denken@nrc.nl

Jonge Turk denkt zelf na

schrijft Fréderike Geerdink, freelance Turkije-correspondent

Dit zijn niet de eerste grootschalige protesten tegen de Turkse AKP-regering van premier Erdogan. Ook in de zomer van 2007 gingen in Ankara, Istanbul en Izmir honderdduizenden de straat op om hun ongenoegen met de partij te uiten. Toch zijn die protesten onvergelijkbaar met die van nu. Ze werden namelijk strak georganiseerd en gesteund door de oude elite van Turkije: stichtingen die het strikt seculiere gedachtegoed van vader des vaderlands Atatürk uitdragen, academici, militairen, en de ooit door Atatürk opgerichte oppositiepartij CHP.

De slogans waren voorgekauwd (‘Turkije is seculier en zal seculier blijven!’) en de demonstranten waren voor een flink deel net zulke schapen als de aanhangers van de partij waartegen ze in het geweer kwamen. Vanuit alle delen van het land werden door de organiserende en steunende partijen bussen georganiseerd naar de demonstratiesteden, en wee je gebeente (lees: je reputatie, je baan) als je daar niet instapte.

Aan de ene kant laten de huidige protesten in precies de oude polarisaties in Turkije zien. Belangrijker is echter dat maar liefst zeventig procent van de demonstranten in Istanbul in een online enquête van een universiteit uit Istanbul aangaf niet gelieerd te zijn aan welke partij dan ook. Tweederde was tussen de 19 en 30 jaar oud.

Dit zijn de jonge, hoogopgeleide stedelijke Turken die het concept van de Grote Leider aan de wilgen hebben gehangen. Zij willen niet terug naar het oude Turkije, zoals de demonstranten in 2007. Zij willen vrijheden, zij willen eindelijk af van autoritair leiderschap dat regeert per decreet. Niemand hoeft hen te bevelen op te komen dagen op strak georganiseerde bijeenkomsten, zij gaan uit eigen beweging de straat op. Zij, met andere woorden, denken zelf na. En daarmee zijn ze de grootste uitdaging waar premier Erdogan ooit mee te maken heeft gehad.