Bekentenissen van een zeepjesverkoper

is een van de vele hoogopgeleiden die onder hun niveau werken. Ze verkoopt cosmetica. Hoe vaak kan een mens op een dag het verschil tussen scrubzout en scrubcrème uitleggen?

Illustratie Sebe Emmelot

Rond een uur of kwart over negen slenter ik naar mijn werk. Ik moet om half tien beginnen en heb de verantwoordelijkheid de winkel om tien uur te openen. Ongeïnteresseerd toets ik de alarmcode in, open de potten scrub en gooi het wisselgeld in de kassa. Dit is mijn baan.

Ik ben 26 jaar, master of arts en ik verkoop cosmetica.

Dit is het werk wat ik nu twee jaar doe, tijdens mijn studie en ook erna toen ik niet zo snel iets anders kon vinden. Gisteren stond in deze krant een artikel over starters die onder hun niveau werken. „Nu sta ik toch een beetje stil”, zegt een meisje met een hbo en wo-diploma dat bij dierentuin Burgers’ Zoo in Arnhem werkt. Ik kan erover meepraten.

Tegen vreemden mompel ik iets over „blij dat ik überhaupt werk heb” en tegen vrienden klaag ik steen en been. Tegen collega’s beperk ik mijn geklaag, want mijn bezwaren tegen deze baan en het takenpakket zijn bij sommigen een directe aanval op hun opleiding, ambities en intellect. Ik kan me met de beste wil van de wereld niet indenken dat cosmetica verkopen je droombaan kán zijn. En in een wereld zonder crisis had ik dat ook helemaal niet gehoeven.

Op dit moment zijn er een heleboel hoogopgeleiden die functies vervullen die eigenlijk bedoeld zijn voor mbo’ers. Volgens een grootschalig onderzoek dat weekblad Elsevier vorig jaar liet uitvoeren heeft drie op de tien academici een baan waarvoor het behaalde diploma niet nodig was geweest. Bij de afgestudeerden in taal- en cultuurstudies gaat het zelfs om zes tot zeven van de tien.

Dat hoogopgeleiden massaal onder hun niveau werken is natuurlijk rot voor laagopgeleiden, omdat zij moeilijker aan een baan komen. Maar het is minstens even vervelend voor mij, ons, wij die jassen ophangen in de schouwburg met een universitair diploma op zak.

Scrub

Dagelijks doorsta ik verveling, hersendodende verkoopgesprekken en soms zelfs vernedering van mensen die denken dat je als zeepverkoopstertje behoorlijk op je achterhoofd gevallen bent. Mijn werk is geen intellectuele uitdaging, maar geestelijk en soms fysiek wel degelijk uitputtend. Hoe vaak kan een mens het verschil tussen een scrubzout en scrubcrème op een dag uitleggen?

Vorige week kreeg ik weer een afwijzing. Na een goed sollicitatiegesprek kreeg ik het telefoontje dat ik niet door was naar de volgende ronde. Het ging om een baan bij een politieke partij, een startersfunctie voor een wo’er. Nu ben ik in het laatste jaar wel gewend geraakt aan de afwijzingen, maar deze baan wilde ik héél graag. En ik was zo dichtbij. Er waren nog maar een paar kandidaten over. De hele dag had ik in de winkel staan wachten op het telefoontje, staan hopen op de verlossing – dat ik eindelijk kon gaan laten zien wat ik in mijn mars had. Het telefoontje kwam toen ik alleen achter de toonbank stond. Mijn collega was ziek naar huis gegaan en al mag het officieel niet, ik had mijn telefoon bij de hand voor het geval ik gebeld zou worden.

Net toen de stem aan de andere kant wilde uitleggen waarom ik het niet was geworden kwamen er twee klanten de winkel binnen en moest ik mijn gesprek afkappen. Op dat moment haatte ik alles aan mijn situatie. Ik haatte die klanten die begonnen over (natuurlijk) scrub, ik haatte de prikkende tranen van teleurstelling achter mijn ogen die ik met alle macht probeerde tegen te houden, ik haatte het kriebelende, hobbezakkerige polyester uniform dat ik verplicht ben te dragen en wat ik nog het meeste haatte was dat ik niet weg kon. Ik zat letterlijk en figuurlijk vast.

Zonneschijn

Het is lastig om niet lacherig te doen over mijn situatie. Humor verzacht de pijn, maar ik gebruik het ook omdat ik niet gezien wil worden als die luie aansteller die vast niet genoeg haar best doet met solliciteren. Iedereen wil altijd het liefst dat je optimistisch bent, dat je meteen weer opkrabbelt en „je eigen lot bepaalt”, voornamelijk omdat het voor de meeste mensen heel ongemakkelijk is om iemand te zien falen. Het liefst lezen we de succesverhalen, bewonderen we de selfmade man en veroordelen we degenen die het even niet meer weten. Misschien omdat de angst om zelf te mislukken te groot is en we liever leven met het idee dat alles altijd weer goed komt dan toe te geven dat het soms echt alleen maar slechter wordt voordat er een straaltje zonneschijn door dat dikke wolkendek komt.

Ik geloof in dat straaltje zonneschijn. Ik geloof echter ook dat erkennen van de situatie waar velen met mij zich in bevinden de eerste stap naar een oplossing is. Wij zijn een vergeten groep, een groep met kennis, ambitie en een wilskracht die iedere dag op de proef wordt gesteld. Wij zijn inderdaad die hedonistische Facebookgeneratie die door knorrige babyboomers wordt weggezet als egocentrische, verwende alleswillers. Wij zijn ook alleskúnners. Laat ons eens wat doen.