Opinie

Eh

In een zaaltje van zes meter breed – systeemplafond, kamerplanten – wachtte de pers op eurocommissaris Olli Rehn. Rehn (51) is de zoon van een autohandelaar. Hij speelde als semiprof bij een Finse voetbalclub. Schreef boeken. Was columnist. Houdt van jazz. Nam eens mannelijke journalisten mee de sauna in. Promoveerde in Oxford. Hij kwam naar Nederland met de boodschap dat we zes miljard moeten bezuinigen.

Leuke man, moest haast wel.

Rehn nam plaats achter het spreekgestoelte met de ernst van een burgemeester die iets ergs gaat mededelen. Ze noemen hem ook wel: Rehn of Terror; begrotingstsaar; ayatollah van de 3 procent. Maar het vergde geen scherp opmerkingsvermogen om te constateren: Olli Rehn is geen spreker.

„Sinds last year, eh, The Netherlands, eh, has made progress, eh...”

„The question of, eh, 2,8 percent or, eh, three percent is, eh, somewhat arbitrary.”

‘Eh’ is het stopwoordje van bedachtzame mensen, die hun woorden op goudschaaltjes wegen, omdat ze beurskoersen kunnen doen kantelen – maar Rehn maakte het wel erg bont. Dit was niet het eh van de intelligente twijfelaar, maar een tik, alsof zijn geest steeds even naar adem moest happen.

Ik heb het geturfd: in een fragment van nog geen vier minuten zei Rehn 92 maal eh. Gemiddeld elke tweeënhalve seconde. Dan is er sprake van een logopedisch defect, een gestotter waar je misschien niet mee moet spotten.

Vraag hem naar zijn naam en hij antwoordt: „Olli, ehhh, Rehn.”

Ooit werkte hij als verkoper van auto-onderdelen. Sprak hij toen ook al zo? Of kwam deze stroop door Brussel? Juist over gortdroge politici hoor altijd dat ze ‘in het echt’ heel erg leuk zijn. Zou hij privé ook zo spreken? Op het voetbalveld: ‘pass me die, eh, bal’? Tegen zijn vrouw: ‘Ik hou van, eh, jou’?

Eh is een wegzapmoment. Net als Europa. Eh is letterlijk en figuurlijk een omgekeerd ‘hé’. Misschien was dat ook wel de bedoeling, dat we zapten, misschien rekte Rehn gewoon tijd, zodat de persconferentie alleen kon worden samengevat met: ‘eh’.

„We discussed, eh, this and other, eh, issues with both, eh, prime minister, eh, Rutte and, eh, vice minister Dijsselbloem.”

De tik gaf zijn betoog ook iets ritmisch, iets rijmends – iets bezwerends. Een groot hypnosedictee. En de journalisten krabbelden en tikten, de hoofden gebogen – devoot of verveeld, dat weet ik niet.

Wie opkeek, zag Olli oreren, leunend met twee handen op het spreekgestoelte, een looprekje waarmee hij stiekem de toekomst in stiefelde. Om niet op te vallen, boog ik mijn hoofd en maakte aantekeningen:

„However, I expect, eh, on the basis of our spring forecast, eh, economic growth, eh, to return gradually, eh, to positive territory...”

Misschien zijn er in de politiek soms te veel emoties, te veel schreeuwers, maar ondragelijke saaiheid is ook riskant.

Arjen van Veelen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.