'Mam, ik ik er aan denk dat toe ben'

Sociologie Amerikanen vinden het belachelijk, maar Nederlanders hebben er geen moeite mee: dat verliefde tieners bij elkaar slapen. De Amerikaanse socioloog Amy Schalet pleit voor de Nederlandse aanpak.

Katlyn Gardner,17 of Middleburg Heights and Pat Ryan,16 of Brooklyn dance in the ball room at the Lacentre in Westlake for the Midpark Prom on Friday night. (Kyle Lanzer/Sun News)
Katlyn Gardner,17 of Middleburg Heights and Pat Ryan,16 of Brooklyn dance in the ball room at the Lacentre in Westlake for the Midpark Prom on Friday night. (Kyle Lanzer/Sun News)

Ze mocht het alleen aan haar familie, haar vrienden en een enkele collega vertellen. En vooruit, ook aan NRC Handelsblad. Dat ze met haar boek Not under my Roof de Goode Award 2013 had gewonnen, de prijs van de American Sociological Association voor het beste boek op het terrein van de gezinssociologie. De prijs wordt haar uitgereikt in augustus, tijdens de jaarvergadering van de ASA. Het is niet de eerste onderscheiding die haar boek krijgt, Not under my Roof werd al twee keer eerder gelauwerd.

Gefeliciteerd met uw prijs. Is het ook niet een prijs voor het Nederlandse model van seksuele opvoeding?

Amy Schalet lacht. “Ja, zo zou je het misschien kunnen zien.”

We spreken elkaar over de telefoon. Schalet doceert sociologie aan de universiteit van Massachusetts in Amherst. Ze spreekt goed Nederlands, want ze groeide op in Leiden. Toen ze twee was (in 1970) kreeg haar vader een baan aan de Leidse universiteit. Aan het einde van de jaren tachtig verhuisde het gezin Schalet weer naar de VS.

Anderhalf jaar geleden kwam haar boek uit. Ze heeft er inmiddels talloze lezingen over gehouden en ze kwam ermee op CNN. Ze deed onderzoek naar een kenmerkend verschil tussen Nederland en de VS: terwijl Nederlandse ouders er weinig problemen mee hebben als het vriendje of vriendinnetje van hun tienerkinderen bij hen blijft slapen, moeten Amerikaanse ouders daar niets van hebben. Not under my roof!

Het viel Amy Schalet op toen ze in de jaren tachtig af en toe in Amerika terugkwam om familie en vrienden te bezoeken. “Progressieve mensen, net als wij, maar ik merkte al gauw dat er daar heel anders werd omgegaan met jongeren en seks. Ik weet nog dat ik tegen een vriendin van 17 zei dat ik aannam dat haar vriendje bij haar bleef slapen en dat ze dat compleet onvoorstelbaar vond.”

Ze vond het raadselachtig. Mensen zoals zij en haar kennissen en vrienden in Nederland, blank, goed opgeleid, maar in dit opzicht totaal andersdenkend. En het zijn breed gedeelde opvattingen, met heel concrete gevolgen. Terwijl in Amerika een op de vijf meisjes aan de pil is bij het eerste seksuele contact, zijn Nederlandse meisjes veel beter voorbereid: drie op de vijf slikken de pil. Tienerzwangerschappen komen in de VS vier keer zoveel voor: 61 per 1.000 meisjes van 15 tot 19 jaar, tegen 14 per 1.000 in Nederland. Dat verschil is voor een groot deel toe te schrijven aan het feit dat er in de VS een groot armoedeprobleem heerst, vooral in de zwarte onderklasse. Maar ook als je alleen Amerikaanse blanken met Nederlandse autochtonen vergelijkt blijft het verschil bestaan: dan zijn er in de VS 38 tienerzwangerschappen per 1.000 meisjes tegen 11 in Nederland. In één opzicht lijken Nederlandse en Amerikaanse tieners erg op elkaar: het eerste seksuele contact vindt overwegend plaats op zeventienjarige leeftijd.

Waar kwamen die verschillen vandaan? Die vraag bleef Schalet achtervolgen en ze deed er jarenlang onderzoek naar. Ze interviewde Nederlandse en Amerikaanse ouders, allen behorend tot de blanke middenklasse, en hun tienerkinderen. In totaal 130 lange interviews, waarin ze vroeg naar houdingen ten opzichte van opvoeding, toekomstplannen, ouderlijke regels, alcoholgebruik en seksuele ervaringen.

De voorbeelden in haar boek zijn veelzeggend. Neem het geïnterviewde Nederlandse echtpaar Jolien en Mark, de ouders van de zestienjarige Natalie (alle namen in haar boek zijn pseudoniemen). Jolien heeft haar dochter al lang geleden op het hart gedrukt: “Als je er aan toe bent, zeg het dan eerlijk en gebruik de pil.”

