Een lege zaal? Nee, dertig zalen vol!

Niet eerder schreven zo veel studenten zich in voor een Nederlands online college Het is gratis en voor iedereen toegankelijk Maar de universiteit doet het niet voor niks

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers.
Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

redacteur onderwijs

Stefaan Van den Bogaert geeft college in een bezemkast. En dat doet hij voor een publiek van 30.000 studenten. In onder meer China, India en de Verenigde Staten. Op de twaalfde verdieping van een kantoorgebouw in Den Haag staat de hoogleraar Europees recht voor een blauw scherm in een kamertje van een paar vierkante meter. Hij kijkt in de camera en vertelt over de gevolgen van de eurocrisis. Halverwege onderbreekt hij zijn betoog. „Hoe lang was dit?”, vraagt hij aan de cameraman. „Acht minuten”, antwoordt die. Van den Bogaert zucht. „Dat is te lang. En ik heb nog zoveel te vertellen.”

Dat was afgelopen donderdag. Van den Bogaert, hoogleraar aan de Universiteit Leiden, sprak het laatste college in van de reeks ‘The Law of the European Union: An Introduction’. Vanaf vandaag is deze cursus te volgen via het online platform voor hoger onderwijs Coursera. Van den Bogaert is blij verrast over de massale belangstelling voor het college. „Toen ik deze opdracht aannam, hoopte ik dat ik zoveel studenten zou hebben als de faculteit Rechten in Leiden er heeft: ongeveer 4.500. Dat getal was snel gehaald. Toen dacht ik: het zou leuk zijn om college te geven aan de hele Leidse Universiteit. Maar ook die 20.000 inschrijvingen passeerden we vrij gemakkelijk. Ik sta nu dus op de middenstip van een volgepakt voetbalstadion.” De grootste collegezaal van de Leidse universiteit biedt plaats aan iets minder dan 1.000 studenten.

Het college van Van den Bogaert is een Massive Open Online Course (MOOC). Het is gratis en iedereen die wil, mag zich inschrijven. Wie het college afrondt, krijgt een certificaat, geen erkende universitaire titel als bachelor of master. De MOOC is overgewaaid uit de Verenigde Staten, waar prominente universiteiten als Princeton, Harvard en MIT al een aantal jaar dit soort internetonderwijs verzorgen. Nu haakt ook een aantal Nederlandse universiteiten aan bij het fenomeen. De Universiteit van Amsterdam (UvA) biedt dit najaar voor de tweede keer een college communicatiewetenschap aan, terwijl de TU Delft in september begint met de vakken Solar Energy en Water Treatment.

Anke Grefte is coördinator van de Delftse MOOC’s, die worden verspreid via het platform edX. Ook voor deze collegereeksen hebben zich inmiddels flink wat mensen aangemeld: de teller voor de cursus Water Treatment staat op 5.000, die van Solar Energy op 10.000. „Zeven jaar geleden zijn we in Delft begonnen met open course ware”, zegt Grefte. „Dat is het online zetten van gefilmde colleges en het beeldmateriaal dat daarbij gebruikt wordt. MOOC’s zijn voor ons de volgende stap in deze ontwikkeling.”

Een MOOC is heel wat meer dan een gefilmd college, ontdekte Grefte. „In een collegezaal kan een docent een slide wel een paar minuten laten staan, terwijl hij door zijn manier van praten de toehoorders erbij kan houden. Op internet werkt dat niet. Daar moet het allemaal sneller, in korte stukken, met meer wisselend beeld. Anders gaat een student toch even kijken wat er op Twitter of Facebook te doen is. Al experimenterend komen we erachter wat werkt.”

Kort en bondig, maar van niveau

Het pionierswerk op het gebied van MOOC’s is in Nederland gedaan door de Universiteit van Amsterdam. Die bood in februari het college Introduction to Communication Science aan. Arie den Boon is initiator en programmamanager van deze MOOC. Hij is in de Verenigde Staten op een congres over onderwijsvernieuwing. Daar haalde hij vorige week een prijs op voor de mede door hem ontwikkelde collegereeks. Via Skype vertelt hij: „De docent kan in een MOOC niet alles vertellen in de korte filmpjes waaruit het college bestaat. Hij is eerder degene die de studenten prikkelt erover na te denken, op te zoeken, en vooral met elkaar erover in discussie te gaan.”

Dat de bijdrage van de docent kort en bondig is, wil niet zeggen dat die niet van universitair gehalte is, zegt Den Boon. „Inhoudelijk moet je het op niveau houden, anders schiet je je doel voorbij. Een MOOC mag best heel pittig zijn.”

