Onder alle luchtigheid zit spanning

Heiner Goebbels laat de jonge vrouwen van het koor Carmina Slovenica al zingend iets zeggen over opgroeien als vrouw. En impliciet over de voormalige communistische samenleving.

Szene aus der Generalprobe der Musiktheaterinszenierung " When the mountain changed its clothing " am Dienstag, 25.09.2012 in der Halle 4 der Jahrhunderthalle in Bochum. Die Inszenierung findet als Uraufführung im Rahmen der Ruhrtriennale 2012-2014 statt. Konzept, Regie und Musik der Inszenierung vom Intendanten der Ruhrtriennale 2012-2014 Heiner Goebbels mit dem Chor Carmina Slovenica aus Maribor/ Slowenien
Szene aus der Generalprobe der Musiktheaterinszenierung " When the mountain changed its clothing " am Dienstag, 25.09.2012 in der Halle 4 der Jahrhunderthalle in Bochum. Die Inszenierung findet als Uraufführung im Rahmen der Ruhrtriennale 2012-2014 statt. Konzept, Regie und Musik der Inszenierung vom Intendanten der Ruhrtriennale 2012-2014 Heiner Goebbels mit dem Chor Carmina Slovenica aus Maribor/ Slowenien Wonge Bergmann

Een zomerse wei vol kleurige veldbloemen. Onwillekeurig komt die associatie op als het koor Carmina Slovenica zich over het toneel verspreidt. In alle lieflijke eenvoud is het beeld van ruim dertig meisjes en jonge vrouwen tussen elf en twintig jaar in kleurige rokjes en bloesjes verbluffend en herkenbaar tegelijk. Net als veel andere beelden die componist, theatermaker en frequente Holland Festivalgast Heiner Goebbels (60) creëert in When The Mountain Changed Its Clothing. Want wie kent het niet, het puberale meisjeschagrijn, hun onvoorspelbare uitbarstingen in oorpijnigend gekrijs of juist hun demonstratief ongeïnteresseerd onderuithangen, verveeld aan hun haar frunnikend. Maar ook het koesteren van pluchen knuffels of innig gearmd huppelen, terwijl ze daar eigenlijk al een beetje te oud voor zijn – wat het des te leuker maakt, en een daad van verzet tegen het onvermijdelijke opgroeien tot volwassen vrouw en, uiteindelijk, het ondenkbare: de eigen sterfelijkheid.

Voor wie het wil zien, is het allemaal aanwezig in de voorstelling en toch, zegt Goebbels – witte kuif, forse wallen onder ogen met een onveranderlijk serieuze uitdrukking – heeft hij er maar weinig aan gedaan. Niet waar natuurlijk, maar Goebbels heeft in die zin gelijk dat hij het koor uit Maribor, voluit Vocal Theatre Carmina Slovenica, de absolute hoofdrol heeft gegund in de voorstelling die in 2012 op de Ruhrtriënnale in première ging. Communistische strijdliederen, volksliedjes, Indiase kathak, middeleeuwse gezangen, Brahms, Schönberg: voor de jonge vrouwen lijkt het allemaal gesneden koek. Goebbels vatte die bonte collage van stijlen in een subtiel elektronisch klanklandschap.

Vorige maand was hij in Brussel waar de voorstelling te zien was op het Kunstenfestivaldesarts. „Ik heb maar weinig gecomponeerd, want het gaat niet over mij. Ik wil de rijkdom van het koor laten zien, en hun competentie als individu. Wat mij imponeerde, toen ik het koor voor het eerst aan het werk zag, was de enorme discipline enerzijds en hun zelfbewustheid en individuele verantwoordelijkheidsgevoel anderzijds. Een zeldzame combinatie.” In zijn ervaring, als vader van twee inmiddels volwassen kinderen, wijzen jongeren van die leeftijd discipline juist af en willen ze hun eigen beslissingen nemen. „Ik ben volkomen blanco aan dit project begonnen, maar het was me al snel duidelijk dat individualiteit en collectiviteit een thema zouden zijn.”