Op een dag vraagt Natalie of haar vriendje Rob, met wie ze al enige tijd ‘verkering’ had, bij haar mag slapen. Haar moeder vindt het goed. Ga maar praten met je vader, zegt ze tegen Natalie.

Geen sprake van, vindt haar vader. Hij zou zich niet meer vrij voelen in zijn eigen huis. En tegen zijn vrouw zegt hij dat hij vroeger óók niet bij haar mocht blijven slapen. Die strijd verliest hij spoedig. Zijn dochter wijst hem erop dat hij nooit gezegd heeft dat hij zich niet vrij voelde als er een vriendin bleef slapen. En zijn vrouw zegt tegen hem: “Moeten zij daar boete voor doen? Dat jij indertijd niet bij mij mocht slapen?”

Mark capituleert en Natalies vriendje mag blijven logeren. “En Mark heeft er nu geen enkel probleem meer mee”, zegt zijn vrouw.

Natalie en Rob hadden niet meteen seks, vertelt Natalie. Het gebeurde na drie maanden. En toen slikte ze de pil. Een paar maanden daarvoor was ze met haar moeder naar de huisarts gegaan. Ze had in een tienertijdschrift over de pil gelezen als een middel om haar menstruatie te regelen. “Dat wil ik ook”, had ze tegen haar moeder gezegd. De volgende dag zaten ze samen bij de huisarts.

Dit scenario wordt door Schalet de “normalisering van de adolescente seksualiteit” genoemd. Ouders en kinderen blijven in contact met elkaar, bespreken de situatie en maken afspraken. En, zegt Schalet, uiteindelijk houden ouders daardoor greep op het seksuele gedrag van hun kinderen, het is ‘controle door connectie’.

In de VS gaat het er heel anders aan toe. Daar overheerst het model van de ‘dramatisering’. Voor een voorbeeld zorgen de geïnterviewde zestienjarige Stephanie en haar moeder Cheryl. Cheryl is een moderne moeder, ze is bijvoorbeeld niet tegen abortus. Moeder en dochter zijn heel close, maar op een dag zegt Stephanie: “Mam, ik denk dat ik er aan toe ben.” Ze wil bij haar vriendje blijven slapen. Maar daar wil Cheryl niets van weten. “Je bent te jong, je bent je niet bewust van de mogelijke gevolgen.” Stephanie protesteert, ze zegt dat ze op internet haar licht heeft opgestoken over morningafterpillen en anti-conceptie. Maar haar moeder weet van geen wijken. Seks is niet voor jonge mensen, vindt ze. “Ik denk niet dat je er veel aan hebt. Je bent te jong, en degene met wie je naar bed gaat is ook te jong om het je naar de zin te maken.” Toch gebeurt het na enige tijd – en de twee jonggeliefden hebben geen voorbehoedsmiddelen gebruikt. Met betraande ogen staat Stephanie de volgende dag in de apotheek om naar de morningafterpil te vragen.

Haar moeder hoopt dat het een goede les is geweest en dat Stephanie nu ook ziet dat het belangrijk is met seks te wachten tot ze op eigen benen staat. Ze hoopt ook dat haar dochter ziet hoe ongelijk de verdeling is in dat soort gevallen: “Zij moet naar de apotheek, hij niet. Zij is ziek van die pil, hij niet. En het is hier een klein stadje, iedereen kent iedereen. Ik maak me zorgen over haar reputatie.” Ook Cheryls zoon, die 18 jaar is, mag van haar niet bij een vriendin slapen. Dat zou allemaal veranderen als hij het huis uitgaat en gaat studeren, want dan, zo vinden zijn ouders, mag hij doen wat hij wil.

Maar tot die tijd is seks gevaarlijk?

Schalet: “Ja. De meeste Amerikanen denken dat als je kinderen van 16, 17 jaar toestaat bij elkaar te slapen, dat je dan meteen sodom en gomorra hebt. Tieners worden geregeerd door biologische drijfveren, door hun hormonen, dat is het idee. Ze kunnen daaraan geen weerstand beiden en daarom kunnen hun ouders maar beter zien te voorkomen dat ze seks hebben, in ieder geval in het ouderlijk huis. Tieners kunnen geen verantwoorde keuzes maken, vinden ze. Het Nederlandse model, waarin tieners bij elkaar mogen slapen vinden ze belachelijk, of verontrustend.

“Dat tieners ook werkelijk verliefd kunnen worden, dat ze een relatie kunnen hebben waarin ze ook seks hebben, daar willen Amerikanen niet aan. Dat is iets voor later, vinden ze, als ze op eigen benen staan.”

Waar komt dat idee vandaan?

“Natuurlijk speelt religie een rol. Amerikanen zijn veel religieuzer dan Nederlanders. Maar ik heb in mijn onderzoek gelijke groepen met elkaar vergeleken: blank, behorend tot de middenklasse en onkerkelijk of gematigd christelijk. En dan zie je die verschillen nog steeds. Het is een breed gedeeld idee over het individu. Amerikanen vinden dat je wordt wie je bent door strijd, met jezelf en anderen. Je moet je ook niet te vroeg binden.

