Dode mus

Cultuurbeleid in Nederland: instituten worden geruimd, lege ideetjes ruim beloond. In Rotterdam heb je nu het schandaal rondom het Stadsinitiatief – terwijl in die stad de ene na de andere culturele instelling wordt wegbezuinigd, werd vier ton toegekend aan een project om Rotterdam wereldwijd trending te maken op het internet. Dat was het bedrag dat overbleef toen bleek dat de winnaar (een ijsbaan) de tweeënhalf miljoen die beschikbaar was, niet helemaal nodig had.

Hervormen wordt telkens verward met kapotmaken

Het budget moest op.

De bedenkers van Rotterdam World Wide hebben inmiddels beleefd afgezien van de subsidie. Door de commotie werd Rotterdam gratis en voor niks trending, alleen niet zoals het bedoeld was.

Maar de onderliggende gedachte van het Stadsinitiatief is nog springlevend. D66-wethouder Corrie Louwes: „Het is een experiment om initiatieven en energie in de stad aan te boren, en het is een nieuwe manier van werken voor de gemeente. De Rotterdammers zijn aan zet, de overheid doet een stap terug en faciliteert de innovatieve en creatieve plannen van de bewoners van de stad.”

Sinds een tijdje is de politiek bevangen geraakt door de dynamiek van het mediatijdperk – je kunt beter leuke mediagenieke initiatieven steunen dan zorg dragen voor bestaande culturele instituten. Die instellingen zijn vaak log en weinig innovatief, en bovendien niet nieuw, zodat je er als bestuurder niet mee kunt pronken. Alles wat een geschiedenis heeft is niet van deze tijd. Vluchtig is het nieuwe dynamisch.

Eind dit jaar wordt het Institut Néerlandais in Parijs gesloten. Bij zijn aantreden had minister Timmermans – het culturele instituut valt onder Buitenlandse Zaken – nog verkondigd dat hij het besluit van zijn voorganger wilde terugdraaien. Een paar maanden later was het volgens dezelfde minister een zegen voor de Nederlandse cultuur in Frankrijk wanneer het instituut werd opgeheven.

Dat zie je overigens steeds bij Timmermans: moedige standvastigheid die vrijwel meteen daarna wordt ingeslikt. Zijn ferme taal over de Russische antihomowet had geen enkel gevolg voor de door handelsbelangen ingegeven festiviteiten in het Nederland-Ruslandjaar. In zijn voornemen om producten uit de bezette gebieden niet langer het etiket Made in Israel te laten voeren, werd hij schielijk teruggefloten. Toen Nederland onlangs een paar honderd miljoen extra voor Europa moest ophoesten, kondigde Timmermans aan zich er niet zomaar bij neer te zullen leggen. ,,Dat geld zijn we kwijt’’, constateerde zijn collega Dijsselbloem op hetzelfde moment.

Timmermans wil het elan terug in buitenlandpolitiek. Vooralsnog is hij minister van dode mussen.

„We moeten niet zo aan instellingen hechten. Het gaat om taken – niet om wie ze uitvoert’’, verklaarde cultuurminister Jet Bussemaker deze week in de Volkskrant. Dat is het nieuwe recept: je bezuinigt eerbiedwaardige instellingen weg en laat iemand anders hun taken er gewoon bij doen, dan is het net alsof je een nieuwe wind laat waaien. Je vernietigt de culturele infrastructuur uit naam van toverwoorden als „professionalisering, efficiëntie en vernieuwing”. Dixit Timmermans.

O ja? Pas nadat Timmermans het Institut Néerlandais een doodschop had gegeven, liet hij onderzoeken hoe het verder moest met de Nederlandse cultuur in Frankrijk. In de podiumkunsten zijn alle achttien productiehuizen inmiddels geruimd, legde de Volkskrant Bussemaker voor. Daardoor is de schakel tussen opleiding en praktijk weggevaagd. De minister: „Talentontwikkeling is inderdaad een probleem. Daarom wil ik de cultuurfondsen vragen om […] programma’s te ontwikkelen om de doorstroming van talent te bevorderen.”

Het paard achter de wagen spannen, heet dat.

Natuurlijk moeten stoffige, in zichzelf gekeerde instellingen hervormd worden. En er moet bezuinigd worden. Maar in Nederland wordt hervormen telkens opnieuw verward met kapotmaken.

Nu dreigt de ondergang van het Tropenmuseum. Negentig banen weg, bibliotheek dicht voor publiek, binnenkort wellicht zelfs helemaal geruimd. Het museum is onderdeel van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, dat zich in de toekomst volledig dienstbaar wil maken aan het bedrijfsleven. Dus moet het museum afgestoten worden. Het personeel heeft een zwijgplicht opgelegd gekregen. Bussemaker: „In mijn Museumbrief schrijf ik dat musea meer moeten gaan samenwerken. Het Tropenmuseum had dat al veel eerder kunnen en moeten doen.”

Wat irriteert, is niet zozeer die hautaine toon, maar dat die gepaard gaat met luidkeels beleden kunstliefde en verheffingsretoriek. Bussemaker: „Met cultuur kun je niet lichtzinnig omgaan. Het is onze gedeelde geschiedenis en onze gedeelde identiteit. Dat moet je koesteren met name daar waar het kwetsbaar is.”

Dode mus.