‘Publieke omroep is onmisbaar in democratie’

Grote ophef over de acute stopzetting van de Griekse publieke omroep. Hoe zit het elders in Europa? „In Nederland dreigt politieke invloed.”

„Anti-democratisch en onprofessioneel”, noemt Ingrid Deltenre, algemeen directeur van de European Broadcasting Union (EBU), de beslissing van de Griekse overheid om de stekker uit de publieke omroep ERT te trekken.

Afgelopen dinsdag stuurde ze een brief aan de Griekse premier Antonis Samaras waarin ze hem aanspoort zijn besluit met ‘onmiddellijke ingang ongedaan te maken’.

„Ingrijpende beslissingen die te maken hebben met het publieke mediabestel mogen alleen plaatsvinden na een open democratisch debat in het parlement. En niet nadat twee ministers simpelweg tot een overeenkomst zijn gekomen”, aldus Deltenre in haar brief aan Samaras.

Dat het Griekse kabinet, zonder voorafgaand debat, dinsdagmiddag aankondigde de publieke omroep te bevriezen en dat diezelfde avond ook heeft doorgevoerd, noemt Deltenre ongehoord. „De overheid had eerst moeten kijken hoe ze de ERT effectiever konden maken. Nu is alles ineens stopgezet, terwijl er allerlei lopende contracten zijn met sportzenders, filmproducenten en andere medewerkers. Dan kan je toch niet zeggen: we houden er nu mee op? Dat is niet professioneel.”

Dat het kabinet heeft gezegd dat de Grieken voorlopig geen bijdrage meer hoeven te leveren aan de ERT, noemt Deltenre eveneens onverstandig. „Als mensen er niet meer voor hoeven te betalen, gaan ze dat straks, mocht er een nieuwe publieke zender komen, helemaal niet meer doen.”

De EBU komt jaarlijks met een rapport over de inkomsten van de commerciële en publieke omroepen in 40 landen in Europa en daarbuiten. De cijfers voor 2012 worden later dit jaar bekend gemaakt, maar Deltenre neemt alvast een voorschot op een aantal ontwikkelingen.

In 2012 komen de totale inkomsten van de publieke omroepen neer op zo’n 34 miljard. „In vergelijking met 2010 is dat 0,4 procent meer. In vergelijking met 2006 is dat 2,7 procent meer zonder de inflatie meegerekend.” De toptwaalf van de grootste commerciële omroepbedrijven, waaronder RTL Group, Sky, Mediaset, Pro7Sat1, Modern Times Group, CME en Canal +, verdienden in 2012 rond de 35,3 miljard. „Zonder de inflatie meegerekend is dat 12,9 procent meer dan in 2006.”

Volgens Deltenre staan in Europa drie landen sterk onder druk: Nederland, Spanje en Frankrijk. In Spanje en Frankrijk verdient de publieke omroep minder vanwege vernieuwde wetgeving. „In Frankrijk mag de publieke omroep na acht uur ’s avonds geen reclames meer uitzenden. In Spanje mag het helemaal niet meer. Dat heeft flinke gevolgen voor het budget.”

In Nederland speelt een andere kwestie. Daar is, door de bezuinigingen bij de rijksoverheid, de financiering van de NPO onder druk komen te staan. „Die afhankelijkheid van belastinginkomsten is in meer landen een probleem”, aldus Deltenre.

De NPO werkt in vergelijking met de publieke omroep in andere Europese landen met een relatief laag budget. In Nederland krijgt de publieke omroep, gerelateerd aan het inkomen per hoofd van de bevolking, minder geld dan in landen als Roemenië, Bulgarije en Slowakije. „Zelfs de Grieken gaven relatief meer geld uit aan de ERT”, zegt Deltenre. Die afhankelijkheid van de belastingbetaler kan een probleem zijn, meent Deltenre. „Een publieke omroep wordt sneller een speelbal van de politiek. Wie afhankelijk is van één geldbron, moet ook meer inmenging van de overheid toelaten.”

Het belang van een publieke omroep binnen een democratie blijft nog altijd onmisbaar, meent Deltenre. „Het draagt bij aan het pluralisme en de culturele diversiteit binnen het mediabestel. Als je goede programma’s wilt behouden, moet daar echt apart geld voor worden vrijgemaakt.”