Mr. Ard van der Steur

Kortgeleden lanceerde het Tweede Kamerlid voor de VVD, mr. G.A. van der Steur, een initiatiefwetsontwerp erop gericht bij meningsverschillen tussen buren juridische procedures te voorkomen door mediators in te schakelen. Van der Steur beoogt – zei hij in een interview met deze krant – een volwaardig alternatief voor de rechtspraak, „omdat bemiddeling tussen partijen bijna altijd sneller, efficiënter en goedkoper voor hen uitpakt dan een rechtszaak”. Misschien geïnspireerd door de befaamde tv-figuur: de Rijdende Rechter.

Een goed plan dat – begreep ik – kan rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer.

Kleine voorspelling: als Van der Steur zijn wetsontwerp er in de Tweede Kamer door krijgt, zal de Eerste Kamer ook akkoord gaan. Die Kamer let, zoals we weten, vooral op de kwaliteit van de wetgeving.

Waarom deze column gewijd aan mr. Van der Steur? Een paar jaar geleden heb ik hem leren kennen. Er was een bijeenkomst in een van de onderwijsinstellingen in Eindhoven – ik woonde daar toen in de buurt – waar hij en ik een woordje zouden zeggen. Ik luisterde met plezier naar hem: hij kende zijn zaken, hield een begrijpelijk verhaal, vertelde mij iets over zijn achtergrond en houdt van sigaren. Geestig, relativerend. Om te zien en te horen een echte liberaal. Een van zijn uitspraken: „ik sta voor een klassiek liberale manier van leven en ben wars van elke betuttelende ideologie”.

Toen ik dezer dagen las over zijn initiatiefwetsontwerp, schoot mij een uitspraak van een van mijn voorgangers als fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer in gedachten.

Deze, mr. W.J. Geertsema, wilde dat, als er een nieuwe kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen moest worden samengesteld, daar perse een praktijkjurist op een ruim verkiesbare plaats zou komen te staan. Een jurist ook die verstand had van de wetgevende arbeid.

Ik heb dat altijd onthouden.

Politiek bedrijven is niet alleen scherp aanvoelen welke problemen er zijn, wat er leeft onder de bevolking, maar er ook echt iets aan doen. Dat is niet zozeer vragen stellen aan de regering, een mooi verhaal houden, een oneliner plaatsen, maar vooral ook wetgeving maken die echt vraagstukken helpt op te lossen. Grote vraagstukken en op het oog ook kleine vraagstukken dichtbij de burgers. Iemand die dat goed kon in mijn tijd als fractievoorzitter was mr. Aart Geurtsen. Middenstandsexpert maar ook met kennis van wetgeving op het terrein van bijvoorbeeld de grondwet en de abortus; grote politieke punten in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Ard van der Steur is in de korte tijd dat hij in de Tweede Kamer zit daar een gezien en gewaardeerd lid geworden. Iemand die daardoor ook, schijnbaar gemakkelijk, politici van andere partijen meekrijgt. Door zijn houding en kwaliteit. Zoals de door mij zo bewonderde Jeanne Fortanier -De Wit, Kamerlid in de vijftiger jaren. Eind mei hield Ard van der Steur, op de grote avond van het VVD-congres, een mooi verhaal over de liberale geschiedenis. Dat hij daarvoor was gevraagd, is veelzeggend.

Hij zal het nog ver kunnen brengen.

Hans Wiegel is oud-leider van de VVD. Deze wisselcolumn op woensdag verzorgt hij beurtelings met SP-voorzitter Jan Marijnissen.