Kamerlid had zijn mening over de Lente en de media toen dus al klaar én gegeven, want hij klaagde ook twee jaar geleden al dat ‘iedereen’ in de media de ‘Lente’ bejubelde. Trouwens, wat die lieflijke term betreft, de krant gebruikte die vaak tussen aanhalingstekens, en bovendien: de Praagse ‘Lente’ bleef zo heten, ook toen de Sovjet-tanks waren binnengerold.

Nou ja, eigenlijk gaat het heel 2011 zo door. Zeker, er klinkt ook stellig optimisme, maar de scepsis blijft onmiskenbaar. In de bijlage Atlas Arabisch Ontwaken schrijft Midden-Oostenredacteur Carolien Roelants: „Het idyllische beeld van een ‘Arabische Lente’ is na vijf maanden achterhaald.” Er is één winstpunt: de bevolking durft de straat op. Maar zij stuit „op grenzen die de Arabische wereld maar al te bekend zijn.” En Francis Fukuyama voorspelt in een interview: „De Arabische Lente zal eindigen in een teleurstelling.” Kop: Niet onder elke dictatuur zit een prachtige democratie verborgen. Geen wonder, legt Dirk Vlasblom uit, want: „De Arabische wereld heeft geen ervaring met democratisch gekozen leiders”, wel met „oude, voorname en vaak meedogenloze sterke mannen”. Kop: Stam is sterker dan staat.

‘Arabische Lente’ heeft wereld gevaarlijker gemaakt, meldt de krant een maand later. Ook dat nog.

En dan zet Roelants het nog eens op een rijtje: „De belofte van de Arabische Lente is niet uitgekomen.” Toch al niet geneigd tot zoetsappigheid, stelt zij vast dat de „romantische verhalen-met-een-goed-einde” een illusie bleken.

Meer? Ik kan nog een column noemen van Rosanne Hertzberger, die een „rampscenario” schetst vol „burgeroorlogen”, „nieuwe islamitische revoluties” en een „stroom bootjes” naar Europa. Of een opiniestuk van Maarten Zeegers, die weet: „In Syrië is elke vader een dictator en iedere echtgenoot een president Assad.” Of Philip Jenkins, die waarschuwt dat de opstand in Syrië „een ramp voor christenen’” kan worden. Of de Syrische dichter Adonis, bevreesd voor een „terugkeer van de religie” en de „monotheïstische haat”.

En dan zijn we pas in de herfst! Mijn hemel, tegen de winter begin je haast te snakken naar een portie wereldvreemde politieke correctheid of zalvende islamofilie.

Tevergeefs. Eind 2011 concludeert, alweer, Roelants: „De zo aanstekelijke euforie is voorbij [..] De aardige jonge mensen met hun laptopjes en iPhones zijn naar huis geknuppeld of gemarginaliseerd.” Zij wijst ook op de positie van vrouwen, in een landenoverzicht waaruit blijkt dat vrouwen „beter af” waren in het Irak van Saddam en het Egypte van Mubarak dan nu.

En voor we het vergeten: dure grap, die Lente: ‘Arabische Lente’ kost al 55 miljard dollar, meldt de krant.

Van de weeromstuit wordt op de opiniepagina in 2012 wel gepleit voor „geduld”, door Petra Stienen. Maar zij krijgt direct weerwoord van Maarten Zeegers: Die Arabische Lente is één grote illusie. En daar was ook weer Ayaan Hirsi Ali, die paginagroot wees op de „bloedige christofobie” in de islamitische wereld.

Kortom, ik kan me Bosma’s ergernis wel voorstellen over, bijvoorbeeld, dat vrolijke dansen op tafel bij Pauw & Witteman. Media raken graag bevangen door revolutie. En je kunt van alles vinden van de berichtgeving, ook in deze krant. Maar dat die zich liet leiden door blind wensdenken, lijkt mij een geval van fact free opiniemaken.

Ja, deze krant ondersteunt in de commentaren demonstraties voor meer vrijheid en democratie – lux et libertas, nietwaar. Wie vindt dat die geen plaats verdienen in de Arabische wereld, moet het zeggen.

En de PVV? Hofland gebruikte de Lente om die partij af te serveren. Daar kan Bosma hem op aanspreken. Maar ook hij noemde die Lente later „een doolhof”.

Kortom, zelfs dat was een heel kort dansje op tafel.