Geen bromance, maar broederstrijd

Zaterdag gaat de theatervoorstelling van rapper Akwasi - van hiphopgroep Zwart Licht - in première op Oerol Het is een ode aan zijn held, zanger Bram Vermeulen „Hij zong met zoveel emotie”

Nederland, Amsterdam, 30-05-2013 foto: Bram Budel. Rapper en acteur Akwasi (pseudoniem voor Anton Karel) met leden van zijn band. Hij speelt op Oerol een voorstelling met bewerkingen van nummers van Bram Vermeulen.
Nederland, Amsterdam, 30-05-2013 foto: Bram Budel. Rapper en acteur Akwasi (pseudoniem voor Anton Karel) met leden van zijn band. Hij speelt op Oerol een voorstelling met bewerkingen van nummers van Bram Vermeulen. Bram Budel

Medewerker Muziek

Wie is die hese man, dacht Akwasi Owusu Ansah (25) toen hij voor het eerst De wedstrijd van Bram Vermeulen hoorde. Akwasi is een Nederlandstalige rapper, maar hij luistert nauwelijks naar Nederlandstalige muziek. Zijn voornaamste muzikale inspiraties zijn Ghanese funk uit de jaren zeventig, Amerikaanse hiphop uit de jaren negentig, Britse grime, soul en jazz. „Maar bij Bram Vermeulen ging een nieuwe wereld voor me open”, zegt Akwasi – stevige zwarte laarzen, zwart shirt, dreadlocks – op het zonnige terras voor de studio in Amsterdam waar hij met zijn ensemble repeteert voor Daar ergens, zijn muzikale en theatrale ode aan Bram Vermeulen die op Oerol in première gaat.

Nadat de rapper en acteur jarenlang zijn inspiratie over de grens had gezocht, was het de in 2004 overleden zanger en componist Bram Vermeulen uit Den Haag die rechtstreeks zijn hart raakte. „Hij zong met zoveel emotie, zoveel soul en rauwheid. Bij het nummer Ik weet het niet begon ik te huilen. Mijn vriendin vroeg wat er met me was. Ik zei: ‘Ik weet het niet.’ Misschien was het de tekst, of de harmonie, maar iets bracht de tranen op mijn wangen. Dat was voor het eerst, dat had ik nog nooit gehad.”

Akwasi maakte een bewerking van het nummer, waarin hij rapt: „Ik weet niet waarom ik huil vandaag.” De rapper en acteur begon te praten over het werk van Bram Vermeulen met mensen uit zijn omgeving en ontdekte dat iedereen uit de generatie van zijn ouders hem kende. „Mijn leeftijdgenoten niet. Maar die kennen mij weer.”

Akwasi besloot de muziek van Vermeulen te gebruiken als uitgangspunt voor zijn eerste grote theaterstuk. Vorig jaar speelde Akwasi al met succes een korte aanzet op Oerol. Een ‘pitch’ van twintig minuten, die hij het afgelopen jaar met Atelier Oerol en theaterproducent Likeminds uitwerkte tot een voorstelling van bijna anderhalf uur.

„Ik heb voor dit project geen covers gemaakt van het werk van Bram Vermeulen”, zegt Akwasi. „Ik haat covers.” Nadat hij vorig jaar afstudeerde aan de Toneelacademie in Maastricht, was het werk van Vermeulen een creatief richtpunt. „Ik had na de Toneelacademie veel stof om te verwerken; ik moest mijn eigen taal ontdekken en die spons uitknijpen. De nummers van Bram hielpen me daarbij. Eerst maakte ik er zelf muziek van, dat is mijn taal. Daarna kon ik het omzetten naar theater en er echt iets eigens van maken. Van De wedstrijd pak ik bijvoorbeeld de zin: ‘Zie je de kringen daar in ’t water’. Die zin is het begin van mijn eigen versie. Soms pak ik een pianoakkoord, soms een sample en soms zijn stem. Die gebruik ik dan om iets nieuws te maken.”

Akwasi was al een succesvolle rapper tijdens zijn eerste jaar aan de Toneelacademie in Maastricht. Een prille twintiger die met rapgroep Zwart Licht het beste nationale hiphopalbum van 2009 uitbracht, Bliksemschicht. Hij doorkruiste daarna met veel succes Nederland met energieke en spraakmakende liveshows. Als theatermaker is hij nu persoonlijker, vertelt hij. „Ik ben nog nooit zo eerlijk geweest.”

In Daar ergens zijn de centrale thema’s afscheid, vriendschap, volwassen worden en de dood; onderwerpen die Akwasi voortdurend tegenkwam in de „150 tot 200” nummers van Bram Vermeulen die hij de afgelopen anderhalf jaar intensief beluisterde. „Hij heeft zoveel nummers die flirten met de dood”, vertelt de Ghanese Amsterdammer. „Het was voor Bram geen taboe, maar in Ghanese kringen wel. Ik had het er nooit over met mijn ouders. Bram daagde me uit er zelf mee aan de slag te gaan.”

Zijn stuk volgt twee jeugdvrienden – vertolkt door Akwasi en zanger/acteur Rob Dekay – die verliefd zijn op hetzelfde meisje, Pauline, gespeeld door harpiste/actrice Rosalie Wammes. Zij is een 23-jarige versie van het zelfstandige meisje van dertien dat Vermeulen bezingt in het mooie, akoestische Pauline: „Pauline komt uit school, er is niemand thuis, het is stil in huis. Ze draait een plaatje.” Akwasi, met een lach: „In mijn stuk is Pauline inmiddels een big girl met een stoornis.” Zijn verhaal focust op de ontwikkeling van de vriendschap van de jongens wanneer Pauline overlijdt. „Dat is waar Bram steeds over schrijft: afscheid, niet hier kunnen zijn, elkaar loslaten om volwassen te kunnen worden. Dat raakt me.”

Later dit jaar volgen een boek en een album. Maar het is passend dat zijn ode aan Bram Vermeulen begint met muziektheater, vindt Akwasi. „Bram was het genie bij Neerlands Hoop [zijn cabaretduo met Freek de Jonge]. Respect voor het oeuvre van Freek, maar Bram is mijn Nederlandse held. Hij was de master achter de toetsen die zorgde voor revolutionair muziektheater. Dat is wat ik wil bereiken: dat muziek en theater in elkaar vloeien. Ik speel samen met de band; de muziek is echt onderdeel van het spel. Dat moet de kracht van deze voorstelling zijn.”

Hij heeft veel rappers in het theater gezien, vertelt Akwasi. En was meestal „not impressed”. Het is vaak niet meer dan een stukje tekst en yo-yo; het moet wel verhalend zijn”, zegt hij. Zelf wil Akwasi „een klassieker” neerzetten die recht doet aan de associatie met „de poëet, het archetype” Bram Vermeulen. Een theatervoorstelling die ook als audio overeind blijft. „Want ook op het album moet het straks een verhaal zijn. Wanneer je een boek schrijft, vragen mensen: ‘Waar gaat het over?’ Bij een album zeggen ze: ‘Vet, wanneer komt hij uit?’ Ik wil op basis van dit theaterstuk een album maken dat mensen benaderen als boek. Dat ze, wat ze horen, lezen met hun oren.”

Daar Ergens gaat 14 juni in première op Oerol, Terschelling