Broers en neven domineren Les Bleus

Frankrijk is het zwakste land in de halve finales van de World League. „Maar we gaan verrassen in Rotterdam, al was het maar voor onze vader.”

Christophe Genestet was een van de drijvende krachten achter het Franse hockey. Begin vorig jaar overleed hij volkomen onverwacht aan een hartaanval, op 57-jarige leeftijd. Dat gebeurde vlak vóór zijn drie zoons Martin (27), Tom (26) en Hugo (21) in India de finale speelden van het olympische kwalificatietoernooi. De broers hoorden het nieuws kort voor de wedstrijd maar besloten toch te spelen. Hun vader had niet anders gewild.

Frankrijk verloor met 8-1 van het gastland en ging niet naar Londen. Het verdriet om de dood van Genestet senior was veel groter. Martin is bij elke wedstrijd in gedachten bij zijn vader: „Hij belde me na elk duel, wilde altijd alles weten en gaf voortdurend adviezen.”

Zoals de familie toch al een stevige invloed heeft op het Franse hockey. In de derde ronde van de World League komt ook neef Fréderic Verrier (31) in actie. Hij geldt met zijn ruim honderd interlands als routinier en dan zijn er nog twee andere neven die wel in de selectie zitten maar de komende tien dagen wegens blessures ontbreken in Rotterdam.

De families Genestet en Verrier vormen de ruggengraat van Les Bleus. Ze komen allemaal uit voor landskampioen Saint Germain HC. Behalve Martin die al een paar jaar in Nederland hockeyt. Eén seizoen speelde hij in de hoofdklasse voor het Haagse HDM, nu speelt hij voor overgangsklasser Qui Vive. Hockeyen in Nederland is het summum voor elke Franse hockeyer met ambitie, stelt Martin: „Wie vooruit wil, speelt over de grens. België of Duitsland is al een flinke tree hoger. In de Nederlandse hoofdklasse speel je tegen de wereldtop.”

De kwaliteit van het Franse hockey laat nog veel te wensen over. Het gros van de 15.000 leden hanteert de stick als recreant. En hoewel Martin benadrukt dat de nationale ploeg de laatste tijd flinke vooruitgang heeft geboekt, stelt de nationale competitie weinig voor. Verrier: „Als je jullie hoofdklasse vergelijkt met de Engelse Premier League voor voetballers, spelen wij op het niveau van Zwitserland. We hebben nauwelijks goede trainers, de afstanden zijn te groot om regelmatig bij elkaar te komen met de nationale selectie en er is geen geld. Sponsors? Zéro! We hadden toezeggingen van de overheid maar die heeft geen cent over voor hockey.”

Frankrijk is een land van rugby, handbal, basketbal en voetbal. Hockey komt niet voor in de top 10 van populaire sporten. Plaatsing voor de halve finale van de World League waarin 16 landen uitkomen (volgende maand is de andere halve finale in Maleisië) en eventuele plaatsing voor het WK 2014 staan op het spel.

Nu Frankrijk na het WK in 1990, de enige deelname op een eindronde in veertig jaar, eindelijk weer eens van de partij is tijdens een groot toernooi, willen de spelers boven zichzelf uitstijgen. Dat zou wat zijn: meedoen aan het WK in Den Haag! De World League zelf interesseert de Fransen maar weinig. Martin: „Dat is iets nieuws van de internationale hockeyfederatie [IHF]. Om alle aangesloten landen te laten deelnemen en de sport populairder te maken. Als we bij de eerste vier eindigen, mogen we meedoen aan het eindtoernooi in India in februari volgend jaar. Maar het gaat ons om het échte WK. Als we daar bij zijn, kunnen we een sprong maken met ons hockey.”

Als nummer 17 van de wereld maken de Fransen normaal gesproken geen kans. Toch gokken de drie broers en hun neef op een stunt. In hun eigen poule hebben ze tegen Australië weinig in te brengen. België wordt ook steeds sterker maar wie weet kunnen ze morgen Spanje wel verrassen. En zo groot is het verschil met Ierland en India uit de andere poule helemaal niet, denkt Martin: „Niemand verwacht iets van ons. Maar zelf geloven we erin. En worden we laatste in onze poule terwijl Nederland de andere groep wint, dan spelen we tegen jullie. Daar kunnen we nog wat van leren.”

Mocht Frankrijk de surprise van het toernooi worden, dan staat nu al vast waar dit gevierd wordt: in Le Ballon Rouge in Parijs. Zo heet de wijnbar van vader Genestet die nu gedeeltelijk wordt gerund door Tom en Hugo. „Maar wijn schenken we alleen aan tafel. Hockeyers drinken toch vooral bier na de wedstrijd. Ook in Frankrijk.”

Mocht het Rotterdamse toernooi te vroeg komen voor de Fransen, dan investeert Fréderic alvast in deze toekomst. Zijn zoon Yann is net vier geworden en begint deze zomer officieel met trainingen en wedstrijdjes. Hij stond al op het hockeyveld zodra hij zijn ene been voor het andere kon zetten. Zoals bij Yanns grootvader, ooms en neven meteen na de geboorte een stick in hun wieg lag. Martin: „Nu spelen we met vier familieleden in het Franse team. Over een tijdje zijn het er acht en gaan we zeker naar het WK.”