Balanceren in het geopolitieke ballet

Journaliste Kim Ghattas reisde vier jaar lang mee met Hillary Clinton. Zo zag ze wat een vermoeide supermacht in de praktijk betekent.

US Secretary of State Hillary Clinton (R) waves alongside Myanmar Deputy Foreign Minister Myo Myint (L) upon her arrival in Naypyidaw on November 30, 2011. Secretary of State Hillary Clinton arrived in Myanmar November 30 on the first top-level US visit for half a century, seeking to encourage a "movement for change" in the military-dominated nation. AFP PHOTO / POOL / Saul LOEB
US Secretary of State Hillary Clinton (R) waves alongside Myanmar Deputy Foreign Minister Myo Myint (L) upon her arrival in Naypyidaw on November 30, 2011. Secretary of State Hillary Clinton arrived in Myanmar November 30 on the first top-level US visit for half a century, seeking to encourage a "movement for change" in the military-dominated nation. AFP PHOTO / POOL / Saul LOEB AFP

De hoogste Amerikaanse diplomaat, de minister van Buitenlandse Zaken, reist over de wereld in een krappe, bejaarde Boeing 757, die al na negen uur in de lucht moet bijtanken. Het is een treffende metafoor voor de vermoeide supermacht die in 2008 Barack Obama als leider kreeg. Amerika was uitgeput door twee oorlogen en aangeslagen door de economische crisis, en werd in het buitenland met argwaan bekeken. Hillary Clinton kreeg de opdracht het gehavende prestige op te lappen en Amerika weer te presenteren als partner die ook kan luisteren.

Daarmee sloeg Obama twee vliegen in een klap. Zijn rivaal bij de Democratische nominatie zou hem in Washington niet voor de voeten lopen. En Amerika kreeg in de uitgesproken voormalige First Lady iemand met statuur en zelfs een zekere celebrity-status, die de Amerikaanse diplomatie nieuw elan moest geven.

In haar vier jaar als Secretary of State, tot februari 2013, bezocht Clinton ruim honderd landen en klokte een miljoen airmiles; dat is veertig keer rond de wereld. Als vaste BBC-verslaggever bij het State Department vloog Kim Ghattas met haar mee. Begin dit jaar schreef ze er een boek over, vol scherpe en subtiele observaties. The Secretary is nu in vertaling verschenen als Op reis met Hillary Clinton.

Ghattas (36) begrijpt de buitenlandse argwaan maar al te goed. Ze groeide op in Libanon, waar sinds 1975 een burgeroorlog woedde. ‘De oorlog kan morgen voorbij zijn, als Amerika het wil’, zei haar vader. Maar na de Hezbollah-aanslag op Amerikaanse mariniers in 1983 (299 doden) trok de weifelende supermacht zich terug. En toen de kanonnen in 1990 zwegen, was het omdat Amerika Syrië groen licht gaf om Libanon te bezetten, als dank voor Syrische steun aan de Irak-oorlog.

‘Ik voelde me verraden’, herinnert Ghattas zich als ze in april 2009 met Clinton meereist naar Libanon. Maar ook: ‘Ik doorzag niet de finesses van het ingewikkelde geopolitieke ballet dat de VS moesten opvoeren, het werk dat nodig was geweest om iedereen, van Rusland tot Israël en Syrië, op één lijn te krijgen.’

Het – blijvende – gevoel toen verraden te zijn, plus het geleidelijk groeiend begrip voor Amerikaanse dilemma’s is het prisma van dit boek. Amerika lijkt in de positie ‘het goede’ te doen, maar het kan niet met een druk op de knop de orde herstellen. Vroeger niet en nu al helemaal niet. Zonder begin van consensus over Syrië, kan Amerika niet anders dan afwachten, al drijft dat velen tot wanhoop, zegt Clinton. ‘We werken eraan om onze belangen op één lijn te krijgen, maar dit is de realiteit.’

