Ik krimp niet meer ineen als iemand ‘eet smakelijk’ zegt

In de serie Thuis& elke week een interview over familie en gezin. In deze aflevering: actrice Elsie de Brauw.

Actrice Elsie de Brauw (52) groeide op in Den Haag, in een adellijke familie. Haar man, theaterregisseur Johan Simons, komt uit een boeren- en bakkersfamilie. „Showing off, dat kon absoluut niet in mijn milieu. Maar hij reed door Italië in een grote Amerikaanse auto. We hebben schreeuwende ruzies gehad.”

Uit wat voor gezin komt u?

„Ik kom uit een Haags gezin waar aan omgangsvormen en etiquette werd gehecht. Alsof we aan onze stand verplicht waren het goede voorbeeld te geven. Alsof we, omdat we van adel waren, wisten hoe het moest.

„Ik was het nakomertje – mijn moeder was 47 toen ze mij kreeg. Mijn ouders hadden al vijf kinderen grootgebracht, ze zaten niet echt op mij te wachten en ze hadden niet zoveel zin om leuke dingen met mij te ondernemen. Ik was veel alleen. Ik ben gered door mijn oudere zussen en broers. Zij gingen met mij op stap. Meestal bepaalt je vader je manbeeld, maar voor mij waren het mijn broers.”

Wat was de slogan thuis?

„‘Dat zeggen wij niet’. In ons milieu bestond een bepaalde code hoe je dingen deed en hoe je sprak. Bepaalde woorden of uitdrukkingen gebruikte je niet. Als er een vriendje bleef eten die in zijn onschuld ‘eet smakelijk’ zei, viel er een vreselijke stilte aan tafel.

„Mijn moeder kwam uit een gezin waar de kinderen hun ouders alleen ’s ochtends en ’s avonds even een zoen kwamen geven. Ze heeft altijd een kinderjuffrouw gehad. Toen in de jaren 60 alles veranderde, kon ze daar niet in mee. Ik had op mijn 14e een vriendje met wie ik vree en dat joeg haar angst aan. Ze heeft wel eens gezegd dat ze bang was dat ik in de prostitutie zou belanden.”

Wat wilde u als kind worden?

„Zangeres. Die vrijheid, die lichamelijkheid. Ik deed wel allerlei sporten, maar echt plezier beleven aan je lichaam, dat kende ik niet in mijn jeugd. Op mijn lagere school was discipline belangrijk en ik werd gepest omdat ik stotterde. Maar in de derde klas had ik een juf die zong. Zij haalde me wel eens op in haar oude eend en dan zongen we samen liedjes. Dat zingen gaf mij zo’n vrijheid. Toen ik wat ouder was, zette ik, als er niemand thuis was, een plaat op in de zitkamer, trok de gordijnen dicht en ging dan in mijn eentje dansen. Het gevoel dat dat me gaf. Dit ben ik, dit is wat ik eigenlijk ben!”

Hoe heeft u uw man ontmoet?

„Op de toneelschool. Johan was de regisseur van mijn klas. Hij zat achter mij aan, maar ik vond alles wat hij deed verschrikkelijk. Hij was zo macho. Hij viel op mijn lichamelijkheid, hij vond me mooi, maar ik kende dat helemaal niet. Ik geneerde me voor mijn afkomst, maar hij vond dat De Brauwerige juist leuk. Door hem ben ik de charme gaan zien van zo’n oude familie met een eigen verhaal en een eigen code. Dat er ook een goede kant aan zit: het bewustzijn van stijl, van taal ook.

„Met Johan was alles ineens rock-‘n’-roll. Showing off kon absoluut niet in mijn milieu, maar hij reed door Italië in een grote Amerikaanse auto en boekte een duur hotel. Ik vond het eigenlijk een beetje eng. Het was net alsof mijn moeder voortdurend over mijn schouder meekeek. Alsof ik haar hoorde zeggen: ‘Dat kán toch niet’.

„Onze trouwdag was een confrontatie tussen baronnen, boeren en kunstenaars. Johan was erg zenuwachtig en ik ook, we wilden zo graag dat het goed ging. Van de spanning werd hij zo dronken dat hij aan het eind van de avond een deel van onze huwelijkscadeaus heeft weggegeven.”

Hoe heeft u harmonie gevonden?

„Het schuurde tussen mij en Johan en het ging nog veel meer schuren toen we kinderen kregen. Want het voorbeeld voor hoe je je kinderen opvoedt, zijn toch je ouders. Johan wilde onze zonen meegeven dat ze het beste uit zichzelf moesten halen, dat ze ergens de beste in moesten zijn. Ik vond rust en warmte veel belangrijker. Johan vond dat de kinderen moesten opgroeien in een blinkend schoon huis. Voor mij is ‘netjes’ iets wat ik niet nodig heb en eigenlijk burgerlijk vind. Al onze waarden moesten opnieuw op de weegschaal worden gelegd.

„We hebben schreeuwende ruzies gehad. Ik heb thuis geleerd dat ruzie maken absoluut not done is, terwijl Johan woede iets positiefs vindt, iets wat je kracht kan geven. En ik bleek zo veel woede in me te hebben. Ik ben honderd jaar boos geweest op Johan, maar eigenlijk was ik boos op mijn ouders. Omdat ik me niet welkom had gevoeld. Omdat ik me in de steek gelaten voelde door mijn vader die bij een ongeluk om het leven was gekomen toen ik vijftien was. Na zijn dood heb ik zeven jaar in een mist rondgelopen. Ik ben lang depressief geweest, maar in wezen was dat woede die op mezelf terugsloeg.

„Als je de liefde van je leven vindt, komt dat allemaal boven. Andere mannen zouden door mijn woede zijn verschrompeld, maar Johan kon er tegen. Dankzij hem, dankzij onze ruzies, ebde het weg. Daarnaast vonden we elkaar in dingen die te maken hadden met smaak, zoals het inrichten van huizen. Hoewel we daar ook veel ruzies over hadden – waar de aannemer bij was. Johan is heel dwingend, maar ik ook, hoewel het lijkt alsof ik van de zachte krachten ben.

„Uiteindelijk groei je naar elkaar toe. Smaak is ons altijd blijven binden. Smaak voor dingen, maar ook voor mensen. Dat gaat heel ver, het zit bijna op geurniveau. We kunnen allebei niet tegen nep. We willen niets met status. De code die ik van huis uit heb meegekregen, ben ik met Johan helemaal kwijtgeraakt. Ik krimp niet meer ineen als iemand ‘eet smakelijk’ zegt.”

Wat wilt u uw kinderen meegeven?

„De levensopdracht die ik aan mezelf heb gegeven is: achter de belangrijkste hang-up uit je jeugd komen en zien hoe die je belemmert in het maken van vrije keuzes. Ik weet nu dat mijn hang-up is dat ik me niet welkom heb gevoeld. Daarom wil ik mijn kinderen meegeven dat ze ongelofelijk welkom zijn, en er helemaal mogen zijn. En dat ze anderen ook dat gevoel moeten geven.”