Daling Britse pond wordt steeds onwaarschijnlijker

Is Mark Carney werkelijk ‘Mr. Easy Money’, die op het punt staat het Britse pond te devalueren om de groei aan te jagen? De nieuwe gouverneur van de Bank of England heeft gesproken over de noodzaak van het bereiken van ‘escape velocity’ (letterlijk: ontsnappingssnelheid, de groeisnelheid die nodig is om aan een recessie te ontsnappen).

Maar de logische gevolgtrekking – dat hij de geldsluizen zal openzetten en het pond zal laten dalen naar 1,40 dollar – gaat voorbij aan het jongste economische nieuws en het nieuwe internationale klimaat rond het monetair beleid.

Tegen het pond pleit de zwakke groei van het bruto binnenlands product (bbp) van Groot-Brittannië. Maar de economie trekt wel aan. De consumentenuitgaven stegen in mei met 1,3 procent op jaarbasis, aldus Markit. Dat was het beste resultaat binnen een jaar sinds oktober 2010. Positieve onderzoeksresultaten over de bouw en de industrie, en over de dominante dienstensector, duiden erop dat de groei zich verbreedt. Het bbp zou in het tweede kwartaal wel eens sneller kunnen zijn gestegen dan in het eerste kwartaal, toen het 0,3 procent klom.

De eerste stap naar een zwakker pond zou een stemming binnen de Monetaire Beleidscommissie (MPC) van de centrale bank moeten zijn ten gunste van meer kwantitatieve versoepeling. Maar Carney neemt de plaats in van Mervyn King, wiens voorstellen voor méér kwantitatieve versoepeling steeds met 6 tegen 3 zijn weggestemd. Carney mag dan de Bank of Canada – waar hij eerder gouverneur was – hebben gedomineerd, het betrekkelijk goede economische nieuws zal het verzet binnen de MPC alleen maar sterker maken.

Carney zou ook ingaan tegen de internationale consensus over kwantitatieve versoepeling – dat de aandelenkoersen er meer door worden gestimuleerd dan de bbp-groei. Engeland bevindt zich momenteel niet in een noodsituatie die een agressiever optreden zou kunnen rechtvaardigen.

Als de economie verbetert en de geldpers stil staat, zal het pond eerder stijgen dan dalen. In vergelijking met de door een recessie getroffen eurozone biedt de Britse economie een veel snellere groei. Tegenover de dollar is het pond op 1,55 dollar relatief goedkoop.

Hoewel een aantrekkende Amerikaanse economie en minder kwantitatieve versoepeling van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, van positieve invloed op de dollarkoers zouden zijn, is er geen goede reden waarom het pond ten opzichte van de dollar zou moeten wegglijden.

Tegenover de meeste andere munten zal de rol van de Federal Reserve belangrijk zijn. Als die de Amerikaanse geldpers minder hard laat draaien, zouden dalingen van de mondiale grondstoffenprijzen de voorheen sterke Australische en Canadese dollar kunnen schaden.

Het pond zou het onder Carney zelfs beter kunnen doen dan de Canadese dollar. Maar Carney wordt nu dan ook in ponden betaald.

Breakingviews is een dagelijks commentaar vanuit de City in Londen. Vertaling door Menno Grootveld.