Eén flesje? Dat is dan 18 euro

21 monniken brouwen het bier van Westvleteren Niet voor de markt, dus kun je het nauwelijks krijgen Het is uitgeroepen tot beste bier ter wereld. Maar is dat het ook?

De Sint-Sixtusabdij van Westvleteren brouwt volgens een Amerikaanse ranglijst het beste bier ter wereld. Foto: Peter de Krom
De Sint-Sixtusabdij van Westvleteren brouwt volgens een Amerikaanse ranglijst het beste bier ter wereld. Foto: Peter de Krom

verslaggever

Vraag een barman naar zijn beste bier en hij grijpt niet naar de tap, niet naar de koeling. Hij zal naar achteren lopen, terugkomen en een donkerbruin bier op tafel zetten. Een smal flesje, 33 cl, zonder etiket. Alleen op het bierdopje staat, klein, ‘Westvleteren 12’, een Belgische Trappist. „Dat is dan achttien euro.”

Cafés verkopen er een paar per maand, áls ze hem hebben. Onder tafel. Je mag Westvleteren eigenlijk niet verkopen, is het verhaal. De abdij brouwt zoveel als nodig om van te leven, niet voor de markt. Zomaar te krijgen is het bier evenmin. Je kunt op bepaalde dagen de ‘bierlijn’ bellen van de Sint-Sixtusabdij in Westvleteren. Met honderden tegelijk, op één vaste lijn.

Wie er doorheen komt, soms na 300 keer redial, soms na maanden proberen, maakt een telefonische ‘reservatie’ en geeft zijn kenteken door. De gelukkige mag op een afgesproken tijdstip afreizen naar de hopvelden vlakbij de Franse grens en aansluiten in de rij auto’s bij de drive-in van de abdij. De lokettist zal het kenteken controleren en twee ‘bakken’ Westvleteren à 24 flesjes inladen, 40 euro voor de 12 procent, 35 euro voor de 8, 30 voor blond.

Het verhaal over Westvleteren is al langer bekend, maar zingt weer vaker rond. ‘Heb jij de bierlijn al geprobeerd? Ik kom er echt niet door!’ De aandachtscurve bereikte recent een piek doordat de ‘Westvleteren 12’ afgelopen januari is uitgeroepen tot ‘beste bier van de wereld’ door ratebeer.com. De site is met honderdduizenden leden en 4,5 miljoen reviews van 180.000 bieren ’s werelds grootste consumentensite voor bier.

Is de Westvleteren 12 echt het beste bier? Grote kans dat de barman zijn schouders ophaalt en zegt: „Ach, smaken verschillen. Probeer eens een Rochefort, een Westmalle. Die hebben we staan voor 4 euro.”

„Het is een hype, al jaren”, zegt bieroloog Peter van der Arend, eigenaar van bierproeflokalen Arendsnest en Beertemple in Amsterdam. Toen hij midden jaren 90 in de buurt van Westvleteren de hotelschool genoot parkeerde hij zijn auto regelmatig onaangekondigd voor de poort van de abdij. ‘Hé monnik’, zei Van der Arend en hij nam zo tien kratten mee. „Ze kenden mij als die jongen uit Amsterdam, soms bracht ik een fles jenever voor ze mee. Westvleteren was het best bewaarde geheim uit de streek.”

De hype begon in 2005, toen de ‘12’ voor de eerste keer werd uitgeroepen tot beste bier van de wereld door ratebeer.com. „Overrated”, zegt Van der Arend. „Westvleteren is goed hoor, maar in een blinde test eindigt hij lang niet altijd bovenaan. De 12 smaakt naar gebrande mout, krenten, een beetje portachtig. Sommige liefhebbers vinden hem te zoet, te alcoholisch, teveel restsuikers. Jong heeft-ie weinig body, je kunt ’m beter een jaar laten rijpen in de fles.”

Waarom Westvleteren 12 het beste bier van de wereld wordt gevonden?

Van der Arend wijst naar de top-10 van ratebeer.com. „Vier van deze bieren kan ik met moeite krijgen, de andere zes vrijwel niet.” Neem de nummer drie, een Russian River Pliny the Younger. Twee weken per jaar kun je dit bier uit Californië drinken, en alleen op de tap. Uren staan mensen ervoor in de rij. Sommigen gieten het over in een fles om te bewaren of te verkopen. Het gaat op ratebeer.com vooral om zeldzaamheid, exclusiviteit. „De recensenten zijn beergeeks, verzamelaars die soms duizenden bieren hebben geproefd.”

Voor bier geldt: hoe zeldzamer, hoe kostbaarder, net als met postzegels. Geen wonder dat het schaarse biertje uit België juist in het biergekke Amerika, waar het aantal brouwerijen in dertig jaar steeg van 40 tot 2.000, onbetaalbaar is. Vóór het recente bierverbod op eBay bracht één bak Westvleteren makkelijk 500 dollar op. Leeg wordt een krat nog altijd voor 150 dollar aangeboden, 3 dollar voor het dopje. Prijzen waar de Trappisten gevleid door zullen zijn, niet?

