Merkel mijdt waar het in de EU echt om gaat

Duitsland ziet het economisch bestuur van de EU niet zitten. Ten onrechte, vinden Ruud Lubbers en Paul van Seters.

Op 23 mei ontving de Duitse bondskanselier Angela Merkel een eredoctoraat van de Radboud Universiteit in Nijmegen. De rede die ze bij die gelegenheid uitsprak bevat een summiere, heldere uiteenzetting over hoe zij denkt over Europa. De kernpunten van het Europa van Merkel kunnen wij onderschrijven, maar er ontbreekt een dimensie.

Succesvolle samenwerking, zo onderstreepte de bondskanselier, is gebaseerd op ‘vertrouwen’. De Economische en Monetaire Unie heeft jarenlang gewerkt op basis van de vooronderstelling van het vertrouwen dat de soliditeit en het concurrentievermogen van de lidstaten zouden convergeren, of althans niet verder uit elkaar zouden groeien.

De schulden- en eurocrisis illustreren echter de breuk in dat vertrouwen. Volgens Merkel heeft Europa daarom een strategie ontwikkeld om het vertrouwen in de Economische en Monetaire Unie te herstellen en daarmee de Europese Unie in zijn geheel te stabiliseren.

Maar, voegde zij daar aan toe, dat werk is nog niet af. Op ten minste drie fronten moet er nog het nodige gebeuren: crisismanagement, gebaseerd op het beginsel dat wie zich inspant om te hervormen kan rekenen op Europese solidariteit; bestrijding van de oorzaken van de crises in de verschillende lidstaten; een sterkere economisch-politieke coördinatie in Europa, met als doel sterkere coördinatie van de fiscale discipline.

Met de eerste twee punten van Merkel is weinig mis; die zijn van groot belang om de huidige problemen van de eurozone het hoofd te bieden. Maar ons oordeel over het derde punt is genuanceerder. Als toelichting op de noodzaak van dit punt verwees de bondskanselier naar „Gründungs- und Konstruktionsfehler” van de EMU. Maar wat zijn die fouten precies?

Daarover is Merkel onduidelijk.

Mede onder invloed de Europese Raad (juni 2012) en van het Plan Van Rompuy (december 2012) zijn er nu concrete plannen voor de oprichting van een Europese bankenunie, met nieuwe bevoegdheden voor de Europese Centrale Bank. Zowel Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de eurogroep, als Mario Draghi, president van de ECB, hebben gepleit voor snelle invoering van de bankenunie, het liefst nog in 2013. Beiden zien dus mogelijkheden voor een wezenlijke uitbreiding van de taken en verantwoordelijkheden van de ECB, via de instelling van een Europese bankenunie. Wolfgang Schäuble, de Duitse minister van Financiën, wil echter eerst een duidelijke scheiding vastleggen tussen het toezicht van de ECB op de banken en het monetair beleid van de ECB. Die functies moeten inderdaad principieel van elkaar worden gescheiden, en het is van groot belang dit goed te regelen.

Immers, het voor Duitsland meest heikele punt betreft waarschijnlijk de zogenoemde ‘no bail out’-clausule. Die bepaling, die al geldt sinds het Verdrag van Maastricht (1992), luidt: „De lidstaten zijn niet aansprakelijk voor de verbintenissen van centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van een andere lidstaat en nemen deze verbintenissen niet over, onverminderd de wederzijdse financiële garanties voor de gemeenschappelijke uitvoering van een specifiek project.” Deze clausule maakt een volwaardige ECB onmogelijk, wat toch nooit de bedoeling kan zijn geweest.

Wij menen dat de ‘no bail out’-clausule niet is geschreven voor de eeuwigheid – een opvatting die in Duitsland lijkt te overheersen – en dat de tijd gekomen is om de ECB en zijn president te voorzien van een volwaardig mandaat, vergelijkbaar met dat van de centrale banken van andere belangrijke economieën zoals de VS en Japan. Wel is duidelijk dat bovengenoemde twee functies van de ECB (bankentoezicht en monetair beleid) precieze invulling moeten krijgen. Onder voorwaarde van fiscale discipline van lidstaten en van heldere scheiding van ECB-functies steunen wij de voorstellen van Dijsselbloem en Draghi.

Over de bankenunie en de ECB liet Merkel zich in Nijmegen echter niet uit. Hetzelfde geldt voor de noodzaak van een Europese minister van Financiën. Enkele jaren geleden zijn de bevoegdheden van eurocommissaris Olli Rehn aanzienlijk uitgebreid, en hij speelt inderdaad een sleutelrol bij de versterking van de economisch-politieke coördinatie waar Merkel in Nijmegen over sprak. Maar wie zou opperen dat de Europese Commissie of de ECB ook de bevoegdheid moet krijgen om eurobonds uit te geven, die stuit op een onverbiddelijk Duits veto.

Kortom, wat Merkel zei over Europa was niet het hele verhaal. Wezenlijke aspecten van het economische bestuur van Europa en van de missie van de ECB bleven buiten beeld. Hoogste tijd dat Europa die handschoen oppakt.

Ruud Lubbers is oud-premier, Paul van Seters is hoogleraar aan de universiteit van Tilburg.