Drie procent ook voor VVD niet heilig meer

Het begrotingstekort kan hoger worden dan 3 procent, vinden PvdA en VVD. Kort geleden dacht de VVD daar anders over.

Het was de week waarin de VVD, zij het gemaskeerd, opnieuw een harde eis liet vallen.

De coalitie liet het uitgangspunt los om het begrotingstekort volgend jaar onder de 3 procent uit te laten komen. En de VVD-fractie in de Kamer wekte stellig de indruk dat ze op dit punt soepeler is geworden dan voorheen.

Dit was het gevolg van de politieke deal die Samsom (PvdA) en Zijlstra (VVD) donderdag bevestigden, na berichtgeving in deze krant. Als zij de komende weken onderhandelen over extra bezuinigingen in 2014, vertelden ze, hanteren ze een maximum bedrag van 6 miljard euro. Ongeacht tot welk tekortpercentage dit leidt.

Hoezeer dit afwijkt van de eerdere positie van de VVD-fractie, blijkt uit een interview dat Zijlstra nog op 14 april gaf bij Eva Jinek op Zondag. Hem werd toen gevraagd naar uitlatingen van minister Schippers (Volksgezondheid, VVD), die in het Algemeen Dagblad het streven naar 3 procent relativeerde.

Zijlstra zei: „Als je gaat zeggen: we doen niet 3, maar 3,2 of 3,5 procent, dan schuift het elke keer op en stellen we elke keer uit, en blijven we geld uitgeven van onze kinderen en kleinkinderen.” Het moest „volgend jaar” 3 procent worden, „en daarna doorgroeien naar 0 procent”. En geen gemarchandeer. „Als je de grens opschuift, dan ga je schuiven met het kabinet, met waar de VVD voor staat. Dat gaan we niet doen.”

Deze week bleek dus dat de coalitie dit wel gaat doen. Premier Rutte kreeg vrijdag na afloop van de ministerraad voorgelegd hoe hij reageert wanneer het CPB in augustus, als de begroting 2014 definitief wordt vastgesteld, een tekort van 3,8 procent voorziet. Geen gekke gedachte, nu economisch herstel uitblijft. Gaat het kabinet dan meer bezuinigen dan de 6 miljard die het nu van plan is? Rutte weigerde dit laatste te beamen.

Alibi voor de koerswijziging was deze week het bezoek van eurocommissaris Olli Rehn (begroting) aan Nederland. Als de economie zich slecht blijft ontwikkelen, legde de Fin uit aan Rutte en minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA), dan hoeft het begrotingstekort wat Brussel betreft niet onder de 3 procent te komen. In dat geval zou het voldoende zijn om 1 procent van het bruto binnenlands product te bezuinigen: 6 miljard euro.

In de Tweede Kamer leek de koerswijziging van Rehn nog op verzet van de VVD te stuiten. Kamerlid Mark Harbers vroeg in het openbare gesprek met Rehn bijna verontwaardigd waarom die 1-procentsregel opeens leidend was. In de concrete aanbeveling van mei was de nieuwe regel zelfs niet eens genoemd, aldus Harbers. Maar die verontwaardiging is inmiddels verdwenen bij de VVD.

Want de Brusselse koerswijziging kan de coalitie een hoop problemen schelen. Maandag sprak De Nederlandsche Bank de verwachting uit dat het tekort komend jaar zelfs op 3,9 procent uitkomt.

Rehn verklaarde dinsdag dat een structurele bezuiniging van 6 miljard al een hele opgave zal zijn. En gelijk heeft hij. De PvdA wacht bijvoorbeeld allerminst een probleemloze periode. Zo wordt in de coalitie, ook door sociaal-democraten, hardop gesproken over een mogelijke ontkoppeling van lonen en uitkeringen.

Voor sociaal-democraten ligt dat zeer gevoelig, zeker nu de werkloosheid oploopt en een PvdA-gezicht, vicepremier Lodewijk Asscher, de maatregel zou moeten dragen. Ontkoppeling is bovendien historisch zeer beladen: markante PvdA’ers als Den Uyl en Kok definieerden hun politieke positie geregeld met verzet tegen ontkoppeling.

Tegelijkertijd laat de overeenkomst over de 6 miljard zien dat het onderlinge vertrouwen in de coalitie groot blijft. Het geloof in een brede deal met de oppositie is volledig verdwenen, een vorm van helderheid die ook scherpte terugbrengt: VVD en PvdA moeten het samen rooien.

Bewindslieden laten merken dat ze nog steeds moeten wennen. VVD’ers vertellen verwonderd dat PvdA’ers besluitvorming eindeloos ophouden omdat ze zo graag principiële discussies voeren. PvdA’ers verklaren dit overigens uit de keuze van Samsom om de ministerraad niet voor te koken tijdens het wekelijkse bewindspersonenoverleg op donderdag. Daardoor valt er in de ministerraad steeds nog veel te bespreken.

Ondanks de moeizame relatie met de oppositie, zien ze in de coalitie ook dat sommige bewindslieden werkelijk vorderingen maken. Zo lijkt staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) erin te slagen meerderheden in Tweede en Eerste Kamer te vinden voor zijn – financieel elementaire – hervorming van de langdurige zorg.

Zodoende herleeft het optimisme in de coalitie voorzichtig, en daarmee het vertrouwen dat het kabinet sterk genoeg is om stormen te doorstaan. Ook dat maakte het deze week voor de VVD eenvoudiger die gevoelige draai te maken.