Edward Snowden, bedankt

De belofte van Barack Obama dat zijn regering transparantie hoog in het vaandel zou hebben, is heel anders uitgepakt dan zijn kiezers mochten verwachten. Over het eigen doen en laten betracht de Amerikaanse regering vaak grote geheimzinnigheid – en wie toch informatie lekt, wordt hard aangepakt. De transparantie die de regering nastreeft, blijkt vooral betrekking te hebben op het gedrag van burgers in binnen- en buitenland op internet en aan de telefoon.

„Niemand luistert naar uw telefoongesprekken”, zei Obama vrijdag. Hij probeerde daarmee de onrust te sussen die is ontstaan over de recente onthulling dat de inlichtingendienst NSA, om terrorisme te voorkomen, op reusachtige schaal gegevens over telefoon- en e-mailverkeer verzamelt.

Obama verdedigde die praktijk met het argument dat „100 procent veiligheid niet samengaat met 100 procent privacy en geen enkel ongemak”. Dat is waar – maar ook een dooddoener. Want met dat argument valt uiteindelijk iedere inbreuk in het privéleven van burgers te rechtvaardigen. Heeft u soms liever dat de terroristen hun gang kunnen gaan?

De nu onthulde activiteiten van de NSA vinden, voorzover bekend, plaats binnen de Amerikaanse wet, met instemming van de rechter en van beide partijen in het Congres. Het is een voorbeeld van de vergaande bevoegdheden die de Amerikaanse volksvertegenwoordigers hun overheid na de schrik van 9/11 gaven. Bevoegdheden die deels in het geheim benut kunnen worden, en die niet alleen Amerikanen raken, maar ook inwoners van eigenlijk alle andere landen.

De voormalige CIA-medewerker Edward Snowden die de onthullingen deed, heeft Amerika en de wereld een dienst bewezen. Dat de NSA op grote schaal digitale en andere vormen van communicatie in kaart brengt, is geen verrassing. Maar de omvang van het project, en de hulp van grote internet- en telefoonbedrijven, zijn dat wel.

Het is aan Snowden te danken dat nu een politiek debat is ontketend over de vraag hoeveel macht de staat in naam van de veiligheid moet krijgen. En dat Obama gedwongen wordt de huidige praktijk te rechtvaardigen.

Dat debat kan niet beperkt blijven tot de Verenigde Staten. Het gaat iedereen aan, ook de inwoners en overheden van Europa.

De Amerikaanse overheid mag nog zo hard beweren dat zij geen misbruik maakt van de enorme hoeveelheid informatie die ze verzamelt, het zou naïef zijn daarop maar te vertrouwen. Al was het maar omdat blijkt dat diezelfde overheid individuele medewerkers die toegang hebben tot het systeem, zoals Snowden, niet in de hand heeft.