Onderaannemers in staatsgeheimen

De Amerikaanse geheime dienst en het leger werken steeds meer met onderaannemers. Dat maakt hen kwetsbaar, laat de NSA-zaak zien.

Strategie- en technologieconsultant Booz Allen Hamilton opereert het liefst in stilte. Dus toen vorige week Edward Snowden, een van zijn werknemers, wereldnieuws werd door het onthullen van staatsgeheimen werd onmiddellijk een persbericht uitgestuurd, waarin niets werd ontkend, maar ook niets werd gezegd over Snowdens werkzaamheden voor het bedrijf.

‘Booz Allen kan bevestigen dat Edward Snowden, 29, gedurende minder dan 3 maanden een werknemer van ons bedrijf is geweest, toegevoegd aan een team in Hawaii. Nieuwsberichten dat deze eenling beweert geheime informatie te hebben gelekt, zijn schokkend, en indien juist, betekent deze handelwijze een ernstige schending schending van de gedragscode en kernwaarden van ons bedrijf’, aldus het persbericht.

De in Hongkong ondergedoken Snowden, die eerder bij de CIA werkte, bracht het bestaan naar buiten van PRISM, een geheim programma van de National Security Agency (NSA) om telefoon- en internetverkeer van miljoenen burgers op en buiten Amerikaans grondgebied te verzamelen. Maar met zijn onthulling onderstreepte hij ook iets anders: de cruciale rol die onderaannemers als Booz Allen Hamilton (bijna 25.000 werknemers, 4,2 miljard euro omzet, nagenoeg allemaal uit overheidsopdrachten) na 9/11 zijn gaan spelen in Amerikaanse oorlogsvoering en spionage.

De Canadese onderzoeksjournaliste Naomi Klein heeft dat de opkomst van de commerciële ‘huurlingenbranche’ genoemd, belichaamd door onder andere het omstreden bedrijf Halliburton waar Dick Cheney, vicepresident onder George W. Bush, ooit de scepter zwaaide en dat in Irak voor miljarden dollars aan contracten in de wacht sleepte.

In een onlangs verschenen rapport van de Amerikaanse Congressional Research Service (CRS) staat nog eens becijferd hoe belangrijk de inbreng van de onderaannemers de afgelopen jaren is geworden: in de oorlog in Irak stond tegenover elke Amerikaanse soldaat een ingehuurde arbeidskracht. In maart van dit jaar waren er naar schatting 108.000 door het Amerikaanse ministerie van Defensie ingehuurde uitzendkrachten in Afghanistan, 62 procent van daar aanwezige troepenmacht.

Dat vergroot de kans op fraude, verspilling en mistoestanden, zoals de ervaringen in Irak en Afghanistan hebben geleerd, stelt de CRS. Maar zonder de particuliere onderaannemers is het Amerikaanse militaire apparaat niet langer in staat grootschalige en langdurige operaties uit te voeren.

Nu president Barack Obama de laatste Amerikaanse soldaten gaat terughalen van de frontlinie in Afghanistan, wordt de rol van de onderaannemers op het slagveld misschien minder prominent. Maar dat geldt niet voor Booz Allen Hamilton en andere bedrijven die een vooraanstaande plek hebben verworven in het inlichtingenestablishment. Na 9/11 werden ze noodgedwongen ingeschakeld om het acute tekort aan specialisten bij de inlichtingendiensten snel op te vullen; de laatste jaren worden ze, volgens een recent onderzoek van The Havard Kennedy School, stelselmatig ingehuurd door de verschillende inlichtingendiensten.

Zes jaar geleden schatte het bureau van de gezamenlijke veiligheidsdiensten (DNI) dat ongeveer 70 procent van het Amerikaanse inlichtingenbudget opging aan ingehuurde commerciële krachten. Later werd dat cijfer gerelativeerd. Feit is dat ingehuurde specialisten de flexibiliteit en slagkracht van de inlichtingendiensten sterk vergroten, al zijn ze niet goedkoop. Volgens een inlichtingenrapport van de Senaat kostte een federale ambtenaar in 2007 ongeveer 126.500 dollar per jaar, en een ingehuurde kracht het dubbele.

Booz Allen Hamilton, voor het grootste deel in handen van de investeringsmaatschappij Carlyle Group uit Washington, geldt als een van de voornaamste toeleveranciers. Het imago van nauwe verwevenheid met het veiligheidsestablishment heeft het bedrijf mede te danken aan de goede persoonlijke contacten die er zijn tot op het hoogste niveau. James Clapper, het hoofd van de gezamenlijke inlichtingendiensten, is een voormalige topman van Booz Allen Hamilton. Een van zijn voorgangers als inlichtingenhoofd onder Bush, John M. McConnel, is nu vicevoorzitter bij Booz Allen Hamilton.

Geen wonder dat de onderneming zich laat voorstaan op de kwaliteit van zijn dienstverlening en op de betrouwbaarheid van zijn personeel. ‘Wij helpen de inlichtingendiensten om de kennis te verkrijgen om de nationale veiligheid te vergroten’, staat op de website. Maar dan moeten die inlichtingendiensten er natuurlijk wel op kunnen vertrouwen dat geheimen niet op straat komen te liggen. Nu dat wel is gebeurd, ook al is dat door toedoen van iemand die maar kort bij het bedrijf heeft gewerkt, toont dat aan dat de screening van het bedrijf niet waterdicht is. Daarom komt de affaire-Snowden ook keihard aan bij Booz Allen Hamilton.