'Gelukkig mocht kunst grotesk zijn'

Schrijver Tom Lanoye was onder de indruk van twee films van Ettore Scola. „Dat gekke, Italiaanse raakte mij veel meer.”

Tom Lanoye - vrij van © - uit: familiearchief
Tom Lanoye - vrij van © - uit: familiearchief

„Op de katholieke jongensschool in Sint-Niklaas zag ik al veel goede films die mijn filmsmaak voor een belangrijk gevormd hebben. Daar zaten ook opvallend gewaagde keuzes tussen, zoals Dood in Venetië over een mooie tengere jongen en een stervende oude lul die geil naar hem kijkt. Tijdens zo’n film zat de hele klas gniffelend met de hand voor de mond. Want iedereen wist dat je met sommige van onze priesters ook beter niet alleen op een kamer kon verzeilen.

„Maar goed, de twee films die mij uiteindelijk artistiek het meest zouden beïnvloeden zag ik daarna tijdens mijn studie: het schreeuwerige, bijna snackbar-achtige Bruti, Sporchi e Cattivi en het wat stijlvollere maar net zo theatrale Una Giornata Particolare. Toen ik na die films van Ettore Scola de bioscoop uit liep had ik me te pletter gelachen, maar ik voelde ook meteen: dit is belangrijk.

„Dat Grote Kunst ook frivool en grotesk mag zijn, dat was een verademing. Tot dan toe dacht ik dat echte goede kunst altijd bombastisch, gedragen en doodernstig moest zijn. Ettore Scola bevestigde dat kunst kon voortkomen uit wie ik was. Ik kwam uit een volkse familie en dat gekke, Italiaanse raakte mij veel meer dan de serieuze experimentele kunst die toen bon ton was.

„Ook de films van Scola gaan over grote menselijke en politieke thema’s, maar als je daar niet op let, heb je toch een goede filmervaring. In Una Giornata Particolare is er bijvoorbeeld de constante dreiging van het fascisme zonder dat het er letterlijk over gaat. Om zoiets te maken, moet je technisch veel in je mars hebben. In die zin waren die twee films die hij zo vlak achter elkaar wist te creëren voor mij een intimiderend meesterwerk.

„In mijn nieuwe boek zoek ik ook nu weer naar die perfecte samenkomst van frivoliteit, tragiek en politiek. Die liefde voor het groteske vloeit denk ik voort uit de culturele katholiek in mij. Wie hangt er nou een stervende aan een kruis in de woonkamer? Dat is op zich al zoiets grotesks.”