Voor de winkelier is sale vooral pijnlijk

De uitverkoop, die steeds eerder begint, heeft ingrijpende effecten voor de toch al kwakkelende modebranche. Winkeliers houden de strijd niet vol.

Wat doe je als winkelier als je jaar na jaar minder kleding verkoopt? Dan verzin je ten einde raad acties in een poging klanten te lokken. Uitverkoop! Sale! Twee halen, één betalen!

Het goede nieuws is: dat werkt. Uit een vandaag verschenen rapport van ABN Amro over de modebranche blijkt dat bijna 40 procent van de consumenten wacht op de uitverkoop. Maar er is ook een keerzijde. Prijsacties zorgen weliswaar voor meer klanten en meer omzet, maar de winkelier houdt hier weinig aan over. Hij geeft te hoge kortingen en levert te veel marge in. Op de lange termijn is dit niet vol te houden, waarschuwt ABN Amro.

In het rapport wordt gesproken over een „race to the bottom”, die door het langdurige karakter van de economische crisis „rampzalige gevolgen” kan hebben. Winkeliers concurreren zó hevig met elkaar dat deze „uitputtingsslag” voor velen van hen niet meer vol te houden is.

Het aantal faillissementen in de detailhandel zal dit jaar naar verwachting meer dan verdubbeld zijn ten opzichte van 2007. Bedroeg de faillissementsgraad voor de retail in 2007 nog 0,45 procent, in 2012 was dat opgelopen tot 0,83 procent. Dit jaar loopt het naar verwachting verder op tot 0,93 procent. 80 procent van die faillissementen is non-food.

De modebranche kampt sinds het uitbreken van de crisis in 2008 met teruglopende omzetten, met uitzondering van een kleine opleving in 2010. Eind vorig jaar lag de omzet van alle segmenten – dames- en herenmode, kindermode en lingerie – meer dan 15 procent lager dan in 2007. De uitschieter is de lingerie; dit segment laat een omzetkrimp van maar liefst 23,7 procent zien. Geven vrouwen liever geld uit aan kleding die wél zichtbaar gedragen wordt? Michel Koster, de onderzoeker van ABN Amro die het rapport heeft geschreven, lacht. „Daar lijkt het wel op. Dat nieuwe setje voor in de slaapkamer moet maar even wachten.”

Maar de daling van de omzet in de modebranche is nog niet ten einde, vervolgt hij serieus. In het eerste kwartaal van dit jaar daalden de volumes weer 10,2 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Door de aanhoudende crisis loopt het besteedbaar inkomen van consumenten verder terug, legt Koster uit. Vorig jaar daalde het besteedbare inkomen van Nederlandse huishoudens volgens hem met 3,2 procent. Sinds de start van de crisis in 2008 bedraagt de daling meer dan 5 procent.

Bovendien, zegt Koster, hebben kledingwinkels zwaar te lijden gehad onder het slechte weer van de eerste maanden van dit jaar. „Als het in maart nog sneeuwt, blijft de interesse in de zomercollectie uit.”

Kortom, de nood bij kledingwinkels is hoog. Koster begrijpt dan ook wel dat ondernemers „zenuwachtig” worden, zoals van het slechte weer van afgelopen voorjaar, en dan maar uitverkoopposters op de ramen plakken. Tegelijk begrijpt hij de tegenbeweging die ontstaat. Winkeliers pleiten voor ‘regulering’; er moet een eind komen aan de eeuwige sale.

Neem Jeanine van Eerd. De eigenaresse van groothandel Van Eerd Fashion Group is in maart op Facebook de actie ‘Sale starts 1 juli’ begonnen. Zij zou het liefst zien dat winkeliers op twee vaste momenten in het jaar uitverkoop houden, zegt ze. Ze denkt aan 1 juli en 1 januari. Of 15 juni en 15 december. „De uitverkoop is zó onregelmatig en vroeg. Als winkelier móét je meedoen met de rest. Dat is een ramp voor je marges, terwijl winkeliers al in financiële nood zitten. En de winkels worden er ook ongezelliger en rommelig van.”

Sectorspecialist Koster denkt dat het initiatief weinig kans van slagen heeft. Uit zijn rapport blijkt dat het gros van de consumenten er ook niet op zit te wachten. Slechts 21 procent wil – net als de Belgen – op twee vaste momenten in het jaar naar de winkel rennen voor de uitverkoop. Solden!