Wijksafari brengt leven Ondiep dichtbij

Theater

Wijksafari, te Utrecht. Concept: Adelheid Roosen. Meegedaan: 12 juni. T/m 17 juli. Info: stadsschouwburg-utrecht.nl*****

Hoe vaak zit je nou bij een Turkse jongeman achterop de scooter? Hoe vaak kom je in de moskee of dring je door tot de realiteit van klanten van de Voedselbank? Tijdens de Wijksafari gaan deze doorgaans verborgen werelden open voor bezoekers. De safari is een theatraal locatieproject, bedacht door theatermaakster Adelheid Roosen, waarbij je bij wijkbewoners over de vloer komt.

Doel van het project is dat mensen daadwerkelijk dichter tot elkaar komen en de Wijksafari realiseert dat op een fantastische manier. Na vorig jaar Amsterdam te hebben aangedaan, speelt het dit jaar in Utrecht, in de volkswijken Ondiep, Overvecht en Zuilen. Acht wijkbewoners van divers pluimage ‘adopteerden’ acht ‘acteurs’, die ze enige maanden in huis nemen. Zo ontstaan zeer persoonlijke verhalen over beide levens en de relatie die ze opbouwen.

Onze safari begint voor het huis van de Turkse Fatma, maar we gaan niet naar binnen. Want dit is een huis in rouw, legt onze gids Nazmiye Oral uit. Fatma’s man, Mustafa, is een maand geleden overleden. Dus gaan we naar haar winkel in huishoudelijke artikelen. Bij het binnengaan condoleren we Fatma met een van Nazmiye geleerd Turks woord.

In een zijkamertje waar normaal de vrouwen zitten, vertelt Nazmiye over het leven van Fatma: de verloving op haar twaalfde, de medische missers die leidden tot blijvende schade bij haar zoon en haar rol als spil in de wijk. En over zichzelf, over pijnlijke momenten in de relatie met haar broer en zus. Schrijnende ontboezemingen zijn het, met vuur verteld door Nazmiye, en zeer beklemmend door de intieme eerlijkheid die ze suggereert. Ook Fatma schuift aan. Even maar want ze wordt meteen overmand door emoties.

Buiten wacht aan de overkant van de straat een groep Turkse jongens bij glimmende scooters. Geen hangjongeren, want bij nadering blijken het mannen van rond de twintig: onze chauffeurs. We mogen achterop de scooter en ze nemen ons mee op een cool ritje door de wijk. Aangekomen bij de moskee van Ondiep, een voormalige kerk, geeft Nazmiye de vrouwen mooie doeken voor om het hoofd. Ook een van de mannen moet er een om, grapt ze. Vooruit.

Binnen, op een tussen kerkbogen ingebouwde verdieping, vertelt ze onder meer over hoe biechten volgens de Koran gaat.

Onze safari vervolgt met Thomas als leider, en terwijl hij vertelt over de bouw van de wijk (‘Amsterdammers en Groningers waren hier de eerste gastarbeiders’) snijdt een auto met twee gesluierde vrouwen ons de pas af. De bestuurster (Eefje de Visser) zingt wonderschoon een lied over de lente, hangend uit het raam, en scheurt dan weer weg.

In zijn portiekwoning worden we ontvangen door Albert, een grote, fluffy man. Albert werkt bij de Voedselbank en met Thomas speelt hij telefoontjes van cliënten na, die hij snel en begripvol pakketten belooft. Maar hij vertelt ook over zijn jong gestorven ouders, over andere doden in zijn leven, en zingt weemoedig over zijn wens gelukkig te willen zijn.

Thomas laat zich in zijn ziel kijken als springerige hippie van veertig met de energie van een 25-jarige, die zoekt naar evenwicht. Met Albert klikt het, en het is ontroerend als hij dankbaar zegt dat Albert hem ‘ziet’.

Net als bij Nazmiye en Fatma is dit allemaal veel meer dan theater. De code – dat wij luisteren – is werkzaam, maar het idee van kunstmatigheid is tot op het bot afgeschraapt. De safari is echt als het leven zelf. En beter, want er ontstaat een magisch gevoel van gemeenschap en verbondenheid: met bewoners, met gidsen en bij de deelnemers onderling.

De safari duurt vier uur lang en elke minuut is gevuld. Gaandeweg doorbreek je grenzen. Met Thomas doen we ontspanningsoefeningen in een plantsoen, ademen licht in en blazen liefde uit. Heel acceptabel.

Bij een wandeling vlijt een jonge vrouw zich zachtmoedig tegen me aan en legt me levenswijsheden van de wijkbewoners voor, en daarover moet ik met de deelnemer naast me praten. Zoals over de impertinente vraag: wat kun je bijna niet met jezelf bespreken? Aangestoken door onze urenlange onderdompeling in openhartigheid zijn we bereid alles te delen. De jongeman naast me vertelt over zijn schuldgevoel tegenover een vriend. Ik geef een geheim terug.

Na de afsluitende bijeenkomst met hapjes voelt de terugkeer op straat, weg uit de wijk, ongewoon ontheemd. Overal vreemde mensen, terwijl je weet dat het anders kan.