Z-Soedanese ziel staat in oorlogsstand

Er smeult oorlog tussen Soedan en Zuid-Soedan, sinds 2011 ’s werelds jongste staat. Ook intern verbrokkelt de eenheid. „Is dit echt mijn land?”

Peter Adwok zakt vermoeid achterover op een bank. „Het is walgelijk”, zegt hij. „Hoe is het mogelijk dat onze idealen van de bevrijdingsstrijd zo snel verdrinken in hebzucht en ruzie?” Adwok verloor zijn been als strijder voor de Soedanese Volksbevrijdingsbeweging (SPLM). Nu is hij minister van Hoger Onderwijs in Zuid-Soedan. Een gedemoraliseerd man met een te hoge bloeddruk.

Twee jaar na de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan heerst in hoofdstad Juba een zwaarmoedige stemming. Niet wegens de weer opgelopen spanningen met noorderbuur Soedan, nadat de Soedanese president Omar al-Bashir in het weekend dreigde de export van Zuid-Soedanese olie te blokkeren. Tegen de voormalige aartsvijand Soedan koestert iedere Zuid-Soedanees nog grote wrok en een eventuele nieuwe oorlog kan op veel steun rekenen.

Nee, de teleurstelling betreft de eigen machthebbers in Juba. Ze ruziën onderling over posities en onderdrukken kritische geluiden. In verscheidene regio’s zijn bij opstanden tienduizenden burgers op de vlucht geslagen uit angst voor wraakacties van het regeringsleger.

Na zonsondergang nestelen Juba’s inwoners zich op plakkerige plastic stoelen in de stoffige straten vol kuilen. In het pikkedonker. De hoofdstad mag sinds het vredesverdrag met Soedan van 2005 een metamorfose ondergaan door een enorme bouwwoede, de overheid slaagt er niet in voldoende elektriciteit te leveren. Ondanks 14 miljard dollar staatsinkomsten door olie en donorsteun in de afgelopen jaren. Juba stikt in het huisvuil en commerciële tankauto’s leveren donkerbruin Nijlwater af bij de huizen. „De partij doet niets voor ons”, klagen mannen in het donker.

Een hoge bestuurder van de SPLM verzucht: „Er zijn twee soorten bestuurders in Zuid-Soedan: zij die hun gestolen geld gebruiken voor het machtsspel en zij die hun positie in het leger gebruiken om aan de macht te blijven”. President Salva Kiir en vicepresident Riëk Machar voeren een felle strijd om het leiderschap. Veiligheidsagenten van Kiir journalisten verboden over Riëk te schrijven toen de president even in het buitenland was.

Minister Adwok sprak onlangs in een interview aan zender Citizen TV vrijuit over de ruzies en het machtsmisbruik binnen de SPLM. De interviewer trok wit weg. „Vrijwel alle journalisten zijn wel een keertje lastiggevallen door veiligheidsagenten”, klaagt Bullen Kenyi, redacteur van de krant Juba Post. Volgens Amnesty International zijn twee kritische priesters „verdwenen” na arrestatie door de geheime dienst. Isaiah Chon Awuel, een blogger die bekend staat om zijn venijnige stukken over de regering werd vorig jaar voor zijn huis in Juba doodgeschoten. „Door leden van de geheime dienst van de president”, zegt een ingewijde.

Als bevrijdingsbeweging forceerde de SPLM in het begin van de oorlog in de jaren tachtig eenheid tussen de stammen van Zuid-Soedan. Nu brokkelt die eenheid snel af. De gevaarlijkste en bloedigste strijd speelt zich af in de zuidoostelijke regio Jonglei onder het Murle-volk. Meer dan 20.000 Murles vluchtten de afgelopen weken naar buurlanden en honderdduizenden ontheemden dwalen door de bush. Ambtenaren van de Murle-stam worden ontslagen. Onder diplomaten en hulpverleners valt het woord etnische zuivering.

Vikki Stienen van Artsen zonder Grenzen België toont foto’s van het vernielde ziekenhuis in Pibor, het hartje van het Murle-gebied. Alles is kapot geslagen, medicijnen liggen op de vloer. „De aanvallers hebben nauwelijks iets meegenomen, ze wilden het hospitaal onbruikbaar maken. De boodschap aan ons hulpverleners is duidelijk: rot op!” Volgens talrijke bronnen zijn de daders regeringssoldaten.

De opstand van voormalig theologiestudent en SPLM-bestuurder David Yau Yau is ontaard in een klopjacht op de Murle-stam. Meestal slaagt president Salva Kiir erin rebellenleiders af te kopen met functies en villa’s, maar Yau Yua verbrak vorig jaar een akkoord over amnestie. Onlangs slaagde hij erin het stadje Boma kortstondig te bezetten. „Zijn opstand betekent een grondige verandering, omdat hij voor het eerst gebieden controleert en omdat de regering niet alleen Yau Yau maar alle Murles tot doelwit maakt.”, zegt een hulpverlener die anoniem wil blijven uit vrees te worden uitgewezen.

Victor Aying is een regeringsmilitair die tegen Yau Yau vecht. „Als alle Murles Yau Yau steunen, dan worden alle Murles onze vijand”, vertelt hij. „Na de amnestie van vorig jaar namen we honderden van zijn strijders in ons leger op en gaven hun de beste training. In maart begonnen ze te deserteren. Niets is erger voor een militair dan wanneer je eigen broeders op je schieten. Bij ons offensief tegen Yau Yau sneuvelden aan onze kant 2.000 soldaten. Daarom zijn we nu razend op de Murles.”

Nerveus wrijft hij over zijn met tatoeages versierde hoofd en steekt een sigaret op. Vanochtend werd hij gewekt door een nachtmerrie, waarin iemand hem doodschoot. „Twee jaar na onze onafhankelijkheid staat onze ziel nog in oorlogstand. We waarderen het leven niet meer en willen vechten. Het liefst met Soedan. Ook in eigen land werken we niet aan verzoening, we slaan er direct op los.”

Zuid-Soedan is een getraumatiseerd land vol agressie en wantrouwen en een regeringspartij die angstvallig alles wil controleren. „De SPLM heeft kritiek op mijn sexy kleding op het podium en op mijn liedjes”, klaagt zangeres Mary Boyoi. „De puriteinse mentaliteit van de moslimfundamentalisten in Soedan heeft ook hier wortel geschoten.”

Veel terugkeerde ballingen voelen zich met de nek aangekeken door de voormalige guerrillastrijders. Hun levensgewoontes verschillen hemelsbreed van die van de machthebbers die jaren in bush vochten.

„Muziek gaat over schoonheid, daarom wil ik me prachtig kleden”, zegt Mary Boyoi. „Waarom noemen ze me dan een hoer? Waarom moet de geheime dienst me toestemming geven voor een concert?” Over haar song Chap Chap (snel, snel) debatteerde het parlement omdat het losse seksuele contacten zou propageren. Het mag niet meer op de staatsradio worden gedraaid. „Ik vraag met wel eens af: is dit mijn land? Dan verlang ik naar mijn tijd in ballingschap.”