Heb mededogen met de stille eilandgasten

In het traagste boek dat hij ooit schreef geeft T.C. Boyle zijn schrijverschap een andere wending. Het menselijk tekort is niet langer lachwekkend.

Een verhaal dat zich afspeelt aan het einde van de 19de eeuw en in het westen van de Verenigde Staten: dan weet je bij voorbaat al dat het zal gaan over tragische gelukszoekers. Het westen van de VS is in de kunst immers altijd de plek geweest waar pechvogels en gelukszoekers het nog één keer wilden proberen. Van dust bowl tot sinaasappelen, van armoede tot gold rush: het westen biedt door de hele Amerikaanse geschiedenis hoop, maar die werd meestal wel danig gefrustreerd.

San Miguel is een eiland dat een kilometer of dertig uit de kust van Californië ligt, en een kilometer of tweehonderd van Los Angeles. Kortom: het is nóg westelijker dan Californië en daarmee in potentie nóg hoopvoller voor wie er terecht komt.

Dat zijn bijvoorbeeld de personages in de nieuwe roman van T.C. Boyle, die naar het eiland is vernoemd: San Miguel. T.C. Boyle die de overtreffende trap van hoop wil beschrijven, dat kán niet goed aflopen, ben je geneigd te denken met een blik op zijn even cynische als fatalistische oeuvre. Het loopt ook niet goed af, maar niet op de manier die je verwacht, want voorspelbaar is het trage, en mooi geschreven San Miguel allerminst.

Boyles vorige boek, Na de barbarij, speelde zich af in hetzelfde gebied, de eilanden voor de kust van Californië, maar het was een boek vol milieudramatiek, terwijl San Miguel eerder historisch is. Boyle volgt twee families aan het eind van de 19de eeuw en in de jaren dertig van de 20ste en hij vertelt hun verhalen vanuit het perspectief van drie vrouwen die allen op zoek zijn naar loutering en zuiverheid. Vrouwen ook die meegesleept worden door het idealisme van hun mannen.

De eerste doet dat heel letterlijk: Marantha Waters lijdt aan tering en hoopt op dit eiland te kunnen genezen door de zuivere lucht. Dat is althans het voorwendsel waardoor ze met haar man Will is meegegaan (en veel geld in het project heeft gestopt dat haar man wil starten op San Miguel).

De roman begint met een lange, indrukwekkende scène waarin ze bloed proestend aan land komt. Haar man, een veteraan uit de Burgeroorlog, wil hier samen met het gezin herstellen en opnieuw beginnen. Maar San Miguel is geen kuuroord en voor dochter Edith – die artistieke ambities heeft – is dit geen plek om haar toekomst vorm te geven.

Ediths culturele moderniteit wordt fraai afgezet tegen de kleinzieligheid van haar omgeving die niet goed raad weet met haar soms wat geëxalteerde uitlatingen; zelfs op het podium zouden die te veel van het goede zijn. Ondertussen wordt de natuur als meedogenloos neergezet – niet alleen als teken van puurheid, maar ook als iets dat een gebrek aan cultuur weerspiegelt.

Wanneer dit familieverhaal op zijn einde loopt, en de boerderij van Will en Marantha leegstaat, is er een ander echtpaar dat op San Miguel terechtkomt: Elise, getrouwd met Herbie Lester, een onuitstaanbare optimist die op energieke wijze de boerderij nieuw leven wil inblazen, maar ook een veteraan uit WO I, wat zijn onverbiddelijke optimisme eens te meer iets sympathieks geeft. Het lukt hem inderdaad om de boerderij weer te laten floreren, totdat de geschiedenis ook dit succes inhaalt, want WO II breekt uit.

In een interview vertelde Boyle dat hij bij het werken aan dit boek geboeid was geraakt door het idee van het onontgonnen gebied, afgesloten van de beschaafde wereld, waar de tijd trager verstrijkt. Daarom gebeurt er soms heel weinig op het eiland – en kunnen er bladzijden gewijd zijn aan het bakken van taart.

San Miguel is dan ook een van de traagste boeken van Boyle ooit. Maar dat is allerminst bezwaarlijk: hij heeft zich aan de drie vrouwen gecommitteerd en weet bijvoorbeeld de verwijdering tussen Marantha en Will schitterend neer te zetten. Treurig is bijvoorbeeld een mislukte bedscène waarbij Will tegen zijn naakte, uitgeteerde vrouw alleen maar kan zeggen: wat ben je mager. Marantha rest niets anders dan zich om te draaien en haar man te laten weten dat zijn gewicht op het matras haar uit haar slaap houdt.

Boyle heeft uitgebreid geput uit bestaande bronnen over het eiland – en het gebruiken van de geschiedenis is een van zijn beproefde methoden. In De weg naar Welville (1994) beschreef hij het commune-achtige idealisme van Kellogg – inderdaad, die van de cornflakes. In Verloren nachten (2003) maakt hij zich vrolijk over het naïeve hippie-idealisme en in De ingewijden (2004) portretteert hij seksuoloog Alfred Kinsey die met zijn Kinsey Reports (1948-1953), de eerste wetenschappelijke studie over de menselijke seksualiteit, aan de wieg stond van de seksuele revolutie. Allemaal mensen die de wereld wilden verbeteren, en allemaal genadeloos afgeserveerd in vlijmscherpe en komische romans vanwege hun grenzeloze naïviteit.

San Miguel is in zijn traagheid een roman over mensen die hun toevlucht zoeken op een eiland om te ontkomen aan de mangel van de geschiedenis. Boyle beschrijft ze met mededogen, hij lijkt misschien wel voor het eerst te betreuren dat het niet mogelijk is om je heil buiten de alledaagse wereld te zoeken. Het valt niet meteen op, maar met San Miguel heeft Boyle zijn schrijverschap een nieuwe wending gegeven; het menselijk onvermogen is niet langer om te lachen.