Omdat MOOC’s aan zo veel studenten worden gegeven, die zich overal ter wereld bevinden, moeten ook voor het toetsen van de opgedane kennis nieuwe methodes worden ontwikkeld. „We kunnen de opdrachten niet door mensen laten nakijken”, zegt Grefte van de TU Delft . „Onze tentamens bestaan daarom uit meerkeuzevragen en rekenopdrachten waar het antwoord bestaat uit een cijfer. Daardoor kan een computer het nakijkwerk doen.”

Fraude en uitval

Ook de MOOC van de UvA werd afgesloten met een multiple choice-tentamen, zegt Den Boon. De ontwikkelingen op dit gebied gaan echter snel, weet hij. „Er wordt steeds meer geëxperimenteerd met automatische tekstherkenning en tekstbeoordeling en met peer reviewing: studenten die elkaars werk nakijken. Maar dan blijft het probleem dat je niet weet wie de opgaven heeft gemaakt. Overal wordt nu gewerkt aan het ontwikkelen van systemen om fraude op dit gebied tegen te gaan. Coursera heeft bijvoorbeeld een systeem met herkenning van toetsenbordaanslagen.”

Naast de mogelijkheid tot fraude, kampen MOOC’s met een ander probleem: de grote uitval onder de studenten die zich voor een collegereeks hebben ingeschreven. Aan de UvA-cursus begonnen 5.467 deelnemers. Daarvan deden er 717 examen. Van hen haalde 74 procent een voldoende. Den Boon is niet ontevreden over deze score, maar denkt dat het zeker beter kan. „Door allerlei manieren die je ook gebruikt bij sociale media, kun je studenten meer betrekken. Het beste door activiteit te belonen met zaken als punten of badges.”

Van den Boogaert van de Universiteit Leiden hoopt dat van de 30.000 studenten 10 procent zijn collegereeks zal voltooien, zegt hij. „Dat zou een heel mooi percentage zijn. Maar gezien de resultaten van andere cursussen op Coursera, is een score van boven de 5 procent goed.”

Aan het eind van de laatste opnamemiddag trekt Van den Bogaert een fles champagne open. Het zit erop. Hij heeft 32 filmpjes van ongeveer een kwartier ingesproken. Er waren vaak meerdere takes nodig en dan ging er ook nog veel tijd zitten in de montage en afwerking van de collegereeks. „Ik heb de afgelopen zeven maanden de facto een dubbele baan gehad, want op de universiteit ging het werk gewoon door.”

Maar waarom al deze moeite? Waarom bieden universiteiten eigenlijk deze gratis cursussen aan? Wil Van den Bogaert zo graag zijn kennis van het Europees recht onder de mensen verspreiden? Natuurlijk, maar dat is niet de enige reden, zegt hij. „Wat ook meespeelt, is dat mensen via deze inleidende collegereeks kennis kunnen maken met het Leidse onderwijs in de rechtswetenschap. Wie het interessant vond en meer wil dan alleen een certificaat van een cursus, kan bij ons hele goeie masteropleidingen volgen, tegen betaling.”

In Delft wordt dit jaar meteen de eerste stap naar betaald internetonderwijs gezet, zegt Grefte. „Naast de MOOC bieden we dit najaar voor maximaal tien mensen ook een collegereeks aan die op afstand gevolgd kan worden en die aan het eind de titel master of science oplevert. Alleen voor de tentamens zullen de deelnemers nog wel naar Nederland moeten komen. Als dit experiment succesvol is, gaan we het uitbreiden. Natuurlijk is niet iedere deelnemer aan de MOOC een potentiële betalende student, maar je boort zo wel een veel grotere groep mogelijke studenten aan dan via traditioneel onderwijs.”

Waarom dan nog betalen?

Deze strategie is niet zonder gevaar, zegt Den Boon van de UvA. „In landen als de Verenigde Staten, waar de collegegelden hoog zijn, vragen sommige studenten hun geld terug. Als er zulke goede, gratis MOOC’s worden aangeboden, waarom zouden zij dan zoveel betalen?”

Ondanks de problemen met toetsing, studie-uitval en het geld dat ermee gemoeid is (de UvA-MOOC kostte 50.000 euro), voorziet Den Boon een grote toekomst voor MOOC’s. En daar zullen alle studenten van profiteren, zegt hij. „Vanwege het onbegrensde karakter van internetonderwijs, zullen studenten eerder gaan shoppen als het gebodene ze niet bevalt. Dat heeft een kwaliteitsverhogend effect. Voor het eerst worden onderwijsprestaties van docenten écht openbaar.”

Een slechte docent heeft straks dus niet alleen te maken met een slapende collegezaal, maar ook met een virtueel voetbalstadion vol studenten die zuchtend doorklikken naar een universiteit elders in de wereld. Of naar Twitter en Facebook, natuurlijk.