Nederlandse 'valley' als innovatiecampus

Geen land zo plat als Nederland, maar toch plakken juist wij overal het label ‘valley’ op. Sommigen noemen het een modewoord, maar anderen zien het als hét voorbeeld van kenniseconomie in de praktijk. Is de vergelijking met Silicon Valley terecht? „Nederlandse durfkapitalisten zouden meer risico moeten nemen.”

‘Seed valley? Waar die zich bevindt? Ergens in Amerika wellicht?” Een oude man met hond kijkt wat meewarig om zich heen wanneer hem te kennen wordt gegeven dat juist zijn eigen stad Enkhuizen de kern vormt van deze vallei. „En dat dal dan? Het enige wat ik hier zie zijn weilanden en tuinbouwbedrijven.”

Directeur JanWillem Breukink van zaadverbeteraar Incotec verbaast zich er nog weleens over: in China buigt men voor de innovatieve Nederlandse zadenindustrie, maar de Enkhuizers zelf hebben vaak geen idee welke wereldwijde spelers in hun gemeente zijn gevestigd.

„De Nederlandse tuinbouw is door het kabinet bestempeld als topsector”, vertelt Breukink. Met zijn bedrijf Incotec zorgt hij onder meer voor de coating van zaden: hoe bescherm je zaden zo lang mogelijk tegen bedreigingen. „De voedselzekerheid staat bij veel landen hoog op de agenda. Hier worden innovaties toegepast die ervoor moeten zorgen dat zaden meer opbrengen. De exportwaarde van deze doorbraken loopt in de miljarden.”

Een kwart van de wereldexportwaarde aan groentezaden komt uit Nederland vandaan, zo blijkt uit het rapport Concurrentie in de Kiem dat onderzoeksbedrijf SEO Economisch Onderzoek opstelde in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Acht van de tien grootste zaadbedrijven ter wereld hebben een vestiging in Nederland, zoals Syngenta en Monsanto. Breukink: „Toch wisten we die boodschap jarenlang niet te verkopen in Den Haag en richting de arbeidsmarkt.”

Het was omstreeks 2007 dat burgemeester Jan Baas van Enkhuizen in de media met de vondst ‘Seed Valley’ kwam. Programmamanager Erwin Cardol, sinds de oprichting in 2008 betrokken bij de stichting Seed Valley: „De benodigde kennis was al aanwezig bij bedrijven, door een samenwerking met de Wageningen Universiteit en andere kennisinstituten. Echter: elk bedrijf concurreerde met elkaar zonder te kijken naar het gemeenschappelijk belang. Door in communicatie collectief op te trekken, kunnen we beter uitleggen wat we doen.”

Cardol trekt graag de vergelijking met de Amerikaanse hightechregio Silicon Valley. „Eigenlijk zijn we één op één hetzelfde. Een concentratie van kennisinstellingen en bedrijven die elkaar scherp houden. Er is rondom Enkhuizen een hoge innovatiegraad. Bedrijven vestigen zich hier graag, nu de hoogopgeleide medewerkers nog.”

Het woord is gevallen: Silicon Valley, een gebied gelegen aan de zuidkant van de San Francisco-baai in Californië. De regio is grofweg 130 kilometer lang en 30 kilometer breed . Vanaf de jaren ’50 ontwikkelt Silicon Valley zich met de prestigieuze universiteiten Stanford en Berkeley tot een broedplaats van ondernemerschap en kennisontwikkeling. Het is Stanforddecaan Fred Terman die succesvol de verbinding weet te leggen tussen de twee componenten: kennis wordt vermarkt.

In rap tempo ontwikkelt zich rondom de universiteiten een ecosysteem waarin studenten technologiebedrijven starten als Hewlett-Packard (HP) en Intel. Ook durfinvesteerders ontdekken het gebied: zogenaamd venture capital h elpt start-ups om hun ideeën volledig te ontwikkelen tot producten en toepassingen die later de wereld veroveren. Steve Jobs start er met Apple, twee promovendi aan Stanford ontwikkelen Google en Mark Zuckerberg trekt naar Silicon Valley wanneer hij met Facebook wil groeien.

Wat maakt dit gebied zo uniek dat vele regio’s in de gehele wereld het concept proberen na te bootsen? „Silicon Valley is een bijzonder geval”, stelt Kees Eijkel, directeur Kennispark Twente, een innovatiecampus rondom de Universiteit Twente. „Dat gebied is zo gegroeid in vijftig jaar, het was er niet ineens. Er heerst een competitieve en productieve geest die stimulerend werkt. De manier van denken en werken inspireert: wanneer je als ‘amateurvoetballer’ een club de Champions League ziet winnen, wil je dat niveau ook nastreven.”

Valley, innovatiecampus of -regio en cluster; het zijn termen die allen gebruikt worden om uitdrukking te geven aan dezelfde poging: het vinden van innovatieve toepassingen en producten door middel van het bijeenbrengen van kennis, bedrijvigheid en kapitaal. De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen niet noodzakelijk hetzelfde.

Een innovatiecampus kan niet los bestaan van een succesvolle cluster, stelt Rene Buck. Zijn bedrijf Buck Consultants International deed vorig jaar onderzoek naar de 74 science parks in Nederland. Daarvan zijn er zeven als volwassen gekwalificeerd. „Een campus is een plek waar een universiteit, een onderzoeksinstituut of ziekenhuis in samenwerking met het bedrijfsleven onderzoek en ontwikkeling uitvoert”, zegt Buck. „Een cluster is een concentratie van allerlei met elkaar samenwerkende kennisinstellingen in een geografisch gebied. Een campus is vaak het kristallisatiepunt van een cluster. Je hebt overal ter wereld clusters, maar niet noodzakelijk hoort daar een campus bij.”

