3 vragen over de Iraanse politiek

Is Iran een democratie?

Nadat een revolutie een einde maakte aan het bewind van de shah, bedacht Ayatollah Khomeiny in 1979 een uniek, nieuw bestuurssysteem voor Iran: een normale republiek, met bij algemeen kiesrecht gekozen instituties als parlement en president, maar onder controle van een hoge geestelijke. Velayat e-faqih is de officiële benaming van dit systeem, het voogdijschap van de islamitische rechtsgeleerde. Khomeiny was zelf de eerste gids, of opperste leider. Het was van het begin af aan duidelijk dat de benoemde opperste leider de doorslag gaf in belangrijke staatszaken, niet het parlement. Maar Khomeiny maakte geen deel uit van één bepaalde machtsfactie, hij kon het zich permitteren nu eens links en dan weer rechts zijn steun te geven.

Is er nog ruimte voor tegenspraak?

Onder de opvolger van Khomeiny, de huidige opperste leider ayatollah Khamenei, is dat geleidelijk veranderd. Khamenei is aanzienlijk minder charismatisch dan Khomeiny en mist ook diens gezag als zeer gerespecteerd geestelijke. Hij is de voorman van de factie van radicale geestelijken en generaals van de revolutionaire garde geworden. Onder zijn oppergezag is de ruimte voor tegenspraak tot bijna nul gereduceerd. Van democratie binnen een dictatuur, Khomeiny’s feitelijke uitgangspunt, is Iran nu een dictatuur met een heel dun democratisch sierrandje geworden.

Wat doet de president?

De gekozen president bestiert officieel de dagelijkse zaken. Maar onder de aangescherpte controle door de opperste leider kan hij geen eigen koers uitzetten, als hij dat zou willen. De huidige president, Mahmoud Ahmadinejad, die na twee termijnen moet vertrekken, wist wel het internationale imago van Iran te beschadigen met zijn twijfel aan de Holocaust en andere wilde uitspraken. En dat had natuurlijk gevolgen voor het klimaat tijdens de onderhandelingen over het omstreden nucleaire programma van Iran. Onder de zes gegadigden voor zijn ambt die door de Raad van Hoeders onder Khameneis oppergezag zijn geselecteerd, zijn geen ‘Ahmadinejads’. In die zin zou je kunnen zeggen dat de nieuwe president wél een verschil gaat maken.