Nee, Snowden deed een grote onthulling

Klokkenluider Edward Snowden toont hoe de VS hun eigen burgers begluren. Daniel Ellsberg vindt deze onthulling groter dan zijn beroemde lek indertijd van de Pentagon Papers.

Illustratie Bill Day

Naar mijn mening is er in de Amerikaanse geschiedenis, inclusief de Pentagon Papers van veertig jaar geleden, geen belangrijker lek geweest dan de publicatie door Edward Snowden van materiaal van de Nationale Veiligheidsdienst (NSA). Zijn klokkenluidersactiviteiten stellen ons in staat een belangrijk deel terug te draaien van wat is uitgelopen op een ‘coup van de uitvoerende macht’ tegen de Amerikaanse grondwet.

Sinds 11 september 2001 is er, eerst in het geheim maar steeds vaker in alle openheid, sprake geweest van het herroepen van de Bill of Rights (de eerste tien amendementen van de Amerikaanse grondwet over de persoonlijke vrijheden) waarvoor dit land tweehonderd jaar geleden heeft gevochten. Met name het vierde en het vijfde amendement, die burgers vrijwaren voor ongerechtvaardigde inbreuken door de overheid in hun persoonlijke levenssfeer, zijn feitelijk opgeschort.

De regering beweert over een juridische volmacht te beschikken op grond van de FISA (de Foreign Intelligence Surveillance Act), maar die ongrondwettelijk verreikende volmacht komt van een geheim hof, dat is afgeschermd van effectief toezicht en zich vrijwel altijd plooit naar verzoeken van de uitvoerende macht. Het is dus nonsens als de president zegt dat er gerechtelijk toezicht is – en dat geldt ook voor het zogenaamde toezicht dat wordt uitgeoefend door de Congrescommissies voor de inlichtingendiensten. Niet voor de eerste keer hebben zij er blijk van gegeven dat ze door en door onder invloed staan van de diensten die ze zouden moeten controleren. Het zijn als het ware zwarte gaten, waarin de informatie wordt opgezogen die het publiek eigenlijk moet kennen.

Het feit dat de leiders van het Congres van deze activiteiten „op de hoogte zijn gesteld” en er akkoord mee zijn gegaan, zonder open discussie, hoorzittingen, stafanalyses of enige echte kans om het er effectief mee oneens te zijn, toont aan hoe verrot het systeem van checks and balances in dit land is.

Het is natuurlijk niet zo dat de Verenigde Staten nu een politiestaat zijn geworden. Maar gezien de uitbreiding van deze inbreuk op de privacy van burgers hebben we nu wel de volledige elektronische en juridische infrastructuur van zo’n staat. Als er bijvoorbeeld een oorlog zou komen, die zou leiden tot een grootschalige anti-oorlogsbeweging – zoals we die tegen de oorlog in Vietnam hadden – of als we nog een keer een aanval op de schaal van 9/11 zouden moeten doorstaan, wat waarschijnlijker is, dan vrees ik voor onze democratie. Deze bevoegdheden zijn buitengewoon gevaarlijk.

Er zijn legitieme redenen voor geheimhouding, en vooral voor geheimhouding van bepaalde inlichtingen die zijn verkregen door het aftappen van communicatienetwerken. Maar het is niet gerechtvaardigd een systeem van geheimhouding te gebruiken om programma’s aan het oog te onttrekken die klip en klaar ongrondwettelijk zijn, zowel qua reikwijdte als door het potentiële misbruik dat ervan kan worden gemaakt. Noch de president noch het Congres mag het vierde amendement herroepen – en dat is de reden dat wat Snowden tot nu toe heeft onthuld geheim werd gehouden voor het Amerikaanse volk.

In 1975 sprak senator Frank Church in de volgende bewoordingen over de Nationale Veiligheidsdienst: „Ik ken het vermogen om de tirannie in Amerika volledig te maken, en we moeten erop toezien dat deze dienst en alle diensten die over deze technologie beschikken, binnen de grenzen van de wet blijven opereren, en onder het juiste toezicht blijven staan, zodat we nooit in de buurt van die afgrond komen. Dat is de afgrond waaruit geen weg meer terug is. Het gevaarlijke vooruitzicht waarvoor hij waarschuwde was dat het Amerikaanse vermogen om inlichtingen te verzamelen „op ieder moment tegen het Amerikaanse volk zelf zou kunnen worden ingezet, zodat geen Amerikaan nog maar enige privacy zou overhouden”.

Dat is nu gebeurd. Dat is wat Snowden openbaar heeft gemaakt, aan de hand van officiële, geheime documenten. De NSA, FBI en CIA hebben, dankzij de nieuwe digitale technologie, mogelijkheden in handen om onze eigen burgers te bespioneren waar de Stasi – de geheime politie van de voormalige ‘democratische republiek’ Oost-Duitsland – nauwelijks van had durven dromen. Snowden onthult dat de zogenoemde ‘inlichtingengemeenschap’ de Verenigde Stasi van Amerika is geworden.

Dus zijn we in de afgrond van senator Church gevallen. De relevante vragen luiden nu of hij gelijk had dat er geen weg terug meer is, en of dit betekent dat een effectieve democratie onmogelijk is geworden. Een week geleden zou ik het lastig hebben gevonden om veel tegen pessimistische antwoorden op deze conclusies in te brengen.

Maar nu Edward Snowden zijn leven op het spel heeft gezet om deze informatie naar buiten te krijgen, en wellicht anderen met soortgelijke kennis en een even groot geweten en patriottisme heeft geïnspireerd om een vergelijkbare burgermoed aan de dag te leggen – in het openbaar, in het Congres en binnen de uitvoerende macht zelf –, ontwaar ik een onverwachte mogelijkheid om aan de afgrond te ontsnappen.

Druk vanuit een geïnformeerde publieke opinie op het Congres om een commissie te vormen die de onthullingen van Snowden en – naar ik hoop – anderen moet onderzoeken, zou ons ertoe kunnen brengen de NSA en de rest van de inlichtingengemeenschap onder echt toezicht te plaatsen en de bescherming van de Bill of Rights in ere te herstellen.

Snowden deed wat hij heeft gedaan omdat hij inzag wat de spionageprogramma’s van de NSA werkelijk waren: een gevaarlijke, ongrondwettelijke activiteit.

Deze grootscheepse inbreuk op de privacy van Amerikaanse en buitenlandse burgers draagt niet bij aan onze veiligheid, maar brengt de vrijheden juist in gevaar die we proberen te beschermen.

Daniel Ellsberg (1931) is een voormalige defensieanalist, die in 1971 de zogeheten Pentagon Papers naar The New York Times liet uitlekken: geheime documenten waaruit bleek dat het Amerikaanse volk systematisch was misleid over de politieke en militaire betrokkenheid van de VS bij de oorlog in Vietnam.