Twee weken na examen ben je de meeste kennis alweer kwijt

Het eindexamen nog een keer maken is een tour de force. De psycholoog: „Geheid zal bij leerlingen de emmer overlopen.”

Drie rode en één witte wijn, twee biertjes en een portie bitterballen. Zeg het tegen een ober en hij onthoudt het. Precies tot het moment waarop hij de bestelling aflevert en afrekent. Daarna vergeet hij het onmiddellijk.

Daar is een naam voor: het Zeigarnik-effect, genoemd naar de Russische psychologe die ontdekte dat onafgemaakte taken beter worden onthouden dan voltooide taken. Een eindexamenleerling stampt kennis in zijn hoofd, reproduceert het tijdens zijn examens en twee weken later is hij een groot deel van die kennis weer kwijt. Zodra de noodzaak weg is, is de feitenkennis ook weg. Evolutionair is dat nodig, zegt de Groningse psycholoog Douwe Draaisma. „Het creëert weer ruimte voor nieuwe informatie.”

Dus is het erg dat de leerlingen van scholengemeenschap Ibn Ghaldoun in Rotterdam, en mogelijk zelfs alle eindexamenleerlingen in Nederland, een deel van hun examens opnieuw moeten maken? Ja, dat is het. Om de examens waarvoor feitenkennis nodig is te kunnen maken, moet alles opnieuw geleerd worden. Het overdoen van examens Frans, Engels en Nederlands is volgens Draaisma minder erg: de woordenschat is er nu eenmaal.

Voor eindexamens zijn mensen maximaal zenuwachtig, zegt Draaisma. Dat blijkt wel uit het feit dat het ons in onze dromen levenslang kan blijven achtervolgen. Je droomt dat je te laat komt voor je examen, of dat je pen het niet doet. Je kunt het klaslokaal niet vinden of je hebt de verkeerde examenstof geleerd.

Allemaal varianten op dezelfde beroemde droom: de examendroom. Je wordt wakker in totale paniek, met een intens gevoel van mislukking, totdat je je realiseert dat het een droom was. Want in werkelijkheid heb je, jaren geleden, dat ene examen wel degelijk gehaald.

Dat is het eigenaardige: 95 procent van de examendromen gaat over de examens waarvoor je geslaagd bent. Het is een manier om jezelf gerust te stellen en om jezelf te bemoedigen, zegt Draaisma. „Je droomt het namelijk vaak vlak voor een andere beproeving, zoals een sollicitatiegesprek, een huwelijk of een deadline.”

Maar voor de leerlingen van nu is het eindexamen geen droom. Daarom maakt ontwikkelingspsycholoog Jan Derksen zich er boos over dat onschuldige leerlingen de dupe zijn.

Adolescenten hebben nog weinig ervaring met stress, zegt Derksen, hoogleraar klinische psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Tegelijkertijd zitten ze wel in een ontwikkelingscrisis. En dan komt het eerste grote stressmoment van je leven: de eindexamens. „Als je die examens dan nóg eens moet doen, betekent dat dus nóg meer druk.”

Daar komt nog iets bij. Het is volgens Derksen cruciaal dat adolescenten passief mogen zijn. Dat er ruimte is om te mijmeren, om te fantaseren. „De wereld om hen heen verwacht juist psychologische activiteit: goede cijfers halen, een bijbaan hebben. Maar als er in de periode na de examens ook nog eens weinig tijd is voor passiviteit, is dat ongezond.”

En die periode zal nu, in elk geval voor de leerlingen van Ibn Ghaldoun, worden opgevuld met nieuwe examens en het afwachten van de uitslag. Derksen: „Dan zullen er geheid leerlingen zijn bij wie de emmer overloopt. Zij kunnen angstig of overspannen raken.”

Ook is het de vraag of de leerlingen hun examens een tweede keer net zo goed maken. Er is mogelijk minder tijd om te leren. En meer stress is niet goed voor de concentratie, zegt LAKS-voorzitter Remco Barendregt. Hij sprak leerlingen die eind mei het uitgelekte eindexamen Frans een dag later moesten maken. „Ze zeiden bijvoorbeeld dat ze de nacht van tevoren niet hadden geslapen van de spanning. Natuurlijk heeft zoiets effect op hun prestaties, ook al heeft het College voor Examens beloofd bij de beoordeling rekening te houden met de omstandigheden.”