Een sprookje waarin alles echt is

Op de set van Finn, de nieuwe familiefilm van Frans Weisz, heerst een prettig soort chaos. „Bij Frans wordt elke scène net anders dan je had gedacht.”

Holtheme, Overijssel. De hele dag al dreigt er regen, en de vervallen boerderij waar Finn, de nieuwe speelfilm van regisseur Frans Weisz, die dag wordt opgenomen, is op sommige plekken zo lek als een mandje. En er moeten nog een paar cruciale scènes buiten, in de bloementuin, worden gedraaid, met acteurs Jan Decleir en Daan Schuurmans, voor wie vandaag de laatste draaidag is. Toch is er van stress op de set nauwelijks iets te merken. De sfeer is eerder sereen, luchtig. Zelfs Decleir, die zichzelf een ‘grumpy old man’ noemt, is opgewekt, ook al hoorde hij daarnet dat zijn scène met de negenjarige hoofdrolspeler Mels van der Hoeven (Finn) wéér later wordt opgenomen omdat er nu eerst gegeten moet worden. Met een stralend gezicht en een lijfje dat veel te tenger lijkt voor alle energie die erin bruist, kruipt het jongetje op schoot bij de oude acteur en nestelt zich in diens armen, alsof hij Decleir gerust wil stellen.

„Sinds Rooie Sien heb ik niet meer zoveel geneurie en gelach gehoord op een set van mij”, zegt Weisz (74), die met een dampend bord eten komt aanlopen. „En dat komt niet alleen door Mels die een sensatie is, maar ook omdat in deze film het goede overwint en niet het slechte, zoals in veel van mijn andere films, die over de oorlog gaan en onderduiken enzo. Toen ik klein was nam mijn moeder mij op zaterdag altijd mee naar Tuschinski, naar films met Doris Day en Gene Kelly. Na afloop liepen we dan terug naar huis, allebei een beetje verdrietig dat de film was afgelopen, maar wél met het warme, geruststellende gevoel dat de mens uiteindelijk goed is. Terwijl mijn moeder juist het tegendeel had ervaren want zij was als enige van de familie uit de oorlog teruggekomen. In wezen maak ik nu de film die ik als kind had willen zien. Ik hoop dat Finn straks ook zo’n prettig warm gevoel oproept.”

Finn is het verhaal van een jongen die alleen met zijn vader (Daan Schuurmans) op het platteland woont. Zijn moeder is bij zijn geboorte overleden. Op een dag fietst Finn na voetbal terug naar huis wanneer hij prachtige vioolmuziek hoort. Door de muziek ziet hij ineens zijn moeder voor zich. Hij gaat op het geluid af en in een oude boerderij ontdekt hij de geheimzinnige Luuk (Jan Decleir), die viool speelt. Hij vraagt de oude man hem les te geven, en in plaats van naar voetbal gaat hij iedere zaterdag stiekem naar de boerderij van Luuk.

„En… stilte graag. Actie!” Weisz hangt achterstevoren over de leuning van een golfkarretje waar ook de camera op staat, en roept naar Mels die samen met Schuurmans over een weggetje tussen de weilanden fietst. „En nu kijk je naar rechts, naar je vader! Doe maar. Je begrijpt niet waarom je geen muziekles van hem mag. Waarom hij er niet over wil praten… Zo ja. Goed. En.. cut.”

Even later ploft Schuurmans neer bij de boerderij. Hij wilde eigenlijk helemaal niet nu een film opnemen, omdat hij net vader is geworden en thuis wilde zijn. „Ik las het script met mijn dochter Sophia op mijn borst en ik kreeg rillingen over mijn rug, misschien juist omdat ik nu zelf vader ben. Er zit magie in dit verhaal: de jongen ziet zijn moeder. Is dat zijn verbeelding? Of is er meer tussen hemel en aarde dan we kunnen zien? Het is een sprookje, maar toch is alles echt en herkenbaar.

„Acteren met een kind is speciaal. Mels is heel puur, hij gelooft helemaal in zijn rol, zo van: jij was de vader en ik het kind, en dan hops, spelen. Een paar keer liep hij huilend weg van de set omdat ik boos op hem was in een scène, dat vond hij moeilijk. Mels herinnert me aan waar het voor mij om draait bij acteren: het pure spelplezier.”

Een paar dagen later, in de bossen bij Soest, wordt een voetbalwedstrijd opgenomen. Doordat Finn in het veld staat te dromen, krijgt zijn team een doelpunt tegen en worden de andere jongens woedend op hem. „Opletten! Niet doen alsof Mels, maar echt”, zegt Weisz streng. De blik van de kleine acteur glijdt verstild en melancholiek naar binnen. „En stop.” Prompt springt Mels weer lachend rond. „Mag ik snoep?”

Zowel volgens Jan Decleir als Daan Schuurmans, die ook ‘ja’ tegen deze film zeiden omdat ze dolgraag eens met Weisz wilden werken, is diens manier van regisseren uniek in de Lage Landen. Decleir: „Italiaans, zoals Antonioni en Fellini regisseerden. Hij praat gewoon dwars door de scène heen en zegt wat je moet denken en voelen. Hij is druk, slordig, maakt geen zin af. Maar die rommeligheid en passie brengen hem wél daar waar hij wil zijn, iedere scène wordt mooier en nét even anders dan bedoeld.”

Avond in Holtheme, Overijssel. Schuurmans neemt zijn allerlaatste scène op in de tuin van de boerderij. Een flashback. Er klinkt vioolmuziek. Regen drupt van de bomen en planten. „Je kijkt naar je vrouw; ze zou wel eens zwanger kunnen zijn”, roept Weisz. „Stop.” Applaus van de hele crew.

Weisz, na afloop, mijmerend: „Finn gelooft dat hij zijn moeder terug kan toveren door viool te spelen en in zekere zin leert hij zijn moeder ook kennen. En hij komt dichter bij zijn vader. Ik had het zelf niet in de gaten, maar mijn vrouw zei op een gegeven moment: ‘Frans, je bent je eigen verhaal aan het verfilmen.’ Ik heb mijn vader voor het laatst gezien toen ik twee of drie jaar was; hij heeft de oorlog niet overleefd. Ik heb, net als Finn, geen herinneringen aan hem en zou hem het liefst terug toveren. Dat maakt deze film zo persoonlijk voor me, alsof er een cirkel wordt gesloten.”