Wie volgt voorbeeld van Halbe Zijlstra?

Halbe Zijlstra, fractieleider van de grootste regeringspartij VVD, heeft het publieke debat geopend. Omdat vluchten volgend jaar niet meer kan, moet het kabinet maatregelen verzinnen om de rijksbegroting voor 2014 op orde te krijgen. In Het Financieele Dagblad noemde hij donderdag de zorg, de uitkeringen en de toeslagen als de posten waarop de extra bezuinigingen moeten worden gevonden.

Vluchten kan niet meer, omdat ‘Brussel’ een hoger tekort dan 3 procent, anders dan dit jaar, in 2014 niet toestaat. Vluchten kan ook niet meer, omdat het kabinet-Rutte II (VVD, PvdA), net als het vorige kabinet (VVD, CDA) zelf een evenwichtig inkomsten- en uitgavenbeleid als hoogste doel heeft gesteld.

Het is goed dat Zijlstra zich uitspreekt. Zijn rol als fractieleider, die hij met steeds meer nadruk lijkt te vervullen, staat hem vanzelfsprekend meer vrijheid toe dan zijn partijgenoot Rutte, premier van het coalitiekabinet.

Maar de minister-president stelde zich wel erg formalistisch op toen hij laatst zei: we maken onze begroting al sinds 1815 in augustus. Zeker, en op Prinsjesdag rijdt ook al vele jaren een koets door Den Haag. Maar Rutte weet als geen ander dat de onderhandelingen over de begroting zo niet in mei, dan toch zeker in juni worden gevoerd. Intensief, als het moet.

Daar komt de complicatie bij dat eerdere bezuinigingen die het kabinet al dit voorjaar had bedacht, in een la zijn gestopt – vermoedelijk niet zo diep – om met de vakbonden (en werkgevers) in april een sociaal akkoord te kunnen sluiten.

Als het kabinet wil uitkomen op het door de Europese Commissie gewenste tekort van 2,8 procent – of 3 procent, dat is niet helemaal duidelijk – vergt dat additionele ingrepen van 6 tot 8 miljard euro. Als het kabinet niet opnieuw bovenmatig naar het ongewenste middel van de lastenverzwaringen voor burgers en bedrijven wil grijpen, moet het haast maken met andere maatregelen. Bezuinigingen dus, die als ze wetsvoorstellen of wetswijzigingen vergen, nog voor 1 januari door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden behandeld om ze voldoende effect te kunnen laten hebben.

VVD’er Zijlstra wil onderwijs en infrastructuur ontzien bij de bezuinigingen, en voor het eerste valt veel te zeggen. Hij zoekt het in de consumptieve uitgaven (zorgtoeslagen, uitkeringen), waarvan het risico is dat de aanpak daarvan vooral de lagerbetaalden treft. Het moet ook denkbaar zijn dat het kabinet met maatregelen komt die zijn achterban minder welgevallig zijn. Zoals een verdere aanpak van de hypotheekrenteaftrek.

Zijlstra heeft, vanuit zíjn politieke verantwoordelijkheid, stelling genomen. Wie volgt?