Droeve concerten van legendarische tenoren

Voor het eerst sinds 1990 in Nederland: stertenor Plácido Domingo gisteravond in de Amsterdamse Ziggo Dome, met zijn twee sopranen Angel Blue (links) en Micaëla Oeste.
Voor het eerst sinds 1990 in Nederland: stertenor Plácido Domingo gisteravond in de Amsterdamse Ziggo Dome, met zijn twee sopranen Angel Blue (links) en Micaëla Oeste. Foto Olivier Middendorp

Plácido Domingo (tenor). Gehoord 13/6 Ziggo Dome Amsterdam. Rolando Villazón (tenor). Gehoord: 12/6 Concertgebouw Amsterdam. (Plácido Domingo vocaal); (orkestrale begeleiding en algehele presentatie beide avonden).

Er zijn van die dagen dat de vergankelijkheid je aanvliegt. Wat drijft Plácido Domingo, 72 maar vocaal respectabel gerijpt, naast interessante operarollen ook platte stadionconcerten te geven? Het antwoord laat zich raden. Helaas voor de organisator Stars in Symphony, initiatief van de volgens zijn site ‘wereldberoemde’ maar bij ingewijden onbekende dirigent Walter Proost, verkochten de 17.000 stoelen niet uit, al leek de Ziggo Dome gisteren met 11.000 mensen goed vol. De site Vakantieveilingen.nl had met lastminute-tickets vanaf 7,50 euro blijkbaar enig soelaas geboden. Het leidde wel tot bizarre gesprekjes in de rij vooraf.

„Ik heb mijn kaartje gekregen.”

„Ik ook.”

„De mijne kostte 245 euro.”

„Oh! De mijne 7,50. Nou ja... dat ze aan je denken is al fijn, toch?”

Veel opwekkender werd de avond niet, ondanks de sfeerverhogend bedoelde aanwezigheid van twee frisse Domingo-protegés, de charmante sopraan Angel Blue en haar stemgenoot Micaëla Oeste, die middelmaat verdoezelde met schalkse mimiek.

Vooropgesteld: met de stem van de inmiddels ook veel als bariton actieve tenor Domingo is niks mis. Bij vlagen hoorde je in aria’s van Wagner (Wintersturme wichen dem Wonnemund) en Verdi en de na de pauze gegeven operette- en zarzuelanummertjes oude glorie herleven, hoe matig de versterking ook was. Maar de aria’s van Domingo werden door het kaartenbakorkest onder de zoutloze leiding van Proost gesmoord in een eenheidssaus. Dat verdragen Wagner en Strauss niet, en Verdi met zijn scherp schakelende dramatiek helemaal niet. Talrijk waren de momenten waarop je dacht: dit is het baslijntje waarbij ik normaal kippenvel krijg. De zaal ontplofte één keer: bij Domingo’s hete bolero Besame mucho, door velen innig meegegalmd.

Beklemmender nog was woensdag de komst van die andere grote stertenor, Rolando Villazón (41), die met het al even verbazend wankele Tsjechisch Nationaal Symfonieorkest een avond vol Verdi bood in het Concertgebouw; zijn debuut aldaar.

Opgejaagd door commercie en passie voor zijn vak belastte Villazón zijn stem eerder al te zwaar. Nu werd hij geplaagd door een keelontsteking. Het programma werd uitgedund en aangepast, de zaaltemperatuur subtropisch opgestookt (prettig voor de stem) maar het redde de avond niet. De aria Eccomi prigioniero over „verdwenen dromen van glorie” deed pijnlijk actueel aan. En het leek te pleiten voor Villazón dat hij zijn debuut in het Concertgebouw ondanks de vocale malaise niet afzegde, maar de ware conditie van zijn stem liet zich nu onmogelijk beoordelen. Een gebrek aan kern en glans werd opgevangen met armgebaren, snikjes, Nederlandse zinnetjes en het achteroverslaan van een biertje. Het succes bij de fans was ovationeel.