In de eerste repetities, ruim drie jaar geleden, vroeg hij alle koorleden een verhaal te vertellen over een van de pluchen dieren. Fantasie, werkelijkheid, persoonlijke verhalen, alles mocht. „Ongelooflijk wat daar uitkwam.” Aan Goebbels de taak om passende teksten te zoeken bij die inbreng van het koor, want theater moet meer bieden dan simpele identificatie. Afstand biedt veel meer interessante ingangen; een lineair verhaal maakt een voorstelling volgens Goebbels niet toegankelijker, het sluit juist af. In zijn zeer gevarieerde oeuvre is hij dan ook in één ding consequent: hij vermijdt klassieke verteltechnieken en werpt de pretentie dat theater een statement over de realiteit zou kunnen geven verre van zich. „Het publiek mag dat doen, maar op het toneel is dat niet nodig. ‘Theatre is a thing in and of itself’, zei Gertrude Stein geloof ik.”

Stein is een van de auteurs die Goebbels selecteerde voor When The Mountain Changed Its Clothing, naast onder anderen Jean-Jacques Rousseau, Marina Abramovic en Alain Robbe-Grillet. De meeste teksten – over opstandigheid, verlangen naar acceptatie, fantasieën over eeuwige liefde, doodsangst – hebben een vraag-antwoordkarakter, speels, maar met onder een suggestie van luchtigheid steeds spanning. In die frictie zit een subtiele verwijzing naar de maatschappelijke realiteit van Slovenië en andere staten van het voormalige Warschaupact. Goebbels trekt impliciet een vergelijking tussen het volwassen worden van vrouwen (waarvan hij gedurende het creatieproces daadwerkelijk getuige was) en van de voormalige communistische samenleving waar zij uit voortkomen: razendsnelle veranderingen zorgen voor een nog wankele identiteit en bergen gevaarlijke onvoorspelbaarheden in zich.

De voorstelling ontrolt zich als een cyclus van seizoenen. Tastend als blinden in het donker komen de koorleden op, steun zoekend bij elkaar zingen ze keer op keer dat alles goed zal komen. Hun mantra ontspoort echter al snel. De bezwering mondt uit in een prachtige chaos met jonge vrouwen die hun plaats in de ruimte opeisen en met stoelen smijtend een percussie-choreografie creëren die, aldus Goebbels, elke avond anders is. „Ik weet nooit wat ze doen. Wat je daar ziet is een collectieve choreografie die ze op dat moment maken. Daarom was het zo prettig met hen te werken; aan een paar instructies hebben ze genoeg, ze pikken het meteen op en doen er iets mee.”

Daarin, merkte hij, doet het in 1964 opgerichte koor niet onder voor de andere zangers met wie hij werkte. Twee jaar voor hij met de jonge Sloveensen begon, ging bijvoorbeeld I went to the house but did not enter in première. Een intieme kameropera met de mannen van het Hilliard Quartett, vier veteranen in de zangwereld. Het jaar daarvoor creëerde hij een muzikale installatie voor vier vleugels (Stifters Dinge) en nog langer geleden, aan het begin van zijn componistencarrière, hield hij zich bezig met experimentele rockmuziek. „Ik hou er niet van mezelf te herhalen. Ik heb ook niet de behoefte steeds mijn ego op het toneel te etaleren. Afwisseling is noodzaak. Na vier oudere gentlemen leek het mij interessant iets volkomen tegenovergestelds te doen.”

De samenwerking met Carmina Slovenica bood hem bovendien de gelegenheid opnieuw teksten van Robbe-Grillet te gebruiken. Diens werk ontdekte hij toen hij zich voor het eerst met muziektheater – Goebbels spreekt graag van een „polyfonie van media” – ging bezighouden. Een van zijn eerste grotere muziektheatervoorstellingen, Die Wiederholung (1995) eindigde met de vraag „What do little girls dream of?” (antwoord: „The blood and the knife!”) die nu als uitgangspunt dient voor When The Mountain Changed Its Clothing. Maar daar houdt de vergelijking ook meteen op. Herhaling is geen optie.

When The Mountain Changed Its Clothing. 25 en 26 juni, Westergasfabriek, Amsterdam. Inl: www.hollandfestival.nl