De Uitspraak: Mag Justitie een vordering van 6 euro automatisch verhogen tot 711 euro?

Heeft de burger wel rechtsbescherming als Justitie een tekort van 6 euro volautomatisch verhoogt tot 711 euro? Met commentaar van NJB-redacteur, advocaat en hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden  Tom Barkhuysen en NJB-medewerker Jaap Hulskamp, universitair docent en deskundige verkeersrecht Erasmus Universiteit Rotterdam.

De Zaak. Een automobiliste uit Hoogerheide rijdt begin 2012 18 km te hard op de snelweg en krijgt daarvoor een boete van 143 euro boete plus 6 euro administratiekosten, dus 149 euro. Zij betaalt daarvan alleen de boete van 143 euro – vorig jaar wees een kantonrechter namelijk een bezwaar van een andere automobilist tegen de 6 euro administratiekosten toe. Die automobilist vond dat een burger niet zou moeten betalen voor de uitvoering van de straf, maar alleen voor de straf zelf.

Justitie stelt daarop correct vast dat er slechts deels is betaald en verhoogt het boetebedrag tweemaal tot 438,12. Daarna kijkt Justitie of er een bankrekening bekend is, zodat Justitie zelf het bedrag kon afschrijven. Het bankrekeningnummer is echter niet bekend, waarna de deurwaarder wordt ingeschakeld. Die legt beslag bij de automobilist, inmiddels voor 711 euro.

Wat zegt de automobilist?

Die belde met de centrale verwerkingsinstantie van het Openbaar Ministerie en legde uit de 6 euro pas te betalen als in hoger beroep duidelijk is of dat moet. De verhogingen noemt ze absurd. (Overigens keurde het Gerechtshof die administratiekosten later inderdaad goed.)

Wat zegt Justitie? Die verschijnt niet op de zitting, maar stuurt een brief met standaardreacties. De automobiliste had kunnen weten dat de boetes zouden worden verhoogd. Dat is haar allemaal op tijd meegedeeld. Alle verhogingen en aanmaningen zijn ‘van rechtswege’ – precies zoals het in de wet staat. Tegen de 6 euro had ze ook in beroep kunnen gaan, wat ze naliet. Kortom, het is allemaal uw eigen schuld.

Hoe oordeelt de rechter? Die „vraagt zich af waar het CJIB, als incasserende instantie, en kennelijk in het verlengde hiervan de bevoegde officier van justitie mee bezig is” – een tekort van 6 euro verhogen tot 711 euro en dan de deurwaarder sturen. De burger kreeg een „volledig gestandaardiseerde en geautomatiseerde incassotraject over zich heen”.

De kantonrechter zegt zich „steeds vaker af te vragen” of de manier waarop Justitie boetes int niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat geldt ook deze zaak waar „buiten alle proporties incassomaatregelen worden toegepast”. De officier noch de incassodienst geeft „blijk van enige toetsing aan proportionaliteit en subsidiariteit”.

Over de bescherming van de burger door Justitie is de rechter sceptisch. „De vraag rijst steeds vaker: Wie waarborgt een deugdelijke rechtsbescherming van betrokkene bij de toepassing van de Wet Mulder indien de kantonrechter dit niet doet aan het einde van één van de rechtsgangen binnen deze wet? Het antwoord luidt: Niemand”.

De rechter verklaart het dwangbevel nietig en het bezwaar gegrond. Tot een dwangbevel had „in alle redelijkheid nooit besloten mogen worden”. De officier had die zes euro ook op een andere, minder kostbare manier kunnen innen. „Handhaving van wetgeving is belangrijk maar niet voor elke prijs. Dit soort zaken leidt slechts tot een afnemend vertrouwen van de burger in ‘een handhavende overheid’.

Lees de uitspraak (LJ CA 0211) hier.

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.