Een riante holwoning

eist een knap alibi voor het onzindesign van de Civic. En hij krijgt het.

Eerst zie je provocante aandachttrekkerij; een idioot verminkte vijfdeurs hatchback, op de tekentafel toegetakeld als gezichten op Picasso’s ezel. De ontwerpers van de Honda Civic hebben zich uitgeleefd als amateurschilders na een cursus kunstgeschiedenis, en wat zullen zij hun daden enthousiast hebben verdedigd bij de baas. „Niet gek. Is kunst. Is modern.”

Dit Hondaatje kaapt met zijn kinderlijke onderscheidingsdrang het recht dat in de kunsten artistieke vrijheid heet. Over de volle breedte van de achterzijde loopt een reflectorband die de twee achterruitpartijen scheidt. Hij slaat een brug tussen de bizar uitstulpende achterlichten, abcessen van een vorm waarvoor de meetkunde geen naam heeft. Het dashboard steekt als een bergplateau zo diep het interieur in dat de voorruit extreem schuin moest worden geplaatst om de enorme afstand tussen motorkap en dak te overbruggen.

Om de gestrekte meter plastic tussen raam en stuur reliëf te geven is de cockpit opgesplitst in twee etages. Op de ‘bovenverdieping’ strekt zich een Prius-achtig display uit, waarop de digitale snelheidsmeter is geflankeerd door wegdekachtige symbolen die blij groen oplichten wanneer je zuinig rijdt; daaronder bevindt zich een analoge toerenteller tussen kleinere meters voor watertemperatuur en brandstofpeil.

Zij- en achteruitzicht zijn door de hoog geplaatste portierruiten en de forse dode hoeken waardeloos. De kont is zo hoog dat de achterruit boven de reflectorband vrijwel horizontaal in het verlengde van het dak ligt, waarmee de Civic bijna een gecamoufleerde stationcar is geworden. De dynamisch bedoelde welvingen boven de wielkasten lopen voor en achter dood in grove stompe hoeken, zonder organisch te vervloeien met voor- of achterzijde. Onder de achterlichten zijn – alles voor de aerodynamica – twee staafvormige luchtgeleiders aangebracht, die op de foto’s in de brochure waarschijnlijk om esthetische redenen zijn weggeretoucheerd. Voor design verdient de Civic op papier de poedelprijs. Honda zal een knap alibi moeten hebben om weg te komen met die onzin.

Dat alibi is ruimte. De cabine, als een riante holwoning verzonken in de gedrongen carrosserie, biedt verrassend veel armslag. De zogenaamde ‘magic seats’ achterin beschikken naast neerklapbare rugleuningen over opklapbare zittingen, waardoor achter de voorstoelen ruimte ontstaat voor mountainbikes of andere grote voorwerpen. Door de hoge achterkant is de bagageruimte met een inhoud van 477 liter fors royaler dan bij de concurrenten in de Golf-klasse. Met neergeklapte magic seats groeit hij naar 1.210 kubieke decimeters. Ik buig. De ogenschijnlijk onverdedigbare Civic-vorm is ergonomisch onweerlegbaar om de ruimte heen gebouwd. Deze Honda is, zoals meer modellen van dit ingenieursmerk, een doordachte bundeling van valide ideeën.

Het nieuws aan deze Civic, sinds januari 2012 op de markt, is de direct ingespoten 1.6 i-DTEC turbodieselmotor. Die is bedoeld als het zachtmoedige, schonere alternatief voor de grotere 2.2-diesel die Honda al jaren voerde, maar het blijkt een energieke krachtbron die zich met zijn brede, kernachtige geluid positief onderscheidt van de vaak wat bedremmeld klinkende ecodiesels in deze prijsklasse. Met zijn voor de bescheiden cilinderinhoud hoge vermogen van 120 pk en een koppel van 300 Nm is hij dermate alert dat ik uit achterdocht op het kentekenbewijs check of de importeur niet abusievelijk de 30 pk sterkere 2.2 heeft meegegeven.

Japanse BMW

Bij Honda geen stoere premiumverhalen, maar de bouwkwaliteit is in orde. De deuren slaan dicht met een mooie degelijke klap, de zesversnellingsbak schakelt met een plezierig soort weerstand. Hij rijdt als een Japanse BMW, met een technologische precisie die het hart treft. Zijn mooiste eigenschap is dat hij zijn ecologische pretenties waarmaakt, blijkt op de dag waarop ik door omstandigheden haast moet maken om hem tijdig terug te brengen bij de importeur. Bij vertrek tank ik. Als ik na 180 kilometer met snelheden tussen 130 en 150 kilometer per uur de Civic bijvul, krijg ik er met pijn en moeite 8,23 liter in. Geamuseerd constateer ik dat ik met mijn ruige rijstijl bijna 1 op 22 heb verbruikt – shockerend goed.

Het is een gotspe dat de Civic door zijn marginaal te hoge CO2-uitstoot op de zakelijke markt niet in aanmerking komt voor de laagste bijtelling; hij had als een van de bekwaamste spaarders het troetelkind van de zakelijke rijder kunnen worden. Zijn fiscale lot verjaagt hem naar de marge. Dat hoeft particulieren niet van aanschaf te weerhouden; met airco, cruise control en radio/cd-speler kost hij net geen 25.000 euro. Fantastische auto. Maar treed qua rijgedrag niet in mijn voetsporen, bid ik u. Wat ik bij de pomp bespaarde, mag ik van de staat aan boetes overmaken.