Opinie

De vergeefse oorlog

De secretaris-generaal van de NAVO, Anders Fogh Rasmussen, wil dat Nederland na 2014 nog voor een periode bijtekent in Kunduz, de Afghaanse provincie waar nu een 550 Nederlandse militairen plaatselijke kandidaten tot politieagent opleiden. We worden daar beschermd door Duitse militairen en Berlijn oefent ook druk op Den Haag uit. Er kan geen twijfel over bestaan dat Afghanistan grote behoefte heeft aan een betrouwbare politie. Dat is al deze hele eeuw het geval. Na de verwoesting van de Twin Towers op 11 september 2001 hebben eerst de Amerikanen geprobeerd het land tot een ordelijke samenleving te bombarderen. Het mislukte maar dat was toen nog geen groot bezwaar. President George W. Bush gaf de voorrang aan het Irak van Saddam Hoessein dat tot een democratisch voorbeeld voor het Midden-Oosten moest worden herschapen. Ook mislukt. En nu, na een jaar of twaalf, is het Westen nog steeds militair aanwezig in Afghanistan.

Natuurlijk wordt er allerlei nuttigs gedaan, wegen en scholen gebouwd, de papaverteelt, de corruptie en de Taliban bestreden, enzovoort. Maar is er na al deze inspanning een gefundeerde hoop dat daar binnen afzienbare tijd een redelijk georganiseerde staat zal ontstaan en bovenal een natie die niet door een volgende staatsgreep in een vijand van het Westen zal veranderen? Die vraag wordt niet meer gesteld. Het lijkt alsof Afghanistan in een afgesloten compartiment van het westelijk bewustzijn terecht is gekomen. De media maken geen reportages ter plaatse meer, politici en strategen doen geen beredeneerde voorspellingen. Het lijkt alsof we eraan gewend zijn geraakt dat onze militaire aanwezigheid daar een axiomatisch gegeven is.

Op 24 mei heeft president Obama dit automatisme doorbroken. In een rede voor de National Defense University verklaarde hij dat een staat van permanente oorlog voor een democratie ondraaglijk is. „Natuurlijk moeten we onze strijd tegen de internationale terroristische organisaties niet opgeven. Maar dit is oorlog,” zei hij. „Bijna twaalf jaar heeft deze oorlog geduurd. Zoals alle oorlogen moet ook deze eindigen. Dat is wat de geschiedenis ons leert, dat eist de democratie.” Het klinkt hoopvol. De New York Times schreef dat dit de belangrijkste visie op dit gebied was sinds 9/11. „Dit alles had jaren eerder gezegd moeten worden.”

In feite heeft Obama de consequenties getrokken uit een ontwikkeling die al jaren aan de gang is. Onder een vorig bewind had Amerika zich waarschijnlijk allang met grondtroepen in een van de nieuwe conflicten in het Midden-Oosten gemengd, geprobeerd de Arabische lente te bevorderen, een poging gedaan een einde te maken aan de Syrische burgeroorlog. De bondgenootschappelijke solidariteit had dan geëist dat de NAVO die interventies met troepen zou steunen.

Maar er zijn drie oorzaken waardoor een dergelijke gang van zaken hoe langer hoe onwaarschijnlijker is geworden. Ten eerste verzet overal in het Westen de publieke opinie zich tegen een dergelijke gang van zaken. We willen geen herhaling van de vruchteloze oorlog in Irak, een onderneming die met valse voorspiegelingen gerechtvaardigd werd, meer dan honderdduizend mensen het leven heeft gekost en tenslotte een chaos heeft achtergelaten. Als onze bewindvoerders weer aan iets dergelijks zouden beginnen, zou blijken dat ze hun geloofwaardigheid daarmee hadden verloren.

Ten tweede zou de crisis een nieuwe oorlog van deze orde verhinderen. Het rijke Westen kan het zich niet meer veroorloven, in economisch noch in politiek opzicht. Er is een grote kans dat de kritische burgerij het eenvoudig zou verdommen, ermee in te stemmen dat ten koste van enorme bedragen de soldaten naar verre slagvelden werden gestuurd. Die heeft de les van deze twaalf jaar oorlogspraktijk geleerd. Laten we hopen dat voor de politieke en militaire leiders hetzelfde geldt. En zo niet, dan zou bij een volgende grote militaire interventie kunnen blijken dat de politieke klasse haar geloofwaardigheid heeft verloren. Dat heeft Obama impliciet goed begrepen.

En dan de derde oorzaak. Deze eeuw is gebleken dat de oorlog zelf van karakter is veranderd. De vijand brengt geen grote legers in het veld, er wordt niet meer massaal gebombardeerd. Een defensie die zich daarop voorbereidt, is hopeloos ouderwets geworden. Onze troepen moeten zich voorbereiden op bermbommen, zelfmoordterroristen, strijdwijzen die niets met ons oorlogsrecht te maken hebben. Vorige week werd in Afghanistan een post van het Rode Kruis door een zelfmoordcommando overvallen. Tot dusver had de Taliban deze organisatie ongemoeid gelaten. Is dit een nieuwe escalatie? De praktijk zal het leren. Intussen hebben de Amerikanen nieuwe strijdwijzen ontwikkeld, waarin de Special Forces en de drones een overwegende rol spelen. Moeten de Europese leden van de NAVO zich ook drones aanschaffen, speciale troepen gaan trainen? En als ze dat zouden gaan doen, wordt daarmee dan de oorlog tot een goed einde gebracht? Ons ‘goede einde’ bestaat niet in Afghanistan.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.