Clusters en valleys zijn wat hem betreft synoniem. Uit het onderzoek ‘Actueel beeld campussen in Nederland’ blijkt dat van de 74 science parks in Nederland de helft die naam niet mag dragen. „Het gaat daarbij om samengekomen business van bedrijven die niet zo veel met elkaar te maken hebben”, zegt Buck. „Pas wanneer er een kennisbron is, kan een ecosysteem ontstaan.”

Nederland kent diverse science parks. De hightechcampus in Eindhoven is daarvan wellicht het bekendste voorbeeld. Waar ooit het NatLab van Philips stond, hebben nu technologiebedrijven als ASML, Philips en NXP hun research & developmentafdeling gevestigd. Of neem Science Park Amsterdam, twee weken terug in het nieuws omdat ASML er een onderzoeksinstituut op het gebied van nanotechnologie start.

De coördinerende actoren achter de verschillende clusters spelen een belangrijke rol in het Nederlandse topsectorenbeleid. Door de regering zijn negen terreinen aangewezen die extra geld krijgen voor programmatisch onderzoek binnen hun specialisme. Dat zijn bijvoorbeeld de sectoren chemie, hightech en energie. Veel van dat onderzoek vindt plaats op de campussen.

„Je kunt niet voorspellen welke kennis tot een succesvol product leidt”, zegt Albert Polman, directeur van het FOM-onderzoeksinstituut AMOLF. „Innovaties zijn niet te bestellen. Het is het samenspel tussen het bedrijfsleven dat met een bepaalde vraag zit en een kennisinstelling die onderzoek naar dat probleem doet. Die interactie wordt gestimuleerd als de campus goede ontmoetingsmogelijkheden biedt met een campuscafé of bijvoorbeeld een filmfestival.”

Zijn de Nederlandse valleys ook daadwerkelijk benaderingen van Silicon Valley of komen de science parks dichter in de buurt? Neem de stichting Energy Valley in Noord-Nederland. Het is een clustering van energiebedrijven, ontstaan vanuit de gedachte dat elke regio een business nodig heeft. De energiebranche had zich reeds gevestigd toen het gebied het label Energy Valley kreeg: volgens een woordvoerster een naam die – analoog aan de beoogde Amerikaanse equivalent – synoniem staat voor ‘een plek waar het broeit’.

Er zijn geen regels waaraan een gebied moet voldoen om de term valley te mogen gebruiken. Wel is het de vraag of er geen scheefgroei ontstaat in het gebruik ervan. Neem Maintenance Valley, een gebied in West- en Midden-Brabant, ooit geconcentreerd rondom de luchtvaartindustrie, maar inmiddels de verzamelnaam voor een clustering van activiteiten in biobased economy, onderhoud en logistiek. En wist u dat in de regio Amsterdam-Hilversum, waar zich veel media-activiteit concentreert, men de werktitel Media Valley hanteert?

‘Geografisch is Media Valley natuurlijk geen vallei”, geeft programmamanager Freek van ’t Ooster aan. „Er is een bijzondere concentratie rondom één specialisatie en om dat aan te geven, is deze naam gekozen. Het werkt goed in de communicatie omdat iedereen het direct herkent. Ooit is die concentratie gestart rondom een gezamenlijke infrastructuur. Digitalisering maakt die fysieke nabijheid minder relevant, maar je ziet toch dat professionals en bedrijven elkaar blijven opzoeken.”

Binnen het vakgebied van VU-onderzoeker Martijn Smit is het een veelgehoord grapje: de enige regio die niet Silicon Valley wil zijn, is Silicon Valley zelf. Wat er volgens hem in Nederland gebeurt, is dat alle clusters van gelijksoortige bedrijven zich een valley noemen. „Het is een beleidsmatig speeltje, zeker omdat je de schaal van de regio niet kent. Als je puur naar geografische ligging kijkt is Food Valley een minuscule vlek, vergeleken met Silicon Valley.”

Het nabootsen van het Amerikaanse voorbeeld heeft volgens de onderzoeker geen zin. „Innovatiegebieden ontstaan spontaan. Er zijn allerlei kleine initiatieven die samenvallen. Hoe meer je het probeert op te leggen, hoe minder het lukt. Een sector begint te bloeien, dat kun je aanjagen maar meer ook niet.”

Bovendien gaat het succes van Silicon Valley gepaard met flink wat kapitaal van durfinvesteerders. In Nederland is het gebrek aan dat soort kapitaalverschaffers een probleem, stelde de Eindhovense burgemeester Rob van Gijzel enkele weken terug tijdens het Finance Event. Door gebrek aan kennis en durf trekken bedrijven met potentie weg uit Nederland. Hij pleitte voor de oprichting van een Dutch Institute for Finance and Technology, een samenwerking tussen mkb, banken en overheid.

Aan potentie en kennis ontbreekt het niet in Nederland, stelt Imke Carsouw-Huizing, directievoorzitter Brainport Development, de ontwikkelingsmaatschappij voor Brainport regio Eindhoven. „We hebben relatief weinig bedrijven die na de start doorgroeien naar de volgende fase. Het is lastig om a an investeerders duidelijk te maken wat de risico’s zijn en waar de technische mogelijkheden zitten. In Silicon Valley heerst een cultuur die stelt: risico nemen mag. Als durfkapitalisten daarvan doordrongen zouden zijn, zou het hier net zo kunnen bruisen als in Silicon Valley.”