Beetje overdrijven

Het kan altijd erger. In Griekenland gingen gisteren alle radio- en televisiezenders van de publieke omroep ERT op zwart, omdat het geld op was. Bij ons vallen er door bezuinigingen op de omroep tientallen ontslagen, maar geen drie duizend. Ander klein euvel: in de zomer is er op herhalingen en sport na vrij weinig om voor thuis te blijven.

Ik mis bijvoorbeeld PowNews in de struiken voor de Ibn Galdounschool in Rotterdam en LuckyTV, die wel raad zou hebben geweten met de speech van de Turkse premier in het parlement: „Sorry, ik ben Tayyip Erdogan en ik blijf Tayyip Erdogan!” Afgevaardigden in koor: „Turkije is trots op jou!”

Of het gasmasker dat NOS-correspondent Bram Vermeulen gisteren op het Taksimplein droeg ook geschikt zou zijn voor satire, dat valt te bezien. Op Twitter viel uit veler mond de klacht op te tekenen dat Bram zich een beetje aanstelde, want achter hem liepen veel Turken met hooguit een mondkapje. Ik vind het op afstand nogal moeilijk te beoordelen hoe groot de noodzaak van bescherming tegen traangas op dat moment was. In ieder geval is in het Achtuurjournaal verslag doen door een microfoon onder je gasmasker een heel effectieve vorm van televisie. Het oog wil ook wat en het is een spraakmakende stand-upper die in een klap dramatisch zichtbaar maakt wat er aan de hand is.

Dat je best mag overdrijven op televisie begrijpt ook de Belgische presentator Pieter Embrechts. In de alleraardigste reeks taalprogramma’s Man over woord (gisteren herhaalde Canvas de laatste aflevering van het eerste seizoen) liet hij zich vollopen met alcohol om te onderzoeken wat er dan met het taalcentrum in de hersenen gebeurt. Ook telde hij het aantal woorden per minuut in het parlement van twintig jaar geleden en nu.

Maar de meest theatrale vondst was wel het gesprek over vloeken met de Leidse lexicoloog Piet van Sterkenburg. Dat vond plaats in een kerk, waar gedetailleerd de oorsprong werd besproken van de populairste vloek. In Nederland bestaat nog steeds een licht taboe op het uitspreken van ‘godverdomme’ op televisie, en al zeker in een kerk. Maar in het ooit katholieke Vlaanderen lijkt men daar minder moeite mee te hebben. In de biechtstoel leert Embrechts zelfs van een priester dat vloeken een zonde is, maar geen doodzonde.

Als test houden vijf vloekende ‘stoute meisjes’ en vijf zwijgende ‘brave meisjes’ hun de hand in een bak met ijswater. De Godslasteraars houden de beproeving één minuut langer vol.