Weer houdt Karlsruhe Eurobeslissingen op

Net als vorig jaar stappen verontruste Duitsers naar het Consitutionele Hof in Karlsruhe om beleid tegen de eurocrisis tegen te houden.

Als mensen kritiek hebben op de euro-crisisbestrijding, gaan ze in sommige landen in staking. In andere landen houden ze verhitte debatten in het parlement. In Duitsland stappen ze naar de rechter.

Vandaag waren er – net als gisteren – hoorzittingen bij het Duitse Constitutionele Hof in Karlsruhe. Centraal stond de rol van de Europese Centrale Bank in de eurocrisis. Net als vorig jaar rond deze tijd bij een klacht over het euronoodfonds wordt de hele eurozone daardoor enigszins verlamd. Als het grootste euroland talmt, kan niemand verder. Het duurt misschien tot oktober tot de rechters een oordeel vellen. Door de onzekerheid hierover wil Duitsland zich voorlopig niet vastleggen over de Europese bankenunie.

De hoorzittingen gaan over een plan dat de ECB vorige zomer lanceerde om onder strenge voorwaarden staatsobligaties te kopen van eurolanden die in moeilijkheden verkeren. Dit programma, Outright Monetary Transactions (OMT), maakte abrupt een eind aan 3,5 jaar turbulentie rond de euro op de financiële markten. OMT functioneert als een kernwapen tijdens de Koude Oorlog: de afschrikwekkende werking ervan is totnogtoe genoeg geweest om beleggers gerust te stellen. De ECB heeft het nog niet hoeven gebruiken.

Duitse economen, parlementariërs en ruim 35.000 burgers organiseerden samen een ‘class action’-rechtszaak en stapten naar de rechter om het OMT-programma aan te vechten. In hun ogen gaat de ECB te ver. In het Europees verdrag staat dat de ECB geen overheden mag subsidiëren. ‘Monetaire financiering’ van staten is verboden. Volgens de klagers doet de ECB dit wel degelijk als zij staatsobligaties koopt. Deze klacht wortelt in een angst uit de jaren dertig, toen de Duitse centrale bank, op last van de regering, zoveel geld bijdrukte dat er hyperinflatie ontstond. Door dit historische trauma zijn veel Duitsers geobsedeerd door de onafhankelijkheid van de ECB. Dat de Bank geleid wordt door een niet-Duitser die deze logischerwijs niet deelt, Mario Draghi, maakt veel Duitsers er niet geruster op.

In de zaak die nu dient kan het hof niet over de ECB beslissen. Ze kan wél beslissen dat Duitsland niet mag meebetalen aan obligatieaankopen die de ECB ooit voor het OMT-programma doet. Duitsland is de grootste contribuant aan de ECB. Dit zou OMT in één klap buiten werking stellen. „Dit zou ernstige gevolgen hebben”, zei het Duitse ECB-directielid Jörg Asmussen afgelopen weekend. Hij beaamde dat de eurozone „dichtbij ongecontroleerde disintegratie’’ was geweest toen het obligatie-opkoopprogramma in juli 2012 werd aangekondigd.

Bundesbankpresident Jörg Weidmann, nota bene een goede vriend van Asmussen, weet dit. Terwijl Asmussen in Karlsruhe OMT verdedigde, werd Weidmann er gecast als de grote criticus. Beide heren hielden zich echter in. Asmussen heeft intern, bij de ECB, alles gedaan om te zorgen dat eurolanden niet zomaar OMT kunnen inroepen. Hij bouwde strikte voorwaarden in - deels in overleg met Weidmann. Dit is één van de redenen dat de ECB OMT nooit gebruikt heeft: landen proberen het te vermijden. Daarom hoefde Weidmann OMT niet te te hard aan te vallen. Hij noemde het opkoopprogramma ,,problematisch” omdat de ECB indirect toch eurolanden die hun openbare financiën moeten herzien, uit de wind houdt. Asmussen weerlegde dit beleefd.

Veel betrokkenen denken dat het wel losloopt in Karlsruhe maar dat de rechters meer zeggenschap willen voor het Duitse parlement. Dat betekent niet dat de Bondsdag meebeslist over obligatie-aankopen door de ECB; de ECB is onafhankelijk. Parlementariërs kunnen wel zeggenschap eisen als de ministers beoordelen of landen aan de strenge voorwaarden voor OMT voldoen. Ook kan Karlsruhe de zaak doorverwijzen naar het Europese Hof. Verder uitstel.

Net als vorig jaar houdt het Karlsruhe-vonnis, dat ook nog rond de Duitse verkiezingen wordt verwacht, andere Europese beslissingen op. Zo wil Duitsland nu geen beslissing nemen over Europese bankenresolutie. Dat wekt bij sommigen irritatie. Bankenresolutie is nodig, omdat veel banken in diverse landen actief zijn. Als zo’n bank in de problemen komt, moeten er afspraken zijn: welk land doet en betaalt wat?

Als die afspraken niet van tevoren gemaakt worden, vliegen landen elkaar in de haren. Sommige landen willen dit centraal regelen, met één pot geld, gevuld door banken zelf. Berlijn trapt op de rem. Die pot is pas over vijftien à twintig jaar gevuld. Tot dan moet er ook geld van belastingbetalers en beleggers bij. Belastinggeld is nationaal. Duitse functionarissen zeggen dat er geen sprake van kan zijn, dat ‘Europa’ over dit geld mag beslissen. Waarom? „De dag na zo’n besluit stapt er weer iemand naar het Hof.” Meer dan welk ander land ook moet Duitsland zorgen dat Europese crisismaatregelen juridisch dichtgetimmerd zitten – dichtgetimmerd tegen Karlsruhe.