Is al die CO toch ergens goed voor 2

Het werd al lang vermoed, maar nu is het bewezen In gebieden met weinig regen groeien planten beter dankzij meer CO2 Voer voor klimaatsceptici? Nee, het onderzoek geldt enkel voor woestijnranden

Foto The Art Archive/Stephanie Colasanti

Redacteur wetenschap

De natuurlijke vegetatie rond woestijngebieden reageert eenduidig en krachtig op het stijgende gehalte aan CO2 in de atmosfeer. Voor het eerst is aannemelijk gemaakt dat de al lang voorspelde ‘CO2-bemesting’ werkelijk optreedt en een ‘aanzienlijk’ effect heeft. Het wordt niet alleen in de Sahel waargenomen, maar langs de randen van alle woestijnen: die van de VS, Zuid-Afrika, Arabië, China en Australië. Het wordt er steeds groener.

Australische onderzoekers, aangevoerd door Randall Donohue uit Canberra, constateren dit in een artikel dat binnenkort zal verschijnen in Geophysical Research Letters. Niet eerder spraken onderzoekers in een gezaghebbend vakblad deze conclusie uit. Al ruim vijftien jaar wordt voorspeld dat de stijgende CO2-concentratie de plantengroei zal stimuleren, maar het laatste rapport van het VN-panel voor klimaatonderzoek IPCC hield in 2007 nog steeds een slag om de arm: ‘het is nog niet bekend hoe groot het effect werkelijk is’. Nu blijkt het, althans lokaal, sterker dan verondersteld.

Groeistimulering onder invloed van een verhoogd aanbod van CO2 is bekend van de Westlandse groententeelt in kassen. Maar daar wordt relatief grof ingegrepen met geregeld meer dan een verviervoudiging van de natuurlijke CO2-concentratie. Al heel lang wordt verondersteld dat natuurlijke bossen, savannen en graslanden ook meetbaar zouden moeten reageren op de veel subtielere stijging van het CO2-gehalte die het gevolg is van de inzet van fossiele brandstof en de productie van cement. Tussen 1982 en 2010 steeg de atmosferische CO2-concentratie met 14 procent.

Uit vele – vaak moeizame – experimenten met CO2-bemesting in de open lucht is de indruk ontstaan dat de plantengroei (de zogenoemde netto primaire productie) met zo’n 12 procent zou kunnen toenemen als de CO2-concentratie met 50 procent zou stijgen. In overeenstemming hiermee werd nog vorig jaar in Nature (2 augustus) door A.P. Ballantyne c.s. in Colorado, aan de hand van een veelomvattende inventarisatie aangetoond dat de natuur op aarde (land en zee) de laatste decennia netto steeds meer CO2 vastlegt. Waar dat gebeurt is onduidelijk.

Donohue c.s. realiseerden zich dat het effect van CO2-bemesting het meest uitgesproken is in de droge, warme gebieden rond woestijnen, met de Sahel als bekendste voorbeeld. De vegetatie daar wordt in haar groei beperkt door het geringe wateraanbod, niet door een tekort aan voedingsstoffen of licht die een mogelijk CO2-effect zouden kunnen maskeren. Het staat vast dat de efficiëntie van het watergebruik er toeneemt als de CO2-concentratie van de lucht stijgt. Dit effect is theoretisch verklaard en keer op keer bewezen. CO2 en waterdamp moeten het plantenblad in en uit via dezelfde poriën, de huidmondjes, en ze zijn onderhevig aan een gemeenschappelijke ‘besturing’.

Uit waarnemingen is komen vast te staan dat er bij een jaarlijkse neerslag van minder dan 400 mm regen rechtevenredigheid bestaat tussen de neerslag en de maximale lokale plantenbedekking zoals die vanuit vliegtuigen en satellieten wordt gezien. Bij 150 mm regen per jaar registreren satellietcamera’s (met speciale gevoeligheid voor bladgroen) een plantenbedekking van nooit meer dan 17 procent, bij 300 mm een bedekking van hooguit 39 procent. Vreemd genoeg gelden deze bovenwaarden voor alle typen vegetatie en alle woestijnen op aarde. Bestudering van satellietopnames toonde aan dat de bovengrens tussen 1982 en 2010 overal op aarde is gestegen met zo’n 11 procent. Dat is die verbeterde waterbenutting, zeggen Donohue c.s.. Belangrijk is dat dit qua orde van grootte overeenstemt met wat zij op theoretische grond in een globale berekening afleiden: 5 à 10 procent.

Klimaatsceptici wezen al vroeg op de waarschijnlijkheid van een versterkte CO2-opname door het plantendek. Die zou een al te zware stijging van de atmosferische CO2-concentratie kunnen voorkomen. Zover gaan de Australische onderzoekers niet: hun resultaten gelden alleen voor de warme woestijnranden. De taak is nu te onderzoeken hoe de gematigde klimaatzones reageren, noteren ze.