Ghattas ziet scherp de dubbele gevoelens die veel landen voor Amerika koesteren. Neem Pakistan. Aan het staatsdiner doet Clinton haar best: ‘Onze boodschap is simpel: De VS zijn vast van plan met u samen te werken en u te steunen.’ Maar aan Ghattas’ tafel bij het curry-diner van vijftien gangen heerst cynisme. ‘Als Amerika wint in Afghanistan, staat Pakistan buiten spel, en dat willen we niet’, zegt een minister, die bang is dat Amerika dan te intiem wordt met India, Pakistans aartsvijand. Daarom onderhoudt Pakistan banden met de Talibaan: niet om de VS weg te krijgen, maar juist genoeg om de VS daar te houden. ‘Ik bedacht hoe moeilijk het voor Amerikanen was om zich in mensen te verplaatsen die altijd bang zijn voor hun buren’, schrijft ze.

Reizend circus

Ghattas werkte vier jaar in de bubble van Clintons reizende circus. Daar was de horizon beperkt. Sommige ontwikkelingen – zoals de crises rond Noord-Korea – klinken vooral als gerommel in de verte. De ondertitel, Van Beiroet naar het centrum van de Amerikaanse macht, is dan ook misleidend. Het echte centrum van de buitenlandpolitiek is het Witte Huis. Clinton voerde het beleid met verve uit. Maar de regie – of juist het ontbreken ervan – lag bij Obama. Zo hielp ze de reset in de relatie met Rusland voorbereiden, die inmiddels weer is vergeten, zoals ook blijkt uit de impasse rond Syrië. Maar waarom Obama’s visie op het Midden-Oosten zich heeft ontwikkeld van engagement tot afwachten blijft vaag. Ook over de fricties tussen ‘State’ en het Witte Huis lees je weinig. Zo moest Clinton toestaan dat haar protegé Richard Holbrooke, gezant voor Afghanistan en Pakistan (in 2010 overleden), door Obama’s kring werd buitengesloten. Holbrooke was een pragmaticus met tomeloze energie. Maar zijn plan om Talibaan-volgelingen met geld en een baan te verleiden de wapens neer te leggen, kreeg hij er niet door. Waarom Obama de ‘robuuste diplomatie’ die hij predikte inruilde voor drones, kom je niet te weten. Dat is des te gekker, omdat Holbrooke’s rechterhand Vali Nasr, die er een boek over schreef (The Dispensable Nation, American Foreign Policy in Retreat), vaak bij Ghattas opduikt.

Ze stelt terecht de vraag wat er van Clintons termijn op de zeef blijft liggen. De Iraanse bom, de Palestijnse staat en Syrië zijn doorgeschoven naar de inbox van haar opvolger, John Kerry. Maar dat ligt volgens haar niet aan de afgenomen macht van Amerika, maar omdat die macht zelf is veranderd. ‘De VS kunnen niet langer het doel bepalen […] en anderen dwingen hen te volgen. Het “als je niet voor ons bent, ben je tegen ons” bestaat niet meer.’

Anders gezegd: diplomatie heeft de toekomst. Maar Clintons vier jaar tonen ook dat diplomatie ‘de kunst van het mogelijke’ blijft. Ja, ze heeft Europese veren gladgestreken na de Bush-jaren, maar Europa lijkt niet veel relevanter geworden in Washington. Ze heeft banden aangehaald met landen in Zuidoost-Azië als signaal aan China, waarvan de ‘opening’ van Birma het spectaculairste voorbeeld is. Maar China lijkt nog net zo assertief. Vrouwenrechten stonden hoog op haar agenda, maar wat dat betekent in Afghanistan na het vertrek van de VS valt te bezien.

Het mooiste beeld is een blik in Clintons 757 op weg naar Pakistan, waar medewerkers, koortsachtig in de weer zijn om ‘het beleid on the fly bij te stellen.’ Je zou bijna vergeten, schrijft ze, dat ‘het buitenlandbeleid van de supermacht niet door supermensen werd uitgestippeld, maar door echte mensen. Vermoeide, feilbare mensen [...] die niet op alle vragen antwoord hadden.’