Utto, utto, utto!

Draagt agrarisch natuurbeheer bij aan verbetering van de leefomgeving voor weidevogels? In de Friese Zuidwesthoek passen boeren hun werkwijze aan voor het behoud van de grutto. Ze verwerpen kritiek. Een dagje in het weiland.

Subsidies? Wil je dat woord liever niet noemen, vragen de Friese veehouders Jelle Zeilstra en Aaltsje Osinga met klem. Zelf noemen ze hun inspanningen om weidevogels te beschermen liever een „vergoeding of tegemoetkoming in inkomstenderving”. En: „Een nog niet eens kostendekkende. Doordat we het gras later maaien, lopen we opbrengsten mis. Dat gras bevat minder eiwit, omdat het langer op het land staat.”

Het zal duidelijk zijn dat ze de kritiek van de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (Rli), die in een recent advies zei dat agrarisch natuurbeheer niet bijdroeg aan de verbetering van de leefomgeving van weidevogels, volstrekt niet delen.

Een grutto vliegt door de lucht en laat zijn kenmerkende roep horen. ‘Utto, utto, utto.’ Beneden hem ligt een drassig en kruidenrijk grasland vol zuring, boter- en pinksterbloemen. Dit fugeltsjelân bij het Frieze Idzegea is een eldorado voor weidevogels. Veehouder Jelle Zeilstra (43) uit Gaastmeer en boerin Aaltsje Osinga (36) uit Aldegea (Súdwest Fryslân) lopen door het hoge gras. „Kijk, twee bergeenden”, roept Zeilstra. Een lepelaar vliegt op, een kievit maakt capriolen in de lucht en er is zelfs een zeldzame veldleeuwerik te zien. „De zon erbij, een ligstoel, de ogen dicht en genieten van vogelgeluiden”, lacht Osinga.

Beiden zijn lid van de Skriezekrite Idzegea, (Gruttokring Idzegea). In dit project werken ruim 40 veehouders rondom de Friese dorpen Heeg, Gaastmeer en Idzegea nu zo’n tien jaar samen om de leefomstandigheden voor de grutto te verbeteren. Want de grutto heeft het moeilijk in Nederland. Uit de Weidevogelbalans van SOVON, die deze week bekend werd, blijkt overigens dat de gruttostand de afgelopen vijf jaar, met 40.000 broedparen, landelijk op peil bleef. De jaren daarvoor ging het aantal broedparen van de steltloper met acht procent per jaar snel achteruit.

Er is steeds minder voedsel en rust voor de boerenlandvogels in de gecultiveerde weilanden. De grutto houdt van een open landschap en een natte bodem. De veehouders van de Skriezekrite verhogen slootwaterpeilen, zodat delen van hun weilanden natter worden en grutto’s wormpjes gemakkelijker uit de grond kunnen pikken. Ook worden er speciale natte percelen (plasdrasgebieden geheten) aangelegd, waar de vogels kunnen rusten en fourageren. Toen Zeilstra in februari 2011 een deel van zijn land onder water zette, had dat direct effect. „Ik zag er de volgende dag al plevieren.”

Wat doen de boeren nog meer voor de vogels? Ze rijden droge stalmest uit over het land, waardoor het bodemleven verbetert. Verder zijn er delen van het weiland die pas worden gemaaid, nadat de jonge grutto’s zijn uitgevlogen. Bomen worden gesnoeid en struiken verwijderd, om het leefgebied van de grutto’s minder aantrekkelijk te maken voor predatoren als roofvogels. Vorig jaar broedden er in het 1500 hectare grote gebied van de Skriezekrite 360 broedparen van de grutto. „Mede dankzij onze inspanningen is dat aantal de laatste jaren constant gebleven”, menen de boeren.

Zeilstra had als kind al oog voor weidevogels. „Ik markeerde nesten door er stokjes bij te zetten, zodat ze bij het maaien opgemerkt zouden worden.” Wat haar passie is voor weidevogels vindt Osinga lastig te omschrijven. „Het is het gevoel. Op deze plek in Friesland voel ik me thuis. Daar horen de geluiden van de weidevogels bij.” Zeilstra: „Als je in februari de roep van de eerste kieviten hoort, besef je: hè, hè, het wordt weer voorjaar. Je wordt dan direct vrolijk.”

De boeren helpen de weidevogels, maar hebben ook een bedrijf. Ze ontvangen overheidssubsidies voor hun inspanningen. Maar ze doen het niet voor het geld, onderstrepen ze. Aaltsje Osinga: „Het klinkt misschien wat zweverig, maar we zijn hier met elkaar op aarde, je moet zorgen dat het voor iedereen en dus ook voor de vogels een plekje is.” Zeilstra vindt zelfs dat hij gevangen zit in de regels. „Het plasdrasgebied moet minimaal 3.000 vierkante meter groot zijn en het waterpeil tussen de vijf en twintig centimeter. Dat wordt streng gecontroleerd. Liever had ik iets minder water. Dat is beter voor de vogels, want dan wordt het gebied waar ze voedsel kunnen zoeken, groter.”

Overigens beseffen ze heel goed dat de vergoedingen voor agrarisch natuurbeheer – landelijk 58 miljoen per jaar voor weidevogelbeheer – ter discussie staan. „We hopen dat de consument ons wil steunen mochten ze wegvallen”, zegt Zeilstra. Hij denkt hardop aan praktische steun van burgers. „Hulp bij de administratie of adoptie van percelen weiland.” Binnen het project Kening fan ’e greide (zie kader) bestaat het plan om speciale melk (werktitel gruttomelk) op de markt te brengen, afkomstig van vee van boeren die zich inzetten voor de weidevogels.