Opinie

Engels

Bij de tandarts viel mijn oog op een tijdschrift dat ik nog niet kende: Management Scope – A meeting of minds. Een blad voor de Nederlandse zakenman. Daar zijn tandartsen voor: het voorkomen van de ineenstorting van je gebit en het kennisnemen van bladen die je nooit uit jezelf zult kopen.

Management Scope is een jong blad dat de zakenman ongetwijfeld veel te bieden heeft, maar ik ben nu eenmaal geen zakenman. Toch was het ook voor mij leerzaam, zij het om een andere reden dan de uitgever bedoeld zal hebben. Uit dit nummer bleek dat we in Nederland eerder moeten vrezen voor de ineenstorting van onze taal dan van onze gebitten.

Op vrijwel elke pagina prijkten een stuk of vijf gecursiveerde Engelse termen. Ze behoren kennelijk tot het dagelijkse taalgebruik van de geïnterviewde of zelfschrijvende zakenlieden. Ook in de artikelen waarin alleen de redactie aan het woord is, keren ze terug.

Marco Gianotten, directeur van IT-onderzoeksbureau Giarte, schrijft: „Trends aan het eind van het vorige decennium stonden primair in het teken van de total cost of ownership. Outsourcing en offshoring hebben een eerste boost gegeven aan grootschalige efficiencyverbeteringen. Sinds enkele jaren geven virtualisatie van applicaties, unified communications en cloud een nieuwe stimulans aan verdere kostenverlaging.” Sommige Engelse woorden zijn al niet meer gecursiveerd, en terecht: ze staan als leenwoord ook al in de Van Dale.

De next big thing is het gebruik van applied gaming”, schrijft de directeur. Ik had eerder verwacht dat een complete outsourcing en offshoring van de Nederlandse taal zijn next big thing zou zijn, maar hij heeft voorlopig andere prioriteiten: „De security van mobiele devices ligt nog ver achter op de traditionele pc’s.”

Zou het zo’n vaart lopen? Jazeker. Verderop stelt hij onomwonden: „Het is een complete shift naar outside-in.” Daar schrok ik wel even van, maar volgens hem is het onontkoombaar: er komen steeds meer „communities op voor social product development”.

We hadden het kunnen weten, het is allemaal een kwestie van „IT-consumerization”.

Gesterkt en gesticht bladerde ik door naar het interview met René Frijters, oprichter en ceo (vroeger heette dat president-directeur) van de onlinebank Knab. Hij blijkt erg te geloven in operational excellence, net als ik overigens, alleen zou ik het liever ‘uitstekende organisatie’ noemen. Hij geeft ons gelukkig wel een belangrijke geruststelling: „Ik zal onze servicedesk nooit outsourcen.”

That’s the spirit, wil ik daar graag aan toevoegen, want ik ben ook niet van de (Engelse) straat.

Hij is ook van plan om twee of drie flagstores op te zetten. Ik begrijp dat het hier fysieke winkels betreft – winkels waar je zomaar kunt binnengaan. „De klant wil ook zien dat je bestaat.” Het lijkt mij een prima voorbeeld van operational excellence.

In hetzelfde nummer vertelt Frank Rekers van coachingbureau 4Human over de leiderschapstrainingen die hij geeft. Daarvoor ga je op een ‘survivalweek’ in Zuid-Afrika, waar je moet „slapen in de open lucht, rondlopen in dierenvellen en zelf vuur maken”. Aan het einde word je ‘buiten je comfortzone’ een ‘eenzame nacht’ in een cel op Robbeneiland opgesloten – ja, die gevangenis waar Nelson Mandela achttien jaar zat.

En wat doe je daar als laatste? Een mission statement opstellen.