Zangeres Rokia Traoré blinkt uit in bewerking Othello

Desdemona. Tekst van Toni Morrison, regie Peter Sellars. Gezien 11 juni in Muziekgebouw aan ’t IJ. Nog te zien aldaar: 12 en 13 juni.

Tegen het einde van het vierde bedrijf van Shakespeares Othello vertelt de blanke Desdemona, die verliefd is op de Moor Othello, dat zij werd opgevoed door een kindermeisje met de naam Barbara.

Dat gegeven is het uitgangspunt van schrijfster Toni Morrison, winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur, voor haar Desdemona. Zij noemt het kindermeisje Barbary, een woord dat in het Engeland van de zeventiende eeuw stond voor de piraterij van de Berbers, het mystieke, gevaarlijke en aanlokkelijke Afrika.

Op het podium van Desdemona lopen de actrices blootsvoets, in witte gewaden, tussen altaartjes van glaswerk. In dit Afrikaanse hiernamaals spreken de doden. De samenwerking tussen schrijfster Morrison en regisseur Peter Sellars laat Othello vanuit een vrouwelijk en zwart perspectief zien. Naast de oude thema’s van jaloezie, macht en overspel, ligt de nadruk nu ook op racisme en onderdrukking van vrouwen.

De gevierde Malinese zangeres Rokia Traoré vertolkt Barbary vooral in liedjes, ondersteund door twee achtergrondzangeressen en de West-Afrikaanse snaarinstrumenten kora en ngoni. Actrice Tina Benko speelt Desdemona overtuigend, maar verslikt zich soms in de verschillende bijfiguren uit Othello die ze ook een stem moet geven.

Tussen hen moet in het hiernamaals nog veel uit Shakespeares stuk worden besproken, waardoor het einde onoverzichtelijk wordt. De meest intrigerende confrontatie blijft lang uit: die tussen Desdemona en Barbary.

Traoré is daardoor een groot deel van het stuk alleen zingend en op gitaar te horen. Zij is zonder twijfel de sterkste troef van Desdemona. De liedjes in haar moerstaal Bambara, met vertalingen op de achtergrond, wroeten diep in de ziel.