Opinie

De mensheid spartelt in het wereldwijde sleepnet

Naast het wereldwijde web, hebben we nu het wereldwijde sleepnet. En wij, de zeven miljard bewoners van deze wereld, spartelen er allemaal in rond.

Het nieuws dat de Amerikaanse overheid massaal telefoon- en internetgegevens verzamelt van burgers en bedrijven in binnen- en buitenland, had niemand hoeven verbazen. Hoe vaak is niet verklaard dat privacy in het internettijdperk een illusie is? Ook was het geen geheim dat Amerikaanse inlichtingendiensten zich sinds 9/11 met grote gretigheid hebben gestort op alle moderne vormen van communicatie.

En toch was het een schok om te zien hoe informatie over eigenlijk iedereen massaal verzameld kan worden, blijkbaar binnen de Amerikaanse wet en met instemming van het Congres. Allemaal in naam van de strijd tegen het terrorisme.

Het nieuws past binnen een technologische trend waarover groeiende opwinding en enthousiasme bestaat: het idee dat de wereld veel beter te begrijpen is, en de toekomst zelfs te voorspellen valt, door het analyseren van de reusachtige hoeveelheden digitale gegevens die tegenwoordig op allerlei terrein verzameld kunnen worden. ‘Big Data’ gaat ons leven veranderen, volgens de wetenschapsbijlage van deze krant op 1 juni.

Elke drie jaar verdubbelt het aantal digitale gegevens in de wereld, zei hoogleraar Internet Governance Viktor Mayer-Schönberger, een van de auteurs van het boek De Big Data revolutie, in dat artikel. Nooit eerder zijn op zó veel terreinen zó veel gegevens beschikbaar geweest. Door slimme analyses kunnen daarin onvermoede samenhangen worden ontdekt.

Bijna alle wetenschappen zullen hiervan profiteren, maar ook in het dagelijks leven zijn er al praktische toepassingen. Mayer-Schönberger vertelt bijvoorbeeld dat webwinkel Amazon hem een analyse stuurt van de vijf alinea’s uit zijn boek die mensen op hun e-reader het meest onderstrepen. Dat wordt allemaal geboekstaafd. De volgende stap weet Mayer-Schönberger ook al: met behulp van Google Glass, de bril met internetverbinding, zullen straks „alle oogbewegingen van mensen worden bijgehouden”.

Waar het daarbij om gaat is niet te achterhalen waar individuele mensen naar hebben gekeken. Doel is op basis van het kijkgedrag van hele grote aantallen mensen voorspellingen te doen: over de vraag bijvoorbeeld waar mensen met gelijke achtergrond (waarschijnlijk) naar zullen kijken.

Dat gaat ten koste van de privacy, maar er is nog een ander puntje van zorg, erkent Mayer-Schönberg: we moeten „ervoor waken dat de vrije wil niet wordt ingeperkt”. „Iemand kan als crimineel te boek komen te staan omdat uit data blijkt dat er een grote kans is dat hij een misdrijf gaat plegen.” Een káns, meer niet.

Voor de Amerikaanse inlichtingendiensten zal gelden: iemand kan als terrorist te boek komen te staan omdat uit data blijkt dat er een grote kans is dat hij een terreurdaad gaat plegen. En tja, de vrije wil kan hem misschien wel doen besluiten helemaal geen aanslag te plegen, maar als het risico bestaat dat hij het wél doet, de statistische waarschijnlijkheid zelfs groot is, moet je dan afwachten tot het te laat is?

Omdat het fenomeen Big Data ook voor de wereldpolitiek van groot belang is, heeft het Amerikaanse blad Foreign Affairs ‘The Rise of Big Data’ op het omslag van zijn mei/juninummer gezet. Dezelfde Mayer-Schönberger en zijn co-auteur Kenneth Cukier schrijven dat Big Data „in alle landen, maar vooral niet-democratische landen, de bestaande machtsongelijkheid tussen de staat en de mensen vergroot”.

Een terecht punt, al valt op het idee dat het risico in democratische landen minder groot is wel wat af te dingen. Met behulp van het sleepnet van Google, Facebook en de telefoonbedrijven komen ook democratische landen een heel eind, weten we nu.

Al heel lang is ook zonder Big Data een verontrustend patroon te ontdekken: geef staten bevoegdheden om hun burgers in de gaten te houden, en ze zullen er maximaal gebruik van maken.