‘Verdi spreekt direct tot de verbeelding’

Het atletische onderdeel van opera interesseert me niet, zegt stertenor Rolando Villazón. „De zang staat in dienst van de emotie.”

Rolando Villazón
Rolando Villazón

Mooi verhaal: de twaalfjarige Rolando Villazón stond in Mexico-Stad te zingen onder de douche, toen hij werd ontdekt door een lid van een kunstacademie die toevallig bij de buren langskwam. Hij overtuigde Villazón om auditie te doen; het bleek de start van een wereldcarrière. Waar gebeurd? Ja, beaamt de inmiddels 41-jarige tenor aan de telefoon, terwijl hij een wandeling maakt door zijn woonplaats Parijs. Vanavond debuteert hij in het Amsterdamse Concertgebouw met een Verdi-recital, gebaseerd op zijn onlangs verschenen Verdi-album. Villazón is geliefd om zijn soepele en gevoelige stem die een aanstekelijke snik heeft zonder sentimenteel te worden. Hij spreekt ‘Verdi’ graag uit met een rollende ‘r’.

U bent een warm pleitbezorger van de muziek van Verdi, zeker in dit Verdi-jaar. Maar in Nederland lijkt de eveneens jubilerende Wagner populairder. Moet Verdi verdedigd worden?

„Ik ben blij dat ik de grote Verdi in Nederland wat centraler mag stellen. Ik schreef in een krantenartikel dat Verdi nog steeds modern en relevant is. Maar dat was niet bedoeld ter verdediging van Verdi, wiens muziek direct tot de verbeelding spreekt. Hooguit wilde ik bij operaleken de angst wegnemen dat Verdi te ingewikkeld zou zijn. Deze buitengewone artiest spreekt direct tot de verbeelding. Dat geldt voor Wagner veel minder, om voor Parsifal gevoelig te zijn moet je iets meer ingevoerd zijn in de wereld van opera.

„In Verdi’s muziek is een hele traditie samengebald: je ziet van Verdi een directe lijn teruglopen naar Mozart en Händel, maar zijn werk wijst ook vooruit naar Puccini en Britten. Verdi wilde niet nodeloos moeilijk doen, maar slechts het verhaal van het drama vertellen door middel van muziek. Op mijn recital staan veelal onbekende aria’s en liederen, om aan te tonen dat ook het bijna vergeten repertoire van Verdi zeker de moeite waard is.”

U werd bekend met Verdi-rollen in Don Carlo en La Traviata. Gaat u de zwaardere partijen zoals Radames uit Aida ooit ook zingen?

„Radames, dat is niet mijn repertoire. Die zwaarte past niet bij mijn stemtype, ik focus liever op wat wel mogelijk is. Ik doe immers maar drie of vier producties per seizoen.”

„Na uw operatie in 2009, waarbij een cyste aan de stembanden werd verwijderd, werden critici het niet eens over hoe dit uw stem zou hebben beïnvloed. Hoe ervaart u het zelf?

„Ach, ik heb twee keer geluk gehad. Allereerst met een geweldige carrière. Daarna dat de artsen die dachten dat ik na de operatie niet meer zou kunnen zingen, ongelijk hadden. Ik voel me sindsdien een beter mens, en luister nu ook beter naar mijn innerlijke stem. Wat doe ik wel, wat niet?”

Die zelfkennis ontbreekt bij veel operazangers, volgens dirigent Antonio Pappano. Hij klaagde onlangs dat zij zich te veel belasten en daardoor voortdurend moeten afzeggen.

„En hij heeft gelijk met de constatering dat de druk nu heel hoog is. Honderd jaar geleden werd er minder regelmatig opgetreden en speelden de orkesten zachter. Er zijn nu veel meer festivals. Je moet voorzichtig zijn. Zelf heb ik een gebalanceerd seizoenschema, en houd ik me naast zang ook bezig met operaregie en het schrijven van romans.

„Bovendien, het atletische onderdeel van opera interesseert me niet. De operablogs zijn een geweldige democratisering van het operabedrijf, maar soms worden er de verkeerde vragen gesteld. Hoe lang kan een tenor zijn frase aanhouden, hoe hard zingt hij, hoe zacht? Dat moet geen doel op zich zijn, maar in dienst staan van de emoties van de muziek. De zanger is geen machine die geluid produceert, je hebt bezieling nodig. Er telt uiteindelijk maar één vraag: ben ik geroerd of niet?”

Verdi-recital Rolando Villazón, 12/6 Concertgebouw Amsterdam. www.concertgebouw.nl