‘Ik begrijp jullie justitie niet’

Het Nederlandse bedrijf dat kranen verhuurde voor de illegale Israëlische muur, wordt niet vervolgd. Palestijnen zijn teleurgesteld in het OM.

Dries van Agt sprak gisteren vijf minuten de Kamer toe om zijn burgerinitiatief toe te lichten.
Dries van Agt sprak gisteren vijf minuten de Kamer toe om zijn burgerinitiatief toe te lichten. Foto Novum

Het Openbaar Ministerie besloot onlangs geen vervolging in te stellen tegen een Nederlandse verhuurder van kranen wegens betrokkenheid bij de bouw van de Israëlische muur en een nederzetting in bezet Palestijns gebied.

Israël bouwde de muur, zegt het, om terroristen te weren. Maar de barrière dringt op veel plekken diep in Palestijns gebied om joodse nederzettingen in te sluiten. De muur en de nederzettingen zijn volgens internationaal recht illegaal.

De vraag of de kraanverhuurder, Riwal, internationaal recht heeft geschonden was volgens het OM echter „zonder nader onderzoek niet met zekerheid te beantwoorden”. Ook is meegewogen dat Riwal een „beperkte bijdrage” heeft geleverd aan de bouw van de muur en een nederzetting.

De zaak was in 2010 aangespannen door de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Haq, die even daarvoor de Geuzenpenning won: een prestigieuze prijs. Die blinkt nu in Ramallah. Directeur Shawan Jabarin is trots: „Ook de Geuzen streden tegen onderdrukking.” Maar voor Nederland heeft hij niet alleen maar goede woorden over.

Wat vindt u van de beslissing om de zaak te laten vallen?

„We zijn zeer teleurgesteld. Het OM erkent dat Riwal meewerkte aan de illegale muur. En daarom snappen we dit besluit niet. Het OM zegt dat Riwal een beperkte bijdrage heeft geleverd. Maar een misdaad is een misdaad, hoe klein ook. Ik denk dat er een compromis is gesloten.”

U suggereert dat er politieke druk is uitgeoefend op het OM?

„Dat wil ik niet zo zeggen. Maar we hebben het gevoel dat het OM niet alles heeft gedaan om de zaak rond te krijgen. Ze hebben drie jaar de tijd gehad, maar ze zijn niet hier geweest om Palestijnse getuigen te horen. Dat is gek. Misschien had Nederland meer druk kunnen zetten op Israël om het OM toestemming te geven hier onderzoek te doen. Nederland heeft toch zulke goede banden met Israël? Of wil Nederland die misschien niet schaden? Dat vragen wij ons af. We overwegen in beroep te gaan. Maar geld, of gebrek daaraan, speelt voor ons een grote rol.”

Wat is het belang? De muur wordt er niet door afgebroken.

„Landen als Nederland veroordelen de muur. Maar Israël kan prima leven met verbale kritiek. En intussen profiteert Israël van de bezetting en de nederzettingen. Pas als het voelt dat de bezetting niet onbestraft blijft, zal het overwegen zijn beleid aan te passen. Niet binnen vijf minuten, maar economische aspecten zijn heel belangrijk. Bovendien is deze zaak in overeenstemming met wat het Internationaal Gerechtshof zei in 2004: staten moeten actie ondernemen om te zorgen dat Israël internationaal recht naleeft.”

Geen ander Europees land is zo’n onderzoek begonnen naar medeplichtigheid van bedrijven. Al liet het OM de zaak vallen, het schiep een precedent. Stemt dat niet een beetje positief?

„Zeker, bedrijven zullen nu wel tot tien tellen voor ze deelgenoot worden van dit misdrijf. En voor ons heeft het symbolische waarde. Wij zien dit als een klein stapje in onze continue strijd voor gerechtigheid. Het is misschien maar een halve druppel, maar de emmer loopt langzaam vol. We houden hoop dat dingen veranderen in de toekomst.”

Nederland wil u daarbij helpen, getuige de subsidie die Al Haq uit Den Haag ontvangt.

„Ja. En we bedanken Nederland voor de steun. Maar we willen ook graag overeenstemming zien tussen financiële steun en de acties die Nederland onderneemt, bijvoorbeeld in de VN-Mensenrechtenraad. We begrijpen niet hoe jullie ons kunnen subsidiëren en tegelijk tegen het Palestijnse recht op zelfbeschikking kunnen stemmen en tegen veroordelingen van Israël. Keer op keer. Hoe kunnen wij jullie dan serieus nemen? Meer dan financiële steun hebben we politieke steun en politieke beslissingen nodig.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„Etikettering van producten uit de illegale nederzettingen. Toen ik in Nederland was, zag ik die overal in de schappen. Daar mag niet op staan dat ze uit Israël komen, want Nederland erkent niet dat de Palestijnse gebieden van Israël zijn. Jullie moeten die maatregel niet nemen voor de Palestijnen, maar voor jullie zelf. Op termijn is het voor Nederland belangrijk dat jullie beleid in overeenstemming is met internationaal recht en de mensenrechten. Als jullie daar tenminste echt in geloven.”