‘We lopen wereldwijd voorop’

In weerwil van het doemdenken over Nederlandse technologie en innovatie groeide SoLayTec in Eindhoven in anderhalf jaar uit tot een potentiële wereldspeler in machines voor zonnecelproductie. Dankzij intensieve samenwerking.

Directeur Huib Heezen van SoLayTec. Zijn bedrijf dat machines voor het maken van zonnecellen produceert doet het goed op ‘Silicon Valley’ in Eindhoven.
Directeur Huib Heezen van SoLayTec. Zijn bedrijf dat machines voor het maken van zonnecellen produceert doet het goed op ‘Silicon Valley’ in Eindhoven. Foto Merlin Daleman

De veelvuldig bepleite (Silicon) Valley-gedachte in Nederland, is dat een Calimerogedachte of realiteit? Vertoef enkele dagen in de industriegebieden van ‘Brainport’ Eindhoven en je leert: zo’n vallei is er. Die is het krachtigst in wat heet ‘mechatronica’, de combinatie van elektro-, meet-, regel en besturingstechniek en werktuigbouwkunde. „Op dit terrein lopen we echt wereldwijd voorop. Alleen al ASML is metzijn machines verantwoordelijk voor 80 procent van de wereldproductie van IC’s, complexe chips”, zegt hoogleraar Mechatronica Maarten Steinbuch van de TU Eindhoven.

In deze traditie staat SoLayTec, producent van machines voor vervaardiging van zonnecellen. Het ontwikkelde een procedé om razendsnel een laagje aluminiumoxide op zonnecellen aan te brengen, mede door toepassing van mechatronica. Cellen leveren daarmee veel meer energie. De zogenaamde ALD-machines vormen een grote doorbraak richting goedkopere zonnecellen. De eerste afzet is een feit, naar producenten in Duitsland, Singapore en China. Directeur Huib Heezen: „Potentieel is de markt voor ons nu enkele tientallen miljoenen euro’s per jaar. Er is een volgende doorbraak nodig om tot een verveelvoudiging te komen.”

Met een opvallende nuchterheid, eenvoud en enthousiasme – net als de ondernemers in Silicon Valley –- praten Heezen en zijn marketingchef Roger Görtzen over technologie.

Görtzen komt van TNO, dat de technologie voor SoLayTec uitvond, en dat hij naar de markt moest brengen. „Bij toeval stuitten onderzoekers er in 2008 op, en zijn dat verder gaan uitwerken. Twee jaar later was het klaar en is SoLayTec opgericht.”

Op een waardering van 6 miljoen euro in 2011 kreeg TNO 30 procent en stortten de Duitse producent van zonnecelmachines Rena 45 procent en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) van het ministerie van Economische Zaken en de provincie Noord-Brabant 25 procent. De meerderheid bleef bij de overheid. Recent nam Rena de meerderheid en is SoLayTec een Duitse dochter.

Weg Hollandse glorie? Heezen: „Ze laten ons volkomen vrij. Rena vindt het juist zinnig als wij eigenwijs en zo snel blijven door ontwikkelen. Maar om de wereldmarkt te veroveren biedt Rena een mondiaal verkoopapparaat.”

In Duitsland is ook technologie-instituut Fraunhofer een belangrijke partner. De ‘valley-gedachte’ krijgt dichtbij veel intenser vorm. SoLayTec laat machines bouwen bij NTS, de buurman op bedrijvenpark De Hurk in Eindhoven-Noord. Zeker zo belangrijk was softwarebedrijf Sioux voor de simulaties, en ontwerpbureau Van Berlo voor de bediening van machines, beide gevestigd binnen een straal van drie kilometer. Ook in het internettijdperk maakt dat de communicatie en samenwerking toch eenvoudiger. „Dankzij die intensieve samenwerking konden we met een revolutionaire snelheid tot productie komen.”

Behalve TNO-broedsel kreeg SoLayTec samen met acht partners ook 1,9 miljoen euro van EZ uit de ‘Pieken in de Delta’-regeling. Heezen: „Dat heeft ons echt enorm geholpen om snel te ontwikkelen, misschien was het wel doorslaggevend.”

Het nieuwe stimuleringsprogramma ‘Topsectoren’ brengt daarentegen nog weinig enthousiasme teweeg bij SoLayTec , dat aanschuift bij de clusters Energie en High Tech. „Het uitgangspunt van intensieve samenwerking tussen grote instituten, wetenschap en bedrijfsleven is goed, maar minder voor een starter. Die moet snel op zichzelf nieuwe technologie bouwen en heeft geen behoefte aan ingewikkelde contracten en procedures.”

SoLayTec probeert dus nog een innovatiekrediet van Den Haag te krijgen en int van de populaire WBSO-regeling voor loonkostenbijdragen. Heezen: „Dat doen we zelf. Ingewikkeld is het niet. Je wordt goed geholpen door AgentschapNL.”

Management geniet een bonusregeling afhankelijk van de waardestijging. „Daarover is uitgebreid gediscussieerd”, is alles wat Heezen wil zeggen, gevraagd naar de details. Verschrikkelijk hard werken? Görtzen: „Het valt mee, ook bij TNO werkten we hard. Je moet vooral ruimte nemen om creatief te blijven.” Moet goed technisch personeel uit het buitenland komen? Heezen: „Nauwelijks, en liever niet eigenlijk. Gelukkig zijn er technici voorhanden, maar we moeten goed zoeken. We willen mensen uit verschillende disciplines die heel open communiceren. Ze moeten niet alleen technisch zeer begaafd zijn, maar openstaan voor betere ideeën van anderen. Nederlanders zijn daar over het algemeen goed in. Bovendien kan een taalbarrière storen.”

Technisch werkbedrijf TMC is een spil in het Eindhovense en stond ook SoLayTec bij met mensen, maar ook met een aanvangsinvestering. Verrassend is dat ook 50-plussers ruim aan bod komen bij SoLayTec, vaak nog met een verleden bij Philips. Heezen: „Dat zijn mannen met een groot enthousiasme voor technologie, terwijl ze ook veel hebben meegemaakt op een vaak hoog niveau.”

‘Mannen’ inderdaad, want van de vijftig mensen bij SoLayTec zijn er drie vrouw – geen van drieën technici. Heezen: „Dat moet groeien, al op de basisschool en in het middelbaar onderwijs.”

Dat is een taak voor de overheid, die dus een potje kan breken bij SoLayTec. Görtzen wil een lans breken voor instellingen als TNO: „Het heeft een negatief imago als een wat log staatsorgaan, maar er wordt fantastische technologie gemaakt, vaak op het scherpst van de snede en competitief voor de wereldmarkt.”

Hij ging, na tien jaar dienstverband, als enige mee naar SoLayTec. De uitvinders bleven bij TNO. Ze worden niet rijk. „Sommige mensen worden veel gelukkiger als ze in vrijheid nieuwe vindingen kunnen doen. Van die toegewijde wetenschappers moet je het ook hebben als Nederland – naast gedreven ondernemers.”