School sluiten gaat niet zomaar

De gemeente Rotterdam drong al eerder aan op sluiting van de school Ibn Ghaldoun, nadat in 2008 fraude met subsidies was geconstateerd. Met de diefstal van examens is volgens de gemeente de maat vol. Maar zij kan de school niet zelf sluiten.

Ouders en leerlingen werden gisteravond op de scholengemeenschap Ibn Ghaldoun ingelicht over de examenfraude.
Ouders en leerlingen werden gisteravond op de scholengemeenschap Ibn Ghaldoun ingelicht over de examenfraude. Foto’s ANP

De vraag dringt zich op hoe bont een school het kan maken voordat hij gesloten wordt. De islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun uit Rotterdam is wederom slecht in het nieuws. Drie leerlingen van de school zitten vast omdat ze vijftien eindexamens zouden hebben gestolen. De afgelopen jaren waren er meer problemen op de Ibn Ghaldoun: onderwijsgeld werd besteed aan reizen naar Mekka, er stonden imams op de loonlijst, het onderwijs was zeer zwak en de financiële administratie een rommeltje.

Voor wethouder Hugo de Jonge (onderwijs) is de maat nu vol. Hij wil dat Ibn Ghaldoun dichtgaat. Gisteren heeft hij daar in een gesprek met de schooldirectie op aangedrongen. „Sluiting is onvermijdelijk”, vindt hij. „Dit is een nieuwe nare episode in een verhaal dat toch al niet zo best was. Men heeft in een diep dal gezeten, heeft zeker stappen gezet om weer een normale school te worden, maar dit is een incident te veel.”

De onderwijsinspectie maakte gisteren bekend dat de examens van alle gestolen vakken op het Ibn Ghaldoun moeten worden overgemaakt. De grootste zorg van wethouder De Jonge gaat op dit moment dan ook uit naar de leerlingen van de school. „Het is buitengewoon ingrijpend voor de scholieren die maandenlang naar de examens zijn toegegroeid. Ze zitten nu opnieuw in spanning. Dat is voor leerlingen echt een drama”.

Hij verwacht dat de school niet meer levensvatbaar is, omdat ouders hun kinderen van school zullen halen en nieuwe aanmeldingen zullen teruglopen. „Los daarvan is de vraag: wat betekent wat er nu is gebeurd, samen met wat er in het verleden is voorgevallen, voor de naam van de school? Zijn we nog in staat leerlingen een goed diploma mee te geven? Helpen wij onze leerlingen als we ze de wereld insturen met een diploma van Ibn Ghaldoun? Daar zal altijd een smet op zitten.”

Niettemin liet de bestuursvoorzitter van Ibn Ghaldoun gisteren weten dat hij vooralsnog niet van plan is te stoppen. Het islamitisch onderwijs heeft zijn bestaansrecht bewezen, zei hij. De Jonge bevestigt dat dit ook in het gesprek met de school aan de orde is geweest. „Je zou kunnen zeggen dat islamitisch onderwijs bestaansrecht heeft, omdat een aantal ouders hier bewust voor kiest”, zegt hij. „Dat is iets anders dan dat deze school bestaansrecht heeft.”

Leonard Geluk, De Jonges voorganger als onderwijswethouder in Rotterdam, probeerde in 2008 al eens de islamitische scholengemeenschap te laten sluiten. In dat jaar werd bekend dat Ibn Ghaldoun ruim 1,2 miljoen euro moest terugbetalen aan het ministerie van Onderwijs. De school had dit bedrag onrechtmatig besteed. Zo was het geld gebruikt voor reizen naar Saoedi-Arabië waaraan behalve leraren, personeel, leerlingen en ouders, ook buitenstaanders hadden deelgenomen. Verder stonden er werknemers op de loonlijst, onder wie imams, die geen aantoonbare activiteiten hadden verricht voor de school.

Geluk besloot daarop de gemeentesubsidie stop te zetten. Hij stuurde ook een brief aan de ouders van de leerlingen met de raad hun kinderen ergens anders op school te doen, omdat de kwaliteit van het onderwijs op de Ibn Ghaldoun-school veel te wensen overliet. De onderwijsinspectie beoordeelde de prestaties van de school als ‘zeer zwak’.

De school spande om die brief een zaak aan tegen Geluk, die in eerste instantie werd gewonnen door het schoolbestuur. In hoger beroep oordeelde het hof een jaar later echter dat de wethouder wel in zijn recht stond.

Rechtmatig of niet, Geluks oproep haalde weinig uit. Ouders haalden hun kinderen niet van school. In de twee jaar daarop verbeterde het onderwijs. In 2010 kende de gemeente Rotterdam weer subsidie toe, omdat de inspectie de school niet langer als ‘zeer zwak’ beschouwde. Het vmbo-onderwijs werd nog wel als ‘zwak’ gekarakteriseerd en de school bleef ook onder verscherpt financieel toezicht.

Vorig jaar ging Bart Renders als nieuwe directeur van start. Hij moest verder orde op zaken stellen. Naar het zich nu laat aanzien, heeft zijn voorganger hem met een lelijke erfenis opgezadeld. Het AD meldde vanochtend dat een van de verdachten van de diefstal van de examens de zoon is van de ex-directeur van Ibn Ghaldoun. Deze directeur besloot in 2010 geen nieuw slot op de kluis te laten zetten nadat één van de kluissleutels verdwenen was.

Waarom de huidige directie pas aan het eind van de examenperiode bekendmaakte dat er met de opgaven gerommeld was, nadat het examen Frans via internet was uitgelekt, moet nader onderzoek uitwijzen. Waren de vijftien verbroken zegels echt niemand opgevallen?

Of de school na dit schandaal besluit zichzelf op te heffen, is twijfelachtig. En of de ouders hun kinderen nu wél van Ibn Ghaldoun halen, in tegenstelling tot in 2008, is ook nog maar de vraag. Dus willen politici in de Tweede Kamer en de Rotterdamse gemeenteraad weten hoe de overheid kan ingrijpen.

Een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs laat weten dat er twee sanctiemogelijkheden zijn. De minister kan de bekostiging van een bijzondere school beëindigen wanneer sprake is van ernstig of langdurig tekortschieten van de kwaliteit, meer speciaal de leerresultaten. Daarnaast kan de minister een ‘aanwijzing’ geven. Dan moet er sprake zijn van wanbeheer, bijvoorbeeld op financieel gebied, of moet de omgang met leerlingen en ouders zijn verwaarloosd. Zo’n aanwijzing is een opdracht van de minister die niet genegeerd kan worden, anders volgen er financiële maatregelen.

Welk lot Ibn Ghaldoun zal treffen, moet over enkele weken duidelijk zijn, als de inspectie en het OM hun werk hebben afgerond.