Een roestig bord wijst naar het klooster in Westvleteren. De landweg loopt langs graanvelden, hop, waslijnen met boerenkleding, de typisch Belgische baksteen. De Sint-Sixtusabdij ligt aan een bosrand, omgeven door een hoge muur. Daarachter liggen, aan het oog onttrokken, de kerk, de bibliotheek, de woonvertrekken, het stiltecentrum en de brouwerij.

Achter de abdijmuur leven 21 monniken, Trappisten, leden van de strengste orde, in volledige afzondering. Bier brouwen ze om zichzelf te bedruipen, zodat ze de abdij niet hoeven te verlaten en de overgebleven tijd kunnen geven aan God, zeven gebeden per dag.

Vóór de abdijmuur staat de buitenwereld dagelijks op de stoep. Hordes dagjesmensen die het tegenovergelegen café bezoeken, uitgebaat door een particulier. Ze drinken er een Westvleteren en staan daarna met z’n tienen in de rij voor de kassa van de cadeauwinkel. Geen Trappistenjam, geen kaarsen of zeep. Nee, ze willen één ding: het sixpack Westvleteren dat je hier zonder reservering voor 17,50 euro mag kopen, één per persoon.

De echte geluksvogels bevinden zich verderop naast de abdij, bij de ‘drive-in’ zoals die van McDonald’s. De permanente rij auto’s, blinkende SUV’s en BMW’s met sportvelgen, worden één voor één voorzien van twee bakken ‘12’.

Paul, een afgetrainde Amerikaan met honkbalpet, heeft er zeven uur voor gereden vanaf zijn legerbasis in Stuttgart. „Mijn vrouw belt al acht jaar en nu kwam ze er eindelijk doorheen.”

In de rij staan Belgen, Nederlanders, Duitsers, Fransen. Sommigen hebben uren zitten bellen met een groepje, dat werkt het best. Wie je ook vraagt: iedereen vindt het lekker bier. Maar, zeggen ze allemaal, het is óók de hype, de exclusiviteit, de sport. „Bellen, bellen, bellen.”

„Die monniken doen het wel slim, hè”, zegt een vakantieganger uit Antwerpen die de drive-in op afstand bekijkt. „Ze houden het exclusief, geef ze eens ongelijk. Zaken zijn zaken.”

Een bezoek aan de brouwerij is niet mogelijk, ook niet voor de pers. Nog nooit heeft een journalist het brouwen van dichtbij gezien, het zou het kloosterleven te veel verstoren. Interviews zijn alleen mogelijk met woordvoerder Mark Bode. Hij beheert het ‘claustrum’, een informatiecentrum over het leven van de monniken dat vergeleken met het aangrenzende café nauwelijks wordt bezocht.

Bode (geen monnik) is perswoordvoerder tegen wil en dank. Hij moest wel, als hoeder van de stilte. In 2005 belde iemand van de Vlaamse pers op. Of de monniken wisten dat Westvleteren door een Amerikaanse biersite was uitgeroepen tot beste bier van de wereld. De monniken wisten van niets. „En toen is de pers de pers gaan lezen en werd het een hype.”

Zeker 25 interviews deed Bode die maand. Hij vertelde dat bier brouwen voor de monniken bijzaak was, ondergeschikt aan hun relatie tot God. De pers besteedde er hooguit een alinea aan. Het interesseerde ze niet, allemaal wilden ze hetzelfde verhaal, stelden ze dezelfde vraag. Wat is het geheim? Is dit het lekkerste bier? „Ik was naïef.”

De files in het dorp werden langer en langer en het ‘cafeetje van de abdij’ moest verplaatsen omdat de monniken last hadden van het lawaai. De monniken, juist zij die zo sober leven, naar binnen gekeerd, kregen te maken met de verleidingen van de consumptiemaatschappij. Ze hadden goud in handen, een toverdrank. Maar wat moesten ze ermee? „Daar zijn vele gesprekken over gevoerd, en nog steeds.” Al was de beslissing eigenlijk al in 1940 genomen, toen de monniken stopten met het rondbrengen per vrachtwagen van het bier. „Er was wrevel: we stoppen te veel energie in dat bier, was de gedachte. Dit klopt niet meer.”

Een biertelefoon was de oplossing. Eerst via een telefooncentrale in de adbij. Toen die crashte via het dorp, toen die crashte via Brussel. Vier uur lang neemt een monnik met een headset vanuit het klooster de ene na de andere telefoon op en noteert het nummerbord. Soms zijn er honderd bellers per minuut. „Het antwoordbandje hebben we afgeschaft omdat mensen klaagden over de kosten.”

Eenmaal aan de poort zijn de trucs bekend. Terugkomen met dezelfde auto, smoesjes als ‘we komen van zover’. „We zijn harder geworden”, zegt Bode. „Soms misschien ten onrechte. Maar ja, de woekeraars hè.”

Genieten de monniken dan niet van het succes? „Dat is dubbel”, zegt Bode. „Ze voelen zich gestreeld, maar succes is ook een valkuil. Als je voortleeft op wat de ander je aanreikt, kom je niet tot jezelf. Je vindt jezelf uitzonderlijk, je bent je eigen God. Daar kan God niets mee.

„En de monniken beseffen: de mensen zijn alleen geïnteresseerd in wat we maken, niet in wie we zijn. Als ze indianen waren geweest hadden de mensen het ook geloofd.”