Prettig anarchistisch oog

kijken //

galerieDick VerdultInternet and Elvis will never die T/m 30 juni. Annet Gelink Gallery, Amsterdam. annetgelink.nl ****

Zijn wieg stond in Eindhoven, maar kunstenaar/filmmaker en musicus Dick Verdult (1954) is net zo Brabants als een amazonepapegaai. Met een vader die werkte bij een groot, internationaal bedrijf, verhuisde Verdult van het ene naar het andere continent. Het nomadische bestaan in Afrika, Zuid-Amerika en Europa leidde ertoe dat hij een prettig anarchistisch oog ontwikkelde voor alles wat bizar en bijzonder is. Als relatieve buitenstaander leerde hij observeren én absorberen. Kleuren, klanken, geuren en beelden vormden één borrelende bron van inspiratie.

De sporen van dat fladderende bestaan zijn terug te vinden in Verdults multimediale installaties die de laatste twee jaar in het Van Abbemuseum in Eindhoven en Arti in Amsterdam te zien waren. Voor het eerst heeft nu ook een professionele galerie zich over de wat laatbloeiende kunstenaar ontfermd: die van Annet Gelink. Verdult mocht de ruimte geheel naar zijn hand zetten. Opnieuw heeft hij een donkere, droomachtige totaalinstallatie gebouwd, die bestaat uit schilderijen, video’s, een enkel beeld, geluidswerken en uit trechters en tandwielen bij elkaar gebricoleerde knipperlampen.

Bij binnenkomst wacht je een schok. Lichten springen aan en uit. Beelden bewegen in alle mogelijke hoeken en gaten. Er klinken stemmen, muziek schalt. Kijk je naar een documentaire, een verzameling aan elkaar gemonteerde internetfragmenten of found footage? Waar moet je überhaupt het eerst naar kijken? Naar de pop art-achtige ode aan de Eindeloze Zuil van Brancusi? Of toch liever de uithangborden waarop zinnen staan die recht uit het handboek van dooddoeners lijken te komen als ‘Toeval maakt een hoop goed’ of ‘In Nederland heeft iedereen last van last’.

Hoe uit dit pandemonium een rode draad los te peuteren?

Niet dus. Sta stil en kijk. Laat je verleiden door het licht: volg dat licht. Je ziet Mexicaanse mannen dansen in een park – pas later besef je dat het alleen mannen zijn die dansen. Je ziet een dodelijk eenzame danskoningin op een praalwagen in Argentinië. Flarden van een razend slecht gespeelde Nigeriaanse soap dienen zich aan, kinderen dansen op straat en plotseling verkeer je in de ‘Nuit et Brouillard’ van naoorlogs Oost-Europa.

Zo glijd je verder. Je tast, maar raakt nét niet aan. Je volgt de choreografie die Verdult heeft uitgestippeld. Absurdistisch is die choreografie, vol toevallige schoonheid en mededogen. Als alles is gezien, maar niet per se begrepen, dan vertrek je, in de wetenschap iets speciaals te hebben meegemaakt.