Vader en zoon Van Ass hebben geleerd afstand van elkaar te nemen

Hockeycoach Paul van Ass passeerde zijn zoon Seve voor ‘Londen’. Vader had daar best last van. „Ik koos op dat moment even voor anderen.”

Ze hebben een soortgelijke mimiek, spreken op dezelfde zorgvuldige, bijna bedachtzame toon en zijn beiden verslingerd aan het hockey.

De één, Seve van Ass (21), moet bij het uitoefenen van zijn sport echter rekening houden met de wetten van die ander, vader (en bondscoach) Paul van Ass (52).

Hoe dat er professioneel aan toegaat? Ter illustratie een fragment uit het duel Nederland-Nieuw Zeeland (3-3), gisteravond het openingsduel voor het thuisland in de Hockey World League te Rotterdam. Als het duel ruim zes minuten oud is, trekt Seve, vernoemd naar de Spaanse golfer Seve Ballesteros, z’n trainingsjasje uit om zich klaar te maken voor zijn eerste invalbeurt. Vader Paul, heftig in de weer met zijn ‘oortje’, geeft, staand in zijn coachvak, nog een laatste instructie – en hup, daar gaat zijn zoon met rugnummer 25.

Eenmaal in het veld valt een zekere gelijkenis moeilijk te ontkennen. Het hoofd zit ietwat weggedoken tussen de schouders, communiceren doen ze met korte, staccato zinnen en af en toe gaat er een hand door het haar om de coupe te fatsoeneren.

Tien minuten na de wedstrijd meldt Seve van Ass, die deze zomer HGC verruilt voor landskampioen Rotterdam, zich in de mixed zone van de Hockey World League. Sproetjes in zijn nog jongensachtige gezicht, het hoofd nog rood van de inspanningen en een trainingsjasje dat hem moet beschermen tegen de frisse wind. Seve van Ass is gematigd positief over zijn optreden. „Volgens mij was het een hele leuke wedstrijd om naar te kijken. Over mijn spel ben ik niet ontevreden. In de tweede helft merkte ik dat ik iets losser ging spelen.” Wat heet: Seve van Ass liet zien dat hij tot één van de meest technische spelers behoort van het Nederlands elftal. Met korte, snelle handelingen is hij zijn tegenstanders vaak te slim af.

Bij HGC, waar Van Ass vijf jaar speelde, ontpopte hij zich van talent tot publieksspeler. Velen dichten hem een grote toekomst toe. Maar bij HGC, de club die zich pas tijdens de laatste speelronde veilig speelde in de hoofdklasse, was het sportieve perspectief te gering voor Van Ass. Hij maakte vorige maand bekend voor twee seizoenen te hebben getekend bij Rotterdam, de nieuwe landskampioen. „Het was vooral een keuze op gevoel”, zegt Seve van Ass. „Ik denk dat deze stap goed is voor mijn ontwikkeling als speler. Bij HGC miste ik net de energie en motivatie om nog langer te blijven.”

Rotterdam voelt daarbij als een vertrouwde omgeving. Het is namelijk de stad waar Van Ass woont, studeert (bedrijfskunde) en tot vijf jaar geleden zelfs nog hockeyde. Destijds bij Victoria, het broertje van HC Rotterdam.

Seve van Ass zal een hoger clubniveau nodig hebben om in beeld te blijven voor het Nederlands elftal, dat wenst te pieken op het WK in Den Haag, volgend jaar zomer, en, verder weg: de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro.

Dat laatste toernooi zal Seve van Ass zeker niet willen missen. Vorige zomer kreeg hij namelijk een flinke klap te verwerken toen hij te horen kreeg dat hij niet geselecteerd werd voor de Olympische Spelen in Londen. Via een kort, zakelijk telefoontje van zijn vader nam hij het nieuws tot zich. „Ik heb het daar best even moeilijk mee gehad”, klinkt het kwetsbaar. „Ik heb mijn vader daarna ook even niet gezien, omdat hij zich wilde focussen op de Spelen en ik eerst op vakantie ging om m’n hoofd leeg te maken. Maar goed, no hard feelings, hoor. Ik ben met een aantal vrienden naar Londen gegaan om het team aan te moedigen. ”

Paul van Ass vond dat bijzonder knap van zijn zoon, vertelde hij gisteravond. „Als topsporter moet je met teleurstellingen om kunnen gaan – en dat heeft Seve op een goede manier gedaan.” Of de vader in hem ook last heeft gehad van zijn beslissing? „Natuurlijk. Maar topsport betekent: het is nooit genoeg, en je krijgt niets gratis. Ik koos op dat moment even voor anderen.”

Of er nadien iets is veranderd in hun vader/zoonrelatie? Zeker, stelt vader Van Ass. En ten gunste, want: „we moesten beiden leren om ietwat afstand van elkaar te nemen om onafhankelijk te kunnen opereren.” Zoon Seve, instemmend: „Op dit toernooi zijn we duidelijk coach/speler, tijdens vakanties of op vrije dagen zijn we vader/zoon. Dat onderscheid voelen we nu veel beter aan.”