“In de Amerikaanse samenleving wordt het idee van onderlinge afhankelijkheid van de mensen min of meer ontkend. Dat ‘antagonistisch individualisme’ staat tegenover het Nederlandse model van ‘afhankelijk individualisme’, waarin veel meer ruimte is voor het idee dat je wordt wie je bent binnen de relaties die je met andere mensen hebt.”

Die Amerikanen zijn toch ook zelf jong geweest? Ze weten toch hoe het gaat?

“Zeker. Maar de Amerikaanse ouders die ik interviewde zeiden vaak tegen me: ‘Je wilt niet dat ze doen wat ik deed.’ Dan hebben ze het over hun eigen negatieve ervaringen met drank, seks en ongewenste zwangerschap. Ze zien de generaties als tegenpolen. Jongeren rebelleren nu eenmaal, vinden ze, en het is de taak van de ouders om dat te stoppen.”

Wat zijn de negatieve gevolgen van dat pedagogische model?

“Om te beginnen: tienerzwangerschappen. Je moet er wel meteen bij zeggen dat dat die sterk een armoedeprobleem zijn. Ze komen het meest voor in de armste lagen van de samenleving.

“Maar verder zorgt de stereotypering die met dat model samenhangt voor nogal wat ellende. Veel Amerikaanse ouders hebben een heel goede relatie met hun kinderen, de kindertijd wordt verheerlijkt, ze voelen zich erg betrokken bij sport en andere activiteiten. Maar als die kinderen pubers worden, worden hun ouders bevangen door angst. Ze denken dat hun kinderen in kleine monstertjes veranderen.

“Dat leidt tot een self-fulfilling prophecy: jongeren hebben het idee dat ze niet meer bij hun ouders terecht kunnen, ze moeten het dan min of meer zelf uitzoeken en de invloed van de peer group wordt dan belangrijk.

“En daar overheersen diezelfde stereotiepe ideeën: dat jongens geen gevoelens hebben en alleen op liefdeloze seks uit zijn. Meisjes die seks hebben gehad – of van wie het vermoed wordt – worden al gauw een slet genoemd. Zowel voor jongens als voor meisjes werkt dat negatief.”

Dus u pleit voor het Nederlandse model ?

“Ik heb na de verschijning van mijn boek tientallen lezingen gegeven en ik ben geïnterviewd en op de televisie geweest. Het werkt niet als je Amerikanen vertelt dat het geen probleem is dat je tienerkinderen bij elkaar slapen. Daarvoor is het idee dat er een scheidslijn moet bestaan tussen het huiselijk leven en de tienerseksualiteit te diep geworteld. Ik vertel altijd dat de opgave is dat je als ouder in contact blijft met je kinderen, dat je ze niet de deur uitjaagt en dat je niet bijdraagt aan een cultuur waarin je zoon als een roofdier wordt gezien en je dochter een slet wordt genoemd. Dat kan als je accepteert dat tieners verliefd kunnen worden en dat ze – mits goed voorbereid en in de juiste omstandigheden – ook seks kunnen hebben. Control through connection. Voor dat verhaal staan de Amerikanen steeds meer open.”

Heeft het Nederlandse model ook nadelen?

“Ik gebruik in mijn boek heel vaak het woord gezelligheid, onvertaald. Je kunt het Nederlandse model eigenlijk alleen maar begrijpen als je dat woord begrijpt. Het geeft goed aan hoe er in Nederland wordt gedacht: het is toch gezellig als er iemand blijft slapen. Dat woord verwijst ook naar de afspraken die dat met zich meebrengt, naar respect voor elkaar en naar zelfbeperkingen – het moet wel gezellig blijven.

“Maar wat doe je als het niet gezellig is? Voor seksuele dwang en grensoverschrijdend gedrag schiet het gezelligheidsmodel en de taal die daarin wordt gehanteerd vaak tekort. Daar zijn Nederlanders niet zo goed in. Amerikanen hebben er veel minder moeite mee om die gevaren te zien en te benoemen.”

In Nederland zijn er nu ook andere zorgen: cyberseks, webcamplaatjes die de hele school rondgaan.

“De ouderlijke controle heeft daar inderdaad veel minder greep op. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar ik weet wel dat Amerikaanse ouders er veel minder problemen mee hebben om regels te stellen. Ze zien het ook als hun verantwoordelijkheid om te kijken wat hun kinderen op internet hebben gedaan, ze hebben er geen moeite mee om de rol van detective te spelen. Aan de andere kant: in Nederlandse gezinnen is seks beter bespreekbaar, dus het is best mogelijk dat Nederlandse ouders het eerder horen als dergelijke problemen zich voordoen.”

Amy T. Schalet: Not under my roof. Parents, Teens, and the Culture of Sex, University of Chicago Press, 2011, 298 blz.