Bankaandelen aan het volk geven is geen goed idee

Groot-Brittannië moet afzien van het plan om twee banken die deels in handen zijn van de staat aan de Britse burgers te verkopen. Policy Exchange, een denktank, adviseert om het overheidsbelang van 39 procent in Lloyds en 81 procent in Royal Bank of Scotland (RBS) te privatiseren door de aandelen aan de Britse belastingbetalers te geven. Voor minister van Financiën George Osborne wegen de voordelen niet op tegen de risico’s.

Het plan van Policy Exchange zou iedere Britse burger die nationale verzekeringspremies betaalt in staat stellen een volmachtrekening te openen, met één aandeel in beide banken. Als de koers zou stijgen, zou de staat een van tevoren afgesproken bedrag ontvangen dat groot genoeg is om (een deel van) het bedrag van de steunoperaties uit 2008 te vergoeden. Iedere belastingbetaler zou de rest van de winst in zijn zak mogen steken . Als de koers zou dalen, zouden de belastingbetalers geen verlies lijden omdat ze niets voor hun aandeel hebben hoeven betalen. Als het allemaal goed zou gaan zou het de Conservatieven, de voornaamste partij van de regeringscoalitie, helpen de verkiezingen van 2015 te winnen.

Maar deze politieke meesterzet zou makkelijk verkeerd kunnen uitpakken. Volgens Policy Exchange zou de regering haar belang in Lloyds – zonder geld te verliezen op de oorspronkelijke belegging – voor de 61 pence kunnen verkopen waarvoor Lloyds in de nationale boekhouding staat, en zelfs voor nog minder, als de vergoedingen die Lloyds aan de staat heeft betaald worden meegerekend. Maar de staat heeft in 2008 feitelijk 74 pence neergeteld, in een doelbewuste poging om door een te hoge prijs te betalen de omvang van zijn belang te beperken. Als de regering dat belang nu voor 61 pence afstoot, de koers waarop de aandelen op dit moment staan, zouden oppositionele parlementsleden kunnen betogen dat er nationale bezittingen worden verkwanseld voor politieke doeleinden.

De regering zou de aantijgingen over politiek opportunisme kunnen pareren als snelle privatisering zou betekenen dat de kredieten aan Britse huishoudens en bedrijven gaan stijgen. Maar de reden dat de netto kredietverstrekking door Lloyds en RBS blijft krimpen is dat deze banken nog steeds hun schulden aan het saneren zijn, en niet dat zij in staatshanden verkeren. Die sanering moet volgend jaar grotendeels voorbij zijn, als het vijfjarenprogramma voor het afstoten van bezittingen ten einde komt, ongeacht een eventuele snelle privatisering. Banken hebben aandeelhouders nodig die snel aan kapitaal kunnen komen; dit kan betekenen dat burgers niet kunnen of willen deelnemen aan een claimemissie als de noodzaak daartoe zich zou voordoen.

Osborne’s privatiseringsinstinct is juist. Maar een stabiele institutionele plaatsing zou met veel minder politiek risico hetzelfde doel bereiken, en wellicht ook nog eens een hogere waarde voor de belastingbetaler verwezenlijken.

Breakingviews is een dagelijks financieel commentaar uit het buitenland. Vertaling Menno